Arno Roncada
In de huizen van vreemden
Liz Haines
In een huis dat me vreemd is sta ik alleen in het deurgat van een verlaten kamer. Ik haal diep adem, sluit mijn ogen en stap binnen.
Zonder mijn gezichtsvermogen bevind ik me aanvankelijk in een leegte. Mijn besef van waar ik ben is gewoonlijk zo sterk visueel gericht, dat ik me nu zonder mijn ogen helemaal verloren voel. Ik moet in die leegheid zonder grenzen blijven tot ik in mijn verbeelding de ruimte zal hebben heropgebouwd. Hoe veraf stonden die muren nu weer? Als ik verder ga, hoe lang duurt het dan voor ik ergens met mijn voeten of knieën tegenaan stoot? De kamer is uit mijn waarneming gekanteld en ik moet ze van nul af terug in elkaar zetten.
Zo ongeveer zag mijn dagdroom eruit toen ik naar deze foto's keek. Ze tonen huiselijke scénes, zonder mensen en ook al kon het net zo goed om het even welke keuken of woonkamer zijn - ik weet dat deze interieurs de privéruimten zijn van mensen die al hun hele leven blind zijn. Terwijl ik langs de foto's loop stel ik me voor hoe het zou zijn wanneer ík me in deze kamers zou bevinden en hoe mijn handen en voeten deze plaatsen zouden ervaren. Het zijn de beelden zelf die me tot deze gedachten brengen omdat in bijna elke foto alle mogelijke routes doorheen de ruimte op een of andere manier geblokkeerd zijn. Ieder beeld trekt een veld op waarop we die imaginaire tactiele exploratie ondernemen. Mijn blik blijft tegen muren aan stoten, tegen spiegels, gordijnen, tegen allerhande zaken die doorgaans aangewend worden om wat ik zie te verbergen, te onthullen of te veranderen; alleen komen ze nu hier bij mij over als massieve objecten. Een van de redenen waarom we beelden aan de wand hangen is omdat we de muur op die manier niet langer als een louter verticaal oppervlak zien, toch doen deze foto's me in de eerste plaats denken aan de muur als een concrete massa.
In de kamer die ik met mijn ogen dicht ben binnengegaan hingen een aantal foto's aan de muur. Nu begeef ik me naar ze toe, op de tast, voorbij de stoelen. Ik reik naar en langsheen de wand en het behang tot mijn vingers ze vinden. Ik kan de lijsten voelen, het hout en het glas, maar psychologisch hebben die geen enkel effect op mijn ervaring van de kamer, het zijn gewoon oppervlakken tussen al de andere.
Deze onbeschreven private ruimten, al dan niet gestructureerd of chaotisch, staan in een onopvallend contrast met de publieke ruimten waarin we ons bewegen en functioneren. Elk beschikbaar oppervlak om ons heen in de stad en langs de snelweg dompelt ons in beelden onder (voornamelijk maar niet enkel van commerciële aard). In tal van plaatsen bewegen we ons naadloos van hier naar daar. Ze isoleren ons van ieder perspectief dat ons in staat zou stellen een rechtlijnig tijdsverloop aan te houden en laten ons rondhangen in een soort van het-zal-net-gaan gebeuren-heden. Door deze visuele blinddoek wordt onze blik losgesneden van onze fysische herkenning van de ruimte; enkel wie de visuele codes kan lezen mag immers de weg wijzen, de plaatsen van bestemming aangeven.
De mensen die deze interieurs bewonen zijn een opgedreven bewustzijn van het hier en nu gewend, ze zijn een leven gewoon zonder de hints of geheugensteuntjes die ons gezichtsvermogen aanreikt over waar we naartoe gaan en waar we zijn geweest. In deze foto's kunnen we alvast een aantal tactieken van herhaling, herinnering en patroonvorming herkennen die deze mensen helpen om in hun hoofd de tijd terug te draaien of vooruit te zetten, waardoor ze zichzelf in hun omgeving kunnen positioneren. Dat maakt deze beelden wellicht ook tot heel interessante gidsen voor ónze visueel oververzadigde omgeving. Deze ruimten kunnen dan best wel al te gecompliceerd en onlogisch zijn om er alleen met behulp van je oren, handen en voeten doorheen te komen, toch kan zo'n toepassing van blindheid (het blinddoeken van het visuele als strategie) ons misschien tot nieuwe modellen of concepten voor deze plekken brengen. Arno Roncada's beelden van huiselijke intimiteit nodigen me uit om vanuit de beelden zelf een diagnose te stellen over datgene wat buiten hen bestaat. In die zin vormen ze een grondig onderzoek naar een alternatieve, avisuele logica. Een logica die ons kan helpen om onze beeldenwereld zo diepgaand en grondig mogelijk te analyseren, om te reageren op de vragen die hij oproept en om de reikwijdte te vergroten van de keuzes die we voor onszelf maken.
(Vertaling Erik Eelbode)
