Het geheugen van het Ieperse landschap
01/01/2001Vorig jaar waren het de creperende paarden op de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog die Berlinde De Bruyckere naar de keel hadden gegrepen. De nieuwe artist in residence, Lieve Van Stappen, liet zich inspireren door de kapotgeschoten bomen in de Westhoek. Je vindt ze nog steeds, de verminkte kruinen als littekens - het geheugen van een landschap. Zoals ze daar 's winters met hun wortels in het water staan, lijken ze bezoekers uit een gruwelijk verleden, stambomen in het collectieve geheugen van een gemeenschap.
In de Ieperse lakenhallen, onder de belforttoren, zette Van Stappen drie kale bomen in een plas water die met zandzakjes is afgedamd. Twee staan met hun voeten in het water, de derde boom is opgehangen. Er zijn zware smeedijzeren spijkers in gedreven, als bij een kruisiging. Bovenaan komen er nieuwe takjes uit, van geblazen glas, levenloze en onzichtbare prothesen voor geamputeerde ledematen. Bij de middenste boom zweven de glazen scheuten boven de stam, gerangschikt als een kroon.
Nog een religieuze referentie vinden we in de vierde boom, die volledig omzwachteld naast de plas ligt. Van Stappen heeft er kinderkleertjes in verwerkt en verwijst daarmee naar 's-Heerenboompje in de velden van Poperinge, een groep linden en populieren verbonden door een meidoornhaag waarin kleren van zieke mensen worden gehangen, hopend op een mirakel. Dit van oorsprong voorchristelijke ritueel wordt tot op vandaag in ere gehouden.
Op een videoscherm achter de bomen is een zwemmende rat te zien, zichtbaar zwanger, zich wellustig wentelend in de eerste lentezon. De kunstenares zag het tafereel toevallig tijdens de voorbereidingen van de installatie. "Tijdens de Eerste Wereldoorlog krioelde het daar van de ratten", schrijft Van Stappen in de catalogus. "Ze leefden van de lijken van de gesneuvelde soldaten in het niemandsland. Opportunistisch als ze waren overleefden ze moeiteloos." Stambomen is een vervolg op De herinnering van de vergetelheid, het gemeenschapsproject dat Lieve Van Stappen eerder dit jaar in Ieper realiseerde. Aan de mensen uit de streek had ze naar persoonlijke souvenirs uit de Eerste Wereldoorlog gevraagd, voorwerpen die de bezitters zo dierbaar zijn dat ze er niet mee naar het museum willen. Ze was vooral op zoek naar het nabeeld van de oorlog: hoe worden het geweld en de pijn in zo'n gemeenschap overgeleverd en verwerkt?
Op de oproep kwamen onverhoopt veel reacties. Tijdens de vier maanden dat Van Stappen tussen Gent en Ieper spoorde en onderweg steeds meer onder de indruk kwam van het drassige, verminkte landschap, stelde ze vast de oorlog nog lang niet verwerkt is bij de Ieperlingen, ook niet bij de tweede en derde generatie.
Ze was soms de eerste die een verhaal te horen kreeg, zo diep zat het nog. Naast de 'officiële' oorlog bleek nog een vergeten oorlog te bestaan. Door Van Stappens project kwamen oude herinneringen weer tot leven, kapotte bomen kregen nieuwe scheuten. De tentoonstelling van de voorwerpen, in de westervleugel van de lakenhallen, had iets van een magisch ritueel, een nieuw 's- Heerenboompje, een schreeuw in het donker wanneer niets anders meer helpt.
Die geest heeft de kunstenares goed weten te bewaren in het krachtige stilleven dat ze nu toont. Het kunstwerk heeft iets van een prothese: een magische poging het dode lichaamsdeel weer tot leven te wekken, maar dat kan alleen maar door de pijn van de amputatie opnieuw zichtbaar te maken.
(naar aanleiding van de tentoonstelling 'Stambomen' in het In Flanders Fields Museum in Ieper.)

