verslag
DAG VAN HET FILMBEROEP - PANEL 1: DE SECTOR AAN HET WOORD - VERSLAG
12 oktober 2009 - Samenvatting van panel 1
Met: Toon Van Gils (Utopolis), Patrick Deboes (Sphinx Cinema, Gent), Katia Rossini (Cinema Nova, Brussel), Frank Moens (Fonk vzw, Leuven), Philippe Van Meerbeeck (VRT), Patrick Duynslaegher (Knack), Tomas Leyers (Minds Meet, Brussel), Jan De Clercq (Lumière Publishing en Benelux Film Distributors). - Korte stellingen gevolgd door debat.
TOON VAN GILS - UTOPOLIS
- Niet enkel arthouse en filmtheater hebben het moeilijk, dit geldt ook voor de KMO's (de ketens, maar niet de UGC's, de Pathé's..; de kleinere spelers). Winst maken is op zich al moeilijk, laat staan investeren in digitaal.
- Daarnaast zijn er andere investeringen: foyer, kleinere en gezellige zalen,..
- VPF-deals zijn niet optimaal voor kleine vertoners: risico's die de idee van diversificatie van aanbod in het gedrang brengen. Het wordt moeilijk binnen VPF-deals om content te vertonen van andere distributeurs dan die met dewelke een integrator een VPF-deal heeft.
- Een idee zou kunnen zijn om de VPF voor Vlaamse/Europese films te subsidiëren.
- Ook voor de producenten: VPF komt uit de hoek van Amerikaanse majors: het is mogelijk dat die het zo geregeld hebben dat Europese distributeurs meer moeten betalen => dat die benadeeld worden.
- Subsidiëring van de digitalisering van enkel de arthouses en niet de kleine commerciëlen, is oneerlijke concurrentie.

Toon van Gils. Foto: Ann-Sophie Kestelyn
PATRICK DEBOES - SPHINX
- Arthouse bekleedt in Vlaanderen middenpositie tussen commerciële vertoners (onafhankelijk en ketens) en gesubsidieerde culturele spelers. Het is een kleine groep, kleine complexen (drie tot vijf zalen). In plekken waar geen arthouse is, wordt die leemte opgevuld door gesubsidieerde spelers: Open Doek, Zebracinema,...
- Arthouse heeft in Vlaanderen niet echt een eigen statuut, niet goed gekend en er is in het beleid geen plaats voor. Ik pleit voor subsidie van de arthouse. Er is subsidie voor productie, festivals, pers, vzw's,... en arthouse heeft een belangrijke rol te vervullen. In Nederland zijn er een tachtigtal filmhuizen en een tiental arthouses. Subsidiebudget van +/- 50 miljoen euro jaarlijks. Plus geld voor investeringen. Het gaat gewoon over het creëren van de juiste instrumenten, en in eerste instantie om de erkenning van arthouse als gegeven met een eigen plek in het filmlandschap.
- In dit veranderende landschap slaagt arthouse er niet langer in om break-even te draaien. Bovendien is er het probleem van de digitalisering. Die realiteit geldt ook voor kleine commerciële spelers. Omgekeerd: indien de middelen voor digitalisering er waren, zouden ook wij een stuk creatiever met onze werking kunnen omgaan.
- Men kan niet toelaten dat arthouse sluit. Cinema blijft als ontmoetingsplek essentieel voor het filmgebeuren. Het is de plek en het moment waarop een film tot leven komt. Verdwijnt arthouse, dan vrees ik een domino-effect, in distributie, kleine zalen,..
Patrick Deboes. Foto: Ann-Sophie Kestelyn
FRANK MOENS - FONK (IKL, DOCVILLE, CINEMA ZED)
- Meerwaarde festivals: aandacht creëren voor een genre (kortfilm, animatiefilm, experimentele film, wereldcinema...) en voor niet-evident werk, selectie maken/filterfunctie/tastekeeper zijn; genres structureren/duiden. Festivals doen dit met succes, en krijgen steeds meer publiek.
- Daarnaast doen festivals vaak ook een jaarwerking, voorbeelden zijn: nieuwsbrieven, distributiefuncties, educatieve werking, screenings tijdens het jaar, viewing ruimtes, online databanken met film- en contactgegevens, en Fonk geeft zelf ook compilatie-dvd's uit.
- Mits een kleine meer-ondersteuning zou die jaarwerking kunnen worden geprofessionaliseerd, want nu verloopt die ad hoc. Zodra het festival opnieuw moet worden voorbereid, moet men noodgedwongen de jaarwerking laten vallen.
- Er moet voldoende aandacht worden besteed aan de mogelijkheden van niet-DCI-compliant digitale projectietechnologie: goedkoper, toch van hoge kwaliteit, en biedt mogelijkheden voor visibiliteit van met name moeilijkere genres als bvb documentaire en kortfilm.
JAN DECLERCQ - LUMIÈRE
- De kans/uitdaging voor de distributeur ligt bij samenwerkingen en diversificatie in werking: samenwerkingen om overheadkosten te drukken en meer markt te bestrijken, diversificatie door integratie met bvb vertoning, ook distributie voor dvd, tv, vod. Diversificatie ook door af en toe massaproducten uit te brengen (igv Lumière zijn dat bijvoorbeeld dvd-boxen van tv-programma's) om met die meerwinst arthouse films te kunnen uitbrengen.
- Voor distributeur is het ook belangrijk over een groter terrein dan België te werken: Benelux bijvoorbeeld.
- De rol van de distributeur verandert niet, blijft essentieel: de link tussen exploitant, marketeers, vertoners, pers; tussen sales, producent en publiek. Elk land is anders, een markt die anders moet worden bespeeld. De aanpak van de distributeur is bepalend voor het succes van de film, bepaalt hoeveel mensen hem te zien zullen krijgen.
- Naast dit werk is de moeilijkheid om op de hoogte te blijven van technologische vernieuwingen. Misschien kan MEDIA de distributeur daar logistiek in steunen, om bij te kunnen blijven met veranderende platformen, zonder dat onze coretaak erbij inboet.
TOMAS LEYERS - MINDS MEET
- Als producent streef je vooral naar drie dingen:
- Belangrijk: maximaal aantal mensen die je werk zien;
- Belangrijk: in zo goed mogelijke omstandigheden het werk kunnen tonen;
- Ook, maar minder, belangrijk: er een vorm van profit op zien te genereren. - De rol van de distributeur is zeer belangrijk, en vooral de relatie producent-distributeur. Het is belangrijk voor promotie van een film op dezelfde golflengte te zitten, en dat vereist sterke dialoog. Geeft voorbeeld van de Australische film Samson & Delilah: previews vertoond in secundair onderwijs doorheen het land, wat een zeer sterke promotie voor de film is gebleken. De marketingbudgetten waarover Aviva sprak (20% in de States, max 5% in Europa) zijn voor dit soort werk ook niet belangrijk. Zeer groot verschil tussen het marketingkanon wat men inzet voor bvb Spiderman, en voor een gevoelige arthouse-prent.
- Ook de rol van de cinema is enorm belangrijk, niet enkel om redenen die werden aangehaald (ontmoeting, ervaring), maar ook omdat de film gemaakt is met de bedoeling hem op het grote scherm te vertonen. Het gaat om de ervaring de film in optimale omstandigheden te zien. Ik ben voorstander van subsidie van arthouse en/of cinemazalen in het algemeen, want films als Lost Persons Area, Altiplano, Unspoken, werk van Patrice Toye,... zouden zonder arthouse niet op het grote scherm te zien zijn.
- Zalen kunnen zich ook profileren buiten de majors om en hoeven niet allemaal achter dezelfde kaskrakers aan te hollen. Misschien juist focussen op wat de 'markt' niet toont, maar dat veronderstelt wel een beetje overheidssteun voor deze vertoners.
- Wat betreft de discussie rond VPF en de vrees om, indien men niet tegemoetkomt aan de DCI-standaarden, geen Hollywoodcontent te kunnen vertonen: dit heeft ook te maken met profilering van zalen. Zalen kunnen zich ook profileren buiten de majors om.
- Als producent, eerste langspeelfilm digitaal uitgebracht, maar kon met die digitale kopie bijna nergens terecht, zelfs niet in Cannes! (extra: dus het feit dat digitalisering nog niet overal geïmplementeerd i, speelt ook de producent parten: hij moet kopies digitaal en op 35mm voorzien, extra kosten).
- Over programmatie: arthouse-prenten zijn vaak meer gebaat bij lange speelreeksen (bvb 1 x p.w. gedurende lange tijd) dan bij intensieve en korte toonperiodes.

Tomas Leyers. Dag van het Filmberoep. Foto:Greet Halsberghe
PATRICK DHUYNSLAEGHER - FOCUS KNACK
- toekomst van journalistiek en filmkritiek zal van technologie afhankelijk zijn, en die is zeer moeilijk te voorspellen. Mensen zijn bang voor veranderingen, en de veranderingen zijn de laatste vijf jaar heel intensief geweest. Maar wel opletten met "Vroeger was alles beter". Onderzoeksjournalistiek was vroeger ook niet zo diepgravend als men nu soms suggereert.
- Snelheid is gaan primeren op degelijkheid, dat is een duidelijke trend. De identiteit van een krant en magazine zijn steeds meer naar elkaar toegegroeid. Filmrecensies maken ruimte voor interviews, en verslaggeving van festivals gaat steeds meer over "wie was er, hoe gekleed, wat gegeten,..." De celebritycultuur is duidelijk belangrijker geworden.
- Dit betekent niet dat er voor cinefilie geen plaats meer is voor pers, wel dat 'moeilijkere' items meer worden ingekleed. Voorbeeld van een item rond DVD-box van Cassavetes, waarrond interviews met de Dardennes en met J. Lafosse zullen worden geplaatst.
- Cinefilie verplaatst zich ook weg van print naar online: blogs, buitenlandse tijdschriften, websites,... zijn de plekken waar diepgravend over film wordt geschreven (en van mening gewisseld).

Patrick Dhuynslaegher. Dag van het Filmberoep. Foto:Greet Halsberghe
PHILIPPE VAN MEERBEECK - DIVA/VRT
- Belangrijke trend: Customer is king, en bepaalt wat hij ziet: "what you want, when and where you want it"
- Een EN-verhaal, waarbij mediagebruikers van het ene scherm naar het andere switchen.
- Toenemend belang van interactiviteit: convergentie met games zitten in de lift, digital born kids willen "doen", niet enkel "kijken. Hiervoor is ook een markt: men verdient meer aan games als afgeleide van het audiovisuele product, dan aan "de consumptie van het product" zelf.
- TV en film groeien naar elkaar toe. Digitale mediaconsumenten verwachten dat hun vertrouwde contentproviders met hen mee van platform naar platform hoppen.
- Dus: de "totaalbeleving" thuis? In principe wel, maar 1. Je moet er voldoende bandbreedte voor hebben, en de goede boxen en technologische uitrusting, 2. In gezinsverband kan het minder rustig zijn dan in de cinemazaal. "Rustig genieten terwijl moeder de vrouw met de potten rammelt? Home cinema is niet voor iedereen weggelegd."
- TV investeert hier, in tegenstelling tot onze buurlanden, weinig in film. Kleine afzetmarkt en taalgebied, beperkte middelen. Opvattingen dat "cinema te duur is, en dat TV kraantjeswater is". Er is een overaanbod aan Vlaamse fictie... op TV.
- De omroep moet van 'broadcasten' naar 'narrowcasten': doelgroepen targeten. Bij tv over internet kan je opvolgen wie wanneer en naar wat kijkt. Omroepen wordt zo ook een steeds meer interactieve 'conversatie'.
- Wat moet de omroep doen wanneer telco's rechtstreeks met producenten gaan praten?
- Een kwaliteitsvol, gedifferentieerd en doelgroepen-gebaseerd aanbod. De consument zal niet langer voor alles willen betalen (cfr. Net gemist als je het programma gratis online kan vinden)
- De consument naar andere platformen volgen: aanbod op mobiele platforms, crossover met bvb toerisme (PDA-gestuurde wandelingen met een Vlaamse productie als thema)
- Partnership publiek-privé. "In een crossmediale aanpak waar media naar elkaar verwijzen wordt het event belangrijk. Eenmaal zichtbaar in de media, kunnen afgeleiden worden uitgerold: website, dvd, vod, tv-reeks, game, print, enz. Cinema en TV hebben elkaar dus nodig." Online, niet enkel omroepcontent maar ook content van andere partijen; de omroep als aggregator.
- Sterkere partnerships met film, ook qua productie. Films van eigen bodem doen het goed: inzetten op een reeks auteursfilms, coproducties met relatief kleine budgetten.
- Pareltjes uit het audiovisuele archief van de VRT (lange traditie filmprogramma's), en het DIVA-project (digitalisering van het archief) openen perspectieven.
"Ik ben van mening dat film en omroep elkaar opnieuw en beter gaan vinden. Ze komen beiden tegemoet aan een fundamentele behoefte in iedere samenleving, die om samen een goed verhaal te beleven, dat verrijkt en vermaakt. Tv doet dat thuis op de buis, de film in een zaal die wat van zijn luister verloren is. Maar eenmaal het licht uit, telt alleen nog wat zich afspeelt op het doek, en in het hoofd van de mensen."
VRAGENRONDE
Sandra den Hamer sprak over 40 miljoen euro om de Nederlandse zalen digitaal uit te rusten. Zo'n grote som geld is dat niet, waarom moet dat zolang duren?
- De investering in digitale projectie is voor vertoners wel een heel duur verhaal: tussen de 50.000 en 100.000 euro; een investering waar je, denkt men, slechts tien jaar lang goed mee zal zijn. De winst zit vooral bij distributeurs (geen zware investeringen, goedkopere distributiecopieën)
- Die winst bij distributeurs moet worden genuanceerd, zo groot zijn de financiële voordelen niet. Wat wel heel belangrijk is, is een gezamenlijke aanpak. Iedereen in één keer, met een sturende inbreng van de overheid.
- Een andere oplossing voor sommige spelers is een stapje terug te doen qua technologische standaard. Bijvoorbeeld full HD: de kleur is iets minder maar er is amper resolutieverschil. Het materiaal is stukken goedkoper en zeker voor kleinere schermen goed geschikt. Cinema Zed digitaliseert op die manier, flink onder de 10.000 euro.
Wat is VPF?
- Voor antwoord wordt verwezen naar de publicatie "Digitale Cinema - veranderingen, kansen en uitdagingen voor de bioscoop- en distributiesector", vanaf p. 34.
- Opmerking: Vóór het sluiten van een VPF-deal vragen majors vaak een non-disclosure-agreement. Dit geeft aanleiding tot bezorgdheid over inmenging in de programmatie van een zaal ("De zaal wordt een zaal van de major", wordt gezegd)
In het kader van de besparingen, wordt DIVA wel voortgezet?
DIVA gaat in principe verder. Film en tape vergaan na x aantal jaar, we moeten er nu mee beginnen, zoniet verliezen we delen van ons audiovisueel patrimonium. Een neerslag van Vlaanderen uit de jaren vijftig tot negentig zit bij de VRT.
Hoe harmonieus is de samenwerking met Telco's?
Fonk heeft met een goede ervaring in de samenwerking met Telco's.
Opmerking: VOD heeft nog lang niet het marktaandeel dat het zou kunnen hebben. DVD-verkoop is nog steeds sterker.
Dag van het Filmberoep. Foto:Greet Halsberghe
