tekst
WIJ ZIJN AL LANG KLAAR! Blog voor verruimde kunstbeleving
Door Ive Stevenheydens
Uit: Cross-over. Kunst, media en technologie in Vlaanderen. BAM/LannooCampus, 2008, pp 163 - 183
Kunnen we de media in de mediakunst achter ons laten en focussen op de kunst? Als jullie ons, als regelmatige bezoekers van allerhande soorten performances, concerten en tentoonstellingen, vragen wat er binnen de Belgische mediakunsten de laatste jaren voornamelijk opvalt, dan is dat ongetwijfeld het feit dat het al lang geen big issue meer is dat kunstenaars met technologie werken. We hebben allen het gevoel dat digitale en analoge technologie reeds decennia lang een logisch onderdeel vormen van het werk en het leven op zich. Wereldwijd beschouwen we de technologie als een intrinsiek onderdeel van de hedendaagse kunst en cultuur.
VOORBIJ DE TECHNOLOGIE
Eigenlijk hebben wij, gewone toeschouwers, al lang een klik gemaakt. Wij bevinden ons in een tijdperk waar nieuwe technologieen elkaar in een snel tempo opvolgen. De technologie is vervlochten met ons dagelijks leven: we communiceren, leven, dragen, wonen, eten... met behulp van technologie. Aan de kant van de makers is een gelijkaardige evolutie aan de gang, ook in Belgie. Een aantal jaar geleden werden kunstenaars zoals Angelo Vermeulen, Aernoudt Jacobs of Kris Verdonck nog steevast bestempeld als 'nieuwe mediakunstenaars'. Als we nu kijken naar waar zij de laatste maanden en jaren zoal mee bezig waren, dan dekt de vlag de lading niet meer helemaal. Media en technologie zijn nog wel aanwezig in hun werk, maar zijn er al lang niet meer het focale onderzoekspunt van - voor zoverre ze dat tenminste ooit mogen geweest zijn. Deze drie kunstenaars zijn immers eerder begaan met sociale, politieke en esthetische issues. Angelo Vermeulen concentreert zich in zijn werk op dit moment op een drietal richtingen.2 In de eerste plaats gaat hij verder met de ontwikkelingen rond Biomodd, een project dat volgens de maker ecologie, gamecultuur en installatiekunst samenbrengt, maar dat vooral draait rond ontmoeting. Na de eerste moddingsessies in Athene en Ohio, wil Vermeulen in de nabije toekomst voor het project opnieuw mensen samenbrengen in Azie en Europa. Daarnaast wil hij, in de zomer van 2008, samen met de Brusselse organisaties FoAM en gRig een project ontwikkelen dat verhaalt over de afbrokkeling van de burgerrechten door onder meer de effecten van surveillance, datamining (het hergebruik van beschikbare data) en biometrie onder de loep te nemen. Het project bestaat uit enerzijds een denktank en anderzijds een reeks artistieke projecten en interventies. Een derde peiler in Vermeulens hedendaagse artistieke productie draait rond experimentele documentaire. Na het succesvolle Un mal pour un bien, speelt hij met de idee een film te maken rond de Belgische UFOgolf van 1989. De film gebruikt het UFO-fenomeen als pretext, maar gaat in feite over herinnering, verbeelding, frustratie en sciencefiction. Vermeulen concentreert zich daarnaast op ettelijke lezingen en symposia, en wil binnenkort ook zijn 'dialoogboek' presenteren, opgetekende gesprekken die hij met de kunstfilosoof Antoon Van den Braembussche voerde over de spanningsboog kunstmystiek- technologie. Aernoudt Jacobs bracht onder meer een erg uitgepuurde audiovisuele installatie. In samenwerking met Kjell Bjorgeengen toonde hij in het Kunstmuseum Bergen, in het najaar van 2007, een strakke geluidsinstallatie die een relatie aanging met Bjorgeengens statische video's op lcd-schermen - haast schilderijen - en de architectuur van de locatie. Op dit moment bereidt hij een nieuw werk voor over de invloed van veranderende materie - water naar ijs als voorbeeld - op klanken. De realisatie daarvan is gepland voor 2009. In mei 2008 laat hij zich opmerken met het sounddesign voor een theaterstuk van Zouzou Leyens en met een tentoonstelling in Singuhr, Berlijn. Van Kris Verdonck ging in 2007 zijn meest zuivere dansvoorstelling, I/II/III/IIII, in premiere. De aangewende techniek, een soort van katrolconstructie waaraan een tot vier dansers zweefden, wekte verbazing. Maar het was voor Verdonck niet het uitgangspunt van de voorstelling, integendeel. De choreografie stond voorop: een solo, een duet, een trio en een pas-de-quatre volgden elkaar op. Bovendien verwezen de beelden in I/II/III/IIII sterk naar inhoudelijke lagen, zowel naar de kunstgeschiedenis (de danseressen herinnerden bij vlagen aan de witte vogels uit Het Zwanenmeer) als naar de bio-industrie (slepende lijven als dierlijke karkassen).
HET EINDE VAN DE NIEUWE MEDIAKUNSTENAAR?
Voor de muziek van I/II/III/IIII stond QUIX in, ook iemand die vaak in de gedoodverfde categorie '(nieuwe) mediakunstenaars' geplaatst wordt. 'Ik zie mezelf helemaal niet meer als mediakunstenaar', zei QUIX ons.3 'Die term heeft helemaal geen betekenis meer. Als je het heel theoretisch wilt bekijken, noem je me maar een postdigitale kunstenaar. Ik ga tegelijkertijd erg veel om met nieuwe en oude media. De media van 2008 verhouden zich als het hypermodernisme tot het postmodernisme. Ikzelf kijk gewoonweg naar mijn eigen werk en hoe dat evolueert.' QUIX werkt opnieuw met Verdonck samen aan een nieuw project, End. End is een postapocalyptische monoloog waar ook Anouk De Clerq toe bijdraagt (de premiere is in mei 2008). In zijn praktijk verschuift QUIX, naar eigen zeggen, de laatste tijd meer en meer van geluid naar beeld. Zo ontwikkelde hij in 2007 onder meer Drie Monochromen: RGB, een livevideo- en liveaudiowerk dat in DeSingel en MuHKA te zien was. Drie Monochromen is een partituur over acht kanalen die aan aparte klankeffecten en videoparameters gekoppeld zijn. 'Een werk dat op Cage geinspireerd is en tegelijkertijd schaamteloos naar de Amerikaanse minimal art verwijst.' Van het werk maakte QUIX ook c-prints. 'Ik werk met muziek, film, video en ook werk op papier. Bovendien verspreid ik ook andere kunstenaars/muzikanten via mijn cdr- en internetlabel Snapshots. Waarschijnlijk krijg ik vaak het stempel van 'nieuwe mediakunstenaar' omdat ik het meest zichtbaar ben op nieuwe mediaevenementen. Maar, ik speel ook muziek in bijvoorbeeld een volkskeuken in Vorst.' Volgens QUIX blijkt de term '(nieuwe) mediakunstenaar' helemaal niet afkomstig te zijn van de makers van die media zelf. Maar vanwaar of van wie komt de term dan wel? In Belgie zijn de jongste tien jaar, naar analogie van internationale festivals zoals Transmediale (Berlijn), Ars Electronica (Linz) of DEAF (Rotterdam), diverse grote evenementen rond digitale en analoge media uit de grond gestampt. In het verlengde daarvan lokten kunstencentra en tientallen andere platformen ons op regelmatige basis naar avonden, die zich vaagweg op nieuwe media concentreerden. Merkwaardig genoeg zien we dat er ondertussen op zulke evenementen een soort van nichekunstenaars en/of nichekunst circuleerden: personen en werken (of updates daarvan) die al jaren de ronde deden, waardoor er een soort van 'circuit' is ontstaan. Kunstencentra en andere platformen creeerden jaren geleden een soort 'vergaarbakken' voor nieuwe media. Alles wat enigszins afweek van de gangbare norm kwam onder die noemer terecht.
WAT IS KUNST?
Vandaag zijn wij stevig vertrouwd met wat toen nieuwe technologie was. Zo houden we ons zowat dagelijks bezig met de zogenaamde sociale media zoals YouTube, Facebook of Flickr. En creatief zijn we: we posten een video hier, tonen onze persoonlijke foto's op een site daar, schrijven verschillende soorten teksten op blogs en spelen met verschillende digitale tekenprogramma's. Kunnen we die media en onze uitingen dan tot 'kunst' rekenen? In dat opzicht vinden we de thesis, die Boris Groys in zijn recente essay Art Power ontwikkelt, interessant (Groys, 2008). Hedendaagse 'kunst', zoals Boris Groys het stelt, is onderhevig aan de 'markt'. Onze huidige 'postcommunistische toestand' wordt meestal begrepen als de tijd waarin de markt alle pogingen om haar eigenheid en functioneren in vraag te stellen heeft overwonnen. In die zin wordt een kunstwerk - omschreven door Groys als min of meer een 'individuele uiting' - onderhevig aan de regels ervan. Met andere woorden: de waarde van een kunstwerk wordt bepaald door de markt. Of sterker: de marktwaarde bepaalt of een 'individuele uiting' al dan niet kunst is (of over de potentie beschikt om marktwaarde te verkrijgen of te winnen). In het verlengde daarvan stelt Groys dat onder het regime van de vrije markt kunst die zichzelf 'serieus' wil nemen enkel 'kritisch' kan zijn tegenover zichzelf, dat kunst binnen dat systeem enkel kan reflecteren over zijn eigen impliciete aard als productwaarde. De aspiraties en filosofie van Andy Warhol en zijn factory, en hoe het met popart verging, kunnen we hier wellicht als meest bekende voorbeeld opwerpen. We mogen onze creatieve uitspattingen online helaas niet tot kunst rekenen. De markt 'ziet' of accepteert onze spielereien immers zelden als kunst. Er is bij deze media ongetwijfeld - op een andere manier - een zekere marktwaarde aanwezig. Investeerders zetten bijvoorbeeld maar al te graag hun banners op die sites. Dragen wij, als 'creatieve non-kunstenaars', dan louter bij tot het marktpotentieel van hun product? Construeren wij, allen samen, door middel van onze eigen uitingen dit abstracte ding, deze 'marktwaarde'? Net zoals wij online kritisch kunnen zijn over de manier waarop onze creativiteit ingezet wordt binnen 'de markt', moet ook de kunst die weigert te functioneren als een marktwaarde, kritisch zijn over het systeem en zichzelf als product daarbinnen. In Art Power analyseert Groys hedendaagse westerse kunst. Die gedraagt zich volgens hem steeds meer als ideologische propaganda. Werken worden geproduceerd voor en tentoongesteld aan het massapubliek, op biennales, internationale tentoonstellingen en omvangrijke festivals. Dat er op dat soort evenementen nauwelijks tot geen werk te zien is van 'nieuwe media' kunstenaars, is iets wat wij uit die hoek nog steeds vaak horen. Nieuwe mediakunst is in zekere zin ook moeilijk binnen dit systeem te 'vatten', gezien het binnen verschillende 'markten' met verschillende wetmatigheden functioneert. Het steeds een beetje 'buiten categorie' zijn, is misschien een sterkte, omdat het een meer kritische houding toelaat ten opzichte van de mechanismen binnen elke markt. De kunstenaar zit al jaren niet meer in een strak omlijnd kader. De kunstorganisaties volgen die ontwikkelingen eerder traag op. Blijkbaar moet een kunstenaar anno 2008 toch nog van goeden huize zijn om de cross-over tussen biennale en mediafestival te maken. Enkel erg gerespecteerde kunstenaars met een lange carriere zoals Harun Farocki blijken daartoe in staat. In eigen land bewandelen Grimonprez en Asselberghs dit pad: hun kunstwerken worden zowel getoond in een beeldende kunst context als tijdens mediafestivals. In feite is die 'vermenging' louter een kwestie van tijd: bakens slijten moeizaam... Wij, het publiek dat dagelijks met technologie omgaat, zijn ondertussen al een heel eind verder. Wij trekken niet alleen naar beide soorten manifestaties, maar naar nog zoveel meer. Wij, het grote publiek, zien ook al lang het onderscheid niet meer tussen hoge en lage cultuur. Wij kunnen dansen en sporten, en tegelijkertijd intelligent zijn. Om ons schrander voor te doen hebben wij de musea niet meer nodig. Wij zijn benieuwd en hongerig. Kunnen wij samen 'de kunst' loslaten? Het zou goed zijn als de 'samenstellers' meer afstand willen nemen van hun 'serieux'. Wij, het publiek, missen immers nog te veel. De schakels bestaan, we voelen ze en we veronderstellen ze, maar ze moeten zichtbaar gemaakt worden. Waarom hebben we in Belgie maar weinig volwaardige interdisciplinaire evenementen voor de kunsten, al dan niet voorzien van een thematisch kader of van een onderzoekende invalshoek? Naast de relaties die gelegd worden met de technologische ontwikkelingen, de design en de exacte wetenschappen, ligt er nog een enorm terrein open dat maar zelden ontgonnen wordt. Linken naar bijvoorbeeld culinaire, transculturele of sportieve velden, kunnen leiden tot verfrissende invalshoeken en inzichten. Precies daar hebben wij zin in! Tegelijkertijd willen wij een meer verruimde klankcultuur. Ook in Belgie jagen diverse organisaties voor geluidscultuur en platformen die zich met geluid bezighouden nog te veel een eigen agenda na, terwijl net de clash van stijlen, scholen of invalshoeken interessante verschuivingen kan opleveren. De honderden hedendaagse Belgische klankartiesten worden nog te vaak in een of andere hoek geduwd.4 Kleur en diversiteit vormen een rijkdom, ook in klank. Breng deze artiesten samen en laat ze botsen. Het publiek ontwikkelde immers zelf een hoorcultuur die niet meer focust op een muziekgenre, maar zich zuiver toespitst op de smaaktextuur van het geluid. De artiesten lijken zich echter met graagte aan te passen: ze lijken wel werk te leveren op maat van de instellingen, net zoals Da Vinci, Rubens of Van Dyck het destijds voor hun opdrachtgevers deden. Zo zien we dezelfde klankmaker nauwgezet bezig in de coulissen van het theater bij een danssolo, terwijl hij later wild hoofdschuddend een verschroeiende technoset weggeeft. Ook de kunstenaars zijn zoals wij. En wij? Wij zijn uiteindelijk present om eenvoudige redenen, die Pascal lang geleden al zo mooi formuleerde: 'vanuit een weigering toe te geven aan de miserie, de dood en - vooral - de onwetendheid'.5
Noten
1 Toen me gevraagd werd om een tekstbijdrage te leveren voor deze publicatie, kampte ik met een ernstig tijdsgebrek. Daarom laat ik op deze plaats liever het publiek aan het woord. Dit is een herwerkte versie van wat ik gevonden heb op een blog, een anonieme tekst geschreven aan iemand uit Saragossa.
2 E-mailconversatie met Angelo Vermeulen op 30 januari 2008.
3 Ontmoeting met met QUIX op 31 januari 2008.
4 Guy De Bievre en Interval, Eavesdropper, R.O.T., Laila Amezian, Boudewijn Cox, Kohn, BL!NDMAN, Dora Garcia, Ovil Bianca, Alex Otterlei, Q-O2, Tuk, Scratch Pet Land, Slavik Kwi, Teuk Henri, The Minimals, Boudewijn Buckinx, Stilll en vrienden, David Shea, Anton Price, Els Opsomer, DJ Grazzhoppa Bigband, Luc Batailie, Martiens Go Home, Emilio Lopez- Menchero, Olivier Toulemonde, Werner Viaene, Building Transmissions, Teun Verbruggen, Gabriel Severin, Lise Duclaux, Danielle Baas, Fred Van Hove, Champ d'Action, Eric Thielemans, mensen van Logos, Isabelle Martin, Alexis Koustoulidis, Renaud De Putter, Soulwax, Motek, OKNO, Pierre Berthet, Henri Pousseur, Laurent Boudic, Olivier Gregoire, Ictus, Psamim, Pascale Barret, Jean-Paul Dessy, Ignatz, Steven Prengels, Geographique, Tom Van Laere, Logos, Joris Vermeiren, de Ultra Eczema crew, Senjan Jansen, Dijf Sanders, DJ K-OS, Elko Blijweert, Thin Consolation crew, Simona Denicolai & Ivo Provoost, Jozef Vanmaele, Kern, Peter Downsbrough, Fabrice Lig, Kiss The Anus of A Black Cat, Anette Vande Gorne, Silvester Anfang, Joelle Tuerlinckx, Maria Blondeel, DJ Low, Stephan Dunkelman, Wio, Toss, Koen Lybaert, Octurn, Mauro, Baudouin Oosterlynck, Esther Venrooy, Portables, Sam Vloemans, Mr. Snake, Pierre Vervloesem, Peter Van Hoesen, Violaine de Villiers, Johan Vandermaelen, Dick Black, Chantal Robette en zovele hier niet vernoemde anderen: de liefde voor het experiment, het avontuur en het geluid bindt jullie. Maar de vraag is of deze artiesten elkaar kennen?
5 'Divertissement - Les hommes n'ayant pu guerir la mort, la misere, l'ignorance, ils se sont avises, pour se rendre heureux, de n'y point penser.' Blaise Pascal (1623-1662).
Literatuur
GROYS, B. (2008) Art Power. Cambridge MA: MIT Press
PASCAL B. (1967) Pensees sur la religion et quelques autres sujets. Paris: J. Delmas & Cie. 170
