artikel

Kunst enkel voor ingewijden?

Marijke Van Eeckhaut, UGent

Kunstorganisaties zijn er natuurlijk voor kunst en kunstenaars, maar er is ook de kwestie van het publiek. De ideale bezoeker voor curator en kunstenaar is doorgaans de in kunst ingewijde toeschouwer, die tentoonstellingen en kunstwerken zonder al te ingewikkelde hulpstukken en 'op niveau' weet te interpreteren en te appreciëren. Daar stopt het echter niet: iedereen heeft recht op een betekenisvolle en zinvolle ontmoeting met kunst. Voor alle duidelijkheid: het kan niet de bedoeling zijn om iedereen over de drempel te slepen, maar er zijn heel wat geïnteresseerde mensen die niet het geluk hebben gehad om van thuis uit of via hun opleiding de nodige kennis en ervaring te accumuleren om zich als kunstbeschouwer uit de slag te trekken. Sommigen bezoeken wel eens een kunsttentoonstelling, maar worden door het gebrek aan houvast teleurgesteld (zie je wel dat het niets voor ons is!), anderen laten het hele kunstgebeuren - niet uit desinteresse, maar uit een soort angst - aan zich voorbij gaan: in beide gevallen een gemiste kans. Echt kiezen voor een breder publiek is evenwel nog steeds niet de voor de hand liggende keuze in het kunstveld en het ontwikkelen van een goede bemiddeling tussen toeschouwer en kunstwerk blijkt evenmin een vanzelfsprekendheid. Vandaag zijn er echter geen excuses meer.

The problem of the present is the democratization of museums: how they may help to give all men a share in the life of the imagination. Benjamin Ives Gilman, administrateur van het Boston Museum of Fine Arts (1909)
The highest experiences of art are only for the elite who "have earned in order to possess." James Johnson Sweeney, directeur van het Guggenheim Museum (1961)

Deze uitspraken worden door Andrew McClellan geciteerd in zijn fascinerende relaas over 'The Art Museum from Boullée to Bilbao' (Los Angeles & London: University of California Press, 2008: 155) en zijn bijzonder illustratief voor de uiteenlopende manier waarop de kunstwereld het publiek percipieert. Sinds het ontstaan van het publieke museum zo'n tweehonderd jaar geleden, situeert de behandeling van de toeschouwer in openbare kunstinstellingen zich op of tussen twee polen: aan de ene kant wordt een zeer beperkt publiek van meer ervaren kunstbeschouwers bediend, aan de andere kant wordt geambieerd om een breder publiek te bereiken door minder ervaren toeschouwers te ondersteunen bij hun ontmoeting met kunst.

De aristocratische komaf van het publieke kunstmuseum ligt mee aan de basis van deze situatie. De transformatie van adellijke collecties in publieke musea werd in de eerste plaats gekenmerkt door de openstelling voor een ruimer publiek. Desondanks bleef de geprivilegieerde bezoeker, gewend aan het bezichtigen en interpreteren van kunst, in de meerderheid. Er werd dan ook weinig gedaan om de nieuwkomer tegemoet te treden: de atmosfeer was vreemd en indrukwekkend, de (gedrags)codes van het museumbezoek waren onbekend en er werd weinig of geen uitleg voorzien bij de kunstwerken.

Deze erfenis stond in sterk contrast tot de publieke rol die kunstmusea werden geacht te spelen. Het verzamelen en openstellen van kunstcollecties in Europa en later ook in Noord-Amerika had duidelijk publieksgerichte bedoelingen: de oprichters wensten het volk - het museumpubliek werd hoe langer hoe breder ingevuld - een fatsoenlijk tijdverdrijf te bieden dat hen tegelijk een aantal verheffende ideeën, normen en waarden zou bijbrengen.

Deze spanning tussen weinigen die de sleutel bezitten en velen die we potentieel iets willen bieden, heeft de kwestie van het publiek geproblematiseerd. Wie men precies wenst te bereiken en op welke manier die bezoekers benaderd dienen te worden, is sinds het ontstaan van het publieke kunstmuseum een lastig onderwerp van zowel intern als extern museumdebat, en heeft zich later ook verspreid naar andere publieke kunstorganisaties.

Ondanks deze dikwijls zeer levendige discussies en een groot aantal publieksgerichte experimenten ter zake, blijkt uit onderzoek dat de publiekssamenstelling weinig divers is. Sinds Bourdieu zijn we ons bewust van het in bepaalde opzichten nogal eenzijdige profiel van het kunstpubliek, en als bezoekerscijfers recent toenamen, dan ging het doorgaans om meer van hetzelfde. Een groot potentieel wordt bijgevolg nog te weinig aangesproken. Dat wijst erop dat zelfs indien een kunstinstelling positie kiest om een breder publiek te bedienen, zij er niet noodzakelijk in slaagt om de onervaren bezoeker ook de nodige ondersteuning te bieden om hem over inhoudelijke en andere drempels te helpen en toe te treden tot het kunstpubliek.

Willen wij vandaag kunstinstellingen die enkel worden geapprecieerd en gefrequenteerd door 'ingewijden'? Nog los van prangende morele kwesties zoals het segregerende effect van ingewijden en buitenstaanders, wijzen politieke en economische factoren sinds enige tijd de weg naar een bredere participatie. Niet alleen voor kunstmusea, maar ook voor andere instellingen en organisaties voor kunst, geldt tegenwoordig dat de kwestie van het publiek meer dan ooit (in sommige gevallen willens nillens) een hot issue is geworden: méér mensen willen/moeten we bereiken. Voor hedendaagse kunst is ondertussen ook de tijd rijp, binnen het kunstveld, de politiek en de samenleving, om na de consolidering van een soms hard bevochten kernpubliek, over die muur te kijken.

Voor een deel gaat de verruimingsambitie over cijfertjes (meer bezoekers betekent meer inkomsten, maar bijvoorbeeld ook meer maatschappelijke relevantie), maar belangrijker is het kwalitatieve aspect. Participatie draait nog steeds, net zoals in de begindagen van de publieke musea, om wat de bezoeker van zijn kunstbeschouwing met zich mee zal dragen. Als je het kunstwerk 'voor zich laat spreken', of ondoeltreffende bemiddeling voorziet, zal slechts een beperkt deel van de toeschouwers een zinvolle interpretatie kunnen maken.

En dus wordt het hoog tijd om die bemiddeling op punt te stellen. Hier moeten we ons overigens niet vergissen: ook de ingewijde toeschouwer heeft zijn noden op het vlak van bemiddeling. Dat betekent dat bemiddeling nooit beperkt of eenzijdig kan gebeuren om effectief te zijn: zowel ontsluitende als verdiepende bemiddelingsinstrumenten zijn nodig om de minder en meer ervaren toeschouwer te ondersteunen. We moeten de vraag durven stellen wie onze bestaande bemiddeling bedient en in hoeverre die bemiddeling efficiënt bij de ontmoeting tussen kunstwerk en toeschouwer bemiddelt en die ontmoeting aldus meer betekenisvol en zinvol maakt. En als we eerlijk zijn, moeten we vaststellen dat het probleem dat in 1909 door Benjamin Gilman werd gedefinieerd, vandaag, honderd jaar later, nog steeds brandend actueel is.

In de eenentwintigste eeuw zijn er echter geen excuses meer om de kunstbeschouwing niet verder uit te diepen of om een deel van het publiek uit te sluiten door ontoereikende of ondoeltreffende bemiddeling: de kennis van het publiek en van publieksprocessen in tentoonstellingen is zodanig geëvolueerd, dat wij vandaag de nodige instrumenten in handen hebben om een meer adequate bemiddeling te ontwikkelen. Nu blijkt dat de complexiteit van een goede bemiddeling steeds werd onderschat: ons actuele inzicht in het actieve en gediversifieerde publiek, in educatietheorieën, interpretatieprocessen, sociale dynamiek enzovoort (en dit geldt ook voor de ingewijde toeschouwer!), belooft ons mooiere resultaten, maar vraagt grotere inspanningen dan vroeger, toen de staf de maat van alle dingen was. De kwestie van het publiek zal altijd een uitdaging blijven betekenen, zeker in een veelgelaagde context als die van de hedendaagse kunst, maar mag door de evolutie van het wetenschappelijk onderzoek en onder voorwaarde van een verdere professionalisering van de bemiddelingspraktijk en noodzakelijke ontwikkeling van het draagvlak in de instellingen, niet langer een probleem zijn.

(Dit artikel is eerder verschenen in ‹H›ART nr. 57 van 22 oktober 2009)

Kunst enkel voor ingewijden?

Bron: <H>ART nr. 57
Auteur: Marijke Van Eeckhaut (UGent)
Uitgever: <H>ART
Datum: 22/10/2009

dossiers

trefwoorden (1 found)

gerelateerde projecten (1 found)