DAG VAN HET FILMBEROEP 2009: DE KRACHTLIJNEN

Het veld van de audiovisuele kunst ondergaat grote veranderingen, aangestuurd door technologische (digitalisering) en economische (bvb. mediaconvergenties) evoluties, alsook door een veranderend consumentengedrag en nieuwe gebruikerspatronen. Dit heeft een grote impact op alle aspecten van het maken, financieren, verdelen, vertonen, omkaderen en archiveren van film.  Kansen en bedreigingen dienen zich aan voor de hele sector, en ze moeten worden in kaart gebracht. Van daaruit kan men gezamenlijk nadenken over wenselijke toekomstscenario's, met voor elke speler een herdefiniëring van zijn rol en werking.

Volgende tendenzen dienen zich aan in de productiewaardeketen:

In productie:

  • een groeiende visuele/akoestische kwaliteit;
  • special effects en 3D;
  • een groter en diverser aanbod (oud en nieuw, groot en klein,...);
  • nieuwe formats - vaak op verschillende platformen en/of interactief;
  • ...wat aanleiding geeft tot sterk verschillende wijzen waarop producties in de markt moeten worden geplaatst;
  • nieuwe spelers, nieuwe financieringsmodellen; met als gevolg een stijgend belang van marktanalyse bij het produceren;
  • ...en logischerwijs een stijgend belang van de relatie producent -distributeur.

In distributie:

  • een groeiend belang van online distributie, de opkomst van vele verschillende platforms, makers/producenten die hun werk online rechtstreeks tot bij het publiek brengen;
  • businessmodellen rond VOD zijn in de maak en nog niet stabiel;
  • DVD-verkoop staat onder druk;
  • de onvermijdelijke opkomst van digitale cinema, en dus het verspreiden van films naar vertoners op digitaal formaat;
  • daarmee gepaard: potentiële kostenbesparingen voor de distributeur (een digitale distributiecopie is goedkoper dan pellicule), weliswaar sterk afhankelijk van de schaal waarop wordt gewerkt;
  • diverse platformen (bioscoop, museum, dvd, online, draagbaar, interactief) ó verschillende aanpakken van distributie;
  • marketing wordt veel belangrijker: diversificatie van aanpak, een groeiend belang van informatie (sociodemografisch, smaak en interesses) van een online publiek;
  • een stijgend belang van online film communities.

In vertoning:

  • Cinema wordt 'een' platform tussen verschillende andere platformen (zie hoger: online, digitale tv, mobiel, enz.);
  • Online is veel 'ruimte' voor een zeer groot en divers aanbod: hernieuwde aandacht voor oude films, meer plaats voor meer diverse genres (kort, docu, animatie,..) en nichefilms;
  • producties kunnen zo ook langere tijd beschikbaar blijven;
  • bioscopen - ook kleinere spelers in stadscentra - blijven enorm belangrijk als ontmoetingsplek, de enige plek waar bepaalde films op het grote scherm te zien zijn, en als een belangrijk onderdeel van een stadsweefsel;
  • ...maar ze moeten zich zien te positioneren tussen die verschillende platforms: comfort, sociale ontmoeting, actiever betrekken van het publiek (ook bij programmatie), omkadering, fun (gaming, grote schermen,...), hoge visuele/akoestische kwaliteit;
  • digitale projectie biedt kansen voor publieksverbreding, verbreding van aanbod, diversiteit, meer participatie, creatievere programmering, 3D en alternative content (opera, live concerten...) in de bioscoop,
  • ...maar digitalisering dwingt elke vertoner te investeren in digitale projectoren, en dit zijn enorm zware investeringen; kleinere + arthouse bioscopen kunnen de extra investeringen in technologie, marketing en publiekswerking niet zelf dragen;
  • op Europees vlak wordt duidelijk hoe die investeringen wel vruchten afwerpen: publiekscijfers trekken opnieuw aan, hoofdzakelijk bij cinema's die erin slagen hun werking te vernieuwen;
  • we bevinden ons momenteel in een lastige overgangsfase: nog niet veel digitale content in omloop, nog niet veel vertoners gedigitaliseerd. Toch zijn beide zaken onafwendbaar;
  • verschillende landen werken gezamenlijke financieringsmodellen uit, vaak zijn die gebaseerd op fondsen en/of subsidiëring, en op VPF (bijdragen van de distributiesector aan de vertonersector, aangezien de laatste vooral investeert en de eerste vooral financiële voordelen kan genieten).

In archivering:  

  • Er wordt gezocht naar een geschikte aanpak voor en financiering van de digitalisering van ons audiovisuele erfgoed, dat momenteel op verschillende filmformaten staat;
  • er wordt gezocht naar geschikte modellen voor het bewaren en ontsluiten van 'digital born' materiaal;
  • nadenken over bewaren en archiveren betekent ook nadenken over ontsluiting en beschikbaarheid: naar de consument, naar het onderwijs; via de bib, via de markt,...;
  • het grootste deel van het Vlaamse audiovisuele erfgoed zit bij de VRT: met het project DIVA zet men in op de digitalisering ervan;
  • het Koninklijk Belgisch Filmarchief beheert het Belgische patrimonium aan films. Het heeft een som van 2 MIO euro ter beschikking voor digitalisering, en denkt na over de problematiek van archivering van digital born content;
  • Vlaanderen streeft naar schaalvoordelen door verschillende archiefbeheerders, kenniscentra en producenten in media en cultuur te verenigen rond het bewaren en ontsluiten van audiovisueel erfgoed;
  • in Nederland wordt dit geïntegreerd aangepakt in het project Beelden voor de Toekomst: de digitalisering van de hele Nederlandse audiovisuele geschiedenis. Financiering (156 MIO €) komt van het Ministerie van Economie. Er is ook een inkomstenmodel voor uitgewerkt. Ontsluiten van deze content gebeurt op allerlei platforms - VOD, online,.. - en ook in gedigitaliseerde cinema's.
  • Verschillende instellingen voegen zich in Nederland samen tot het audiovisuele Sectorinstituut Nederland, dat werk maakt van de ontsluiting van Nederlandse film op verschillende platforms, met voldoende aandacht voor interactiviteit, met aandacht voor nieuwe doelgroepen en jonge generaties, en met een model voor eigen inkomsten.

In pers en media:

  • snelheid steeds belangrijker;
  • sterke celebritycultuur;
  • het verteerbaar maken van 'moeilijkere' items door omkadering met interviews;
  • het verhuizen van de 'echte' cinefilie naar online (internationale, buitenlandse) platforms;
  • media gaan op een meer flexibele manier met journalisten om; persmensen in vast dienstverband kunnen steeds minder aan prospectie/research doen;
  • alle media worden/zijn multimediaal: gedrukte pers, audiovisueel (fragmenten, interviews): een krant of magazine moet minstens een portaal hebben om nog te 'bestaan'.

Relatie met de omroep:

  • van broadcasten naar narrowcasten: ook televisie moet doelgroepen aanspreken en interactiviteit nastreven;
  • film en tv groeien steeds meer naar elkaar toe, en er is nog meer mogelijk: sterkere partnerships, ook bvb. qua productie;
  • Consumenten verwachten dat hun vertrouwde contentproviders met hen meekomen van platform naar platform: gezamenlijke producties op het grote en het kleine scherm?

Nieuwe spelers:

  • telcoms worden belangrijker in een digitale omgeving;
  • integrators (bedrijven die als externe partij VPF-akkoorden regelen);
  • internet service providers;
  • toegenomen belang van marketeers,
  • content-aggregatoren (online plekken waar allerlei digitale 'inhoud' samenkomt, wordt gestructureerd en online wordt ontsloten);
  • online beheerde gegevens over het publiek: demografie, smaakvoorkeuren en interesses,..;
  • en wat met de groeiende aandacht voor film in kunstencentra, musea, cultuurcentra, bibliotheek?

Een consument die - vooral de jongste generatie - tussen verschillende platforms hopt voor het bekijken van films en video (tv, cinema, web, iPhone), en hiervoor bij voorkeur niet of weinig betaalt; die graag zelf achter het stuur zit (whatever, whenever, en op eender welke manier); en die graag zelf inspraak heeft (interactiviteit).

Verslag- Dag van het Filmberoep - De Krachtlijnen

trefwoorden (8 found)