tekst
MEDIAKUNST OP EEN VOETSTUK
Door Karen Verschooren
Uit: Cross-over. Kunst, media en technologie in Vlaanderen. BAM/LannooCampus, 2008, pp 115 - 141
Mediakunstproductie gaat hand in hand met mediakunstpresentatie, en dit al sinds 1830. Immers, de fotografie - ooit begrepen als onderdeel van de mediakunst - werd vanaf het moment van creatie voorgesteld tijdens lezingen en tentoongesteld in musea, al waren het de wetenschapsmusea, maar dat is een ander verhaal. Fotografie en videokunst hebben zich ondertussen afgescheurd van de categorie 'mediakunsten' die nu de kunstpraktijken omvat die zich bedienen van de netwerktechnologieen van de late 20ste en vroege 21ste eeuw. De term 'mediakunst' wordt vaak voorafgegaan door het problematische adjectief 'nieuwe' en omvat vandaag werken die gebruikmaken van beveiligingscamera's, handheld computersystemen, gps, mobiele telefonie, internettechnologie, computer- en videogames, enz.1
Ook in Vlaanderen wordt mediakunst sinds haar ontstaan gepresenteerd op verschillende manieren en in verschillende settings. Van lezingen, symposia en conferenties, tot workshops en tentoonstellingen in kunstenaarslaboratoria, kunstencentra, galerijen en musea voor hedendaagse kunst. De mediakunsten kwamen in Vlaanderen op geregelde tijdstippen aan bod voor wie zijn weg ernaar wist te vinden. Elke presentatievorm en elke presentatieplaats bieden de mediakunstenaar, het publiek en de kunstvorm iets anders. Lezingen, symposia en conferenties geven de kunstenaar de gelegenheid om op diepgaande wijze zijn/haar praktijk en werken toe te lichten. Aangezien mediakunstwerken vaak onderzoeks- en procesgericht zijn, draagt dergelijke verduidelijking vaak bij tot een intenser begrip van de interpretatiemogelijkheden van het werk. Daarnaast stimuleren lezingen, symposia en conferenties de academisering van de mediakunst als kunstvorm, de explicitering van haar esthetiek en het ontwikkelen van een eigen vocabularium. Workshops op hun beurt bieden kunstenaars productie-ervaring, technieken en een groep collega's terwijl ze de mediakunst als kunstvorm voorzien van werken en een kunstenaarsbestand. Tentoonstellingen ten slotte bieden de kunstenaar naast een reputatie ook een plaats om het werk te laten interageren met een ruimer publiek en het van een thematisch en/of kunsthistorisch kader te voorzien. De mediakunsten worden zodoende als 'serieus te nemen' artistieke expressievormen naar voren geschoven, gepresenteerd en gedocumenteerd. Wat deze verschillende presentatievormen precies betekenen voor de kunstenaar, zijn/haar publiek en de kunstvorm, wordt uiteraard beinvloed door de setting waarin mediakunst naar voren wordt gebracht. Een lezing, workshop of tentoonstelling is 'anders' als ze plaatsvindt in een reeel dan wel in een virtueel kunstenaarslabo, een kunstencentrum, een galerij, een museum voor hedendaagse kunst of een alternatieve online venue. Workshops in iMAL trekken een andere groep participanten dan workshops in STUK of Vooruit, mediakunst krijgt een andere context en een ander publiek in MediaRuimte en S.M.A.K., enz. De verschillende locaties laten verschillende connotaties toe en hebben de kunstvorm iets eigens te bieden. In het ontwikkelen van een presentatieveld komt het er dan ook op aan een evenwicht te vinden tussen de verschillende presentatievormen en -plaatsen. Hoe staat het Vlaamse mediakunstpresentatieveld er momenteel voor en waarom? Wat betekent dit presentatieveld voor de mediakunst in Vlaanderen? De volgende paragrafen zijn het resultaat van een door deze vragen geinspireerde zoektocht.
HET VLAAMSE MEDIAKUNSTPRESENTATIEVELD ON-SITE
De kunstenaarslaboratoria doken eind jaren negentig op in Vlaanderen en voornamelijk in Brussel. Inspelend op een gebrek aan experimenteerruimte voor de mediakunst breidden deze labo's hun activiteiten snel uit van het organiseren van productieactiviteiten (ter beschikking stellen van studio's en productieadvies) naar presentatie in lezingen, symposia en tentoonstellingen. Constant vzw organiseert bijvoorbeeld sinds 1997 Verbindingen/Jonctions, een thematisch festival dat zich jaarlijks toelegt op de randgebieden tussen media, beeldende kunst en muziek. iMAL kan op haar beurt een zestal tentoonstellingen op haar palmares schrijven; CONTinENT (2000), F2F (2003), Infiltrations Digitales (2004), Open Lab (2005), Art + Game (2006), en de recente tentoonstelling ter ere van iMAL's nieuwe locatie (oktober 2007), en schonk hiermee een platform aan meer dan 50 nationale en internationale mediakunstenaars. Ook Lab[au] is sinds de oprichting van MediaRuimte Digital Design Gallery een actieve speler in het tentoonstellingsveld van de mediakunsten. Sinds 2003 zagen een twintigtal MR.xpo's het licht. Dit zijn maar enkele voorbeelden, want de presentatieactiviteiten van NADINE, FoAM, CARGO, de Filmfabriek, naarstige Media nijverheid (Dorkbot), Cimatics, Foton of OKNO verdienen evengoed een vermelding. Terwijl in Vlaanderen een aan de academische wereld verbonden medialab ontbreekt, zorgt dit amalgaam aan kunstenaarslabo's, waar kunstenaars en wetenschappers2 opereren, wel voor een gedecentraliseerde versie. Bovendien hebben de labo's en hun teamleden (net zoals de individuele mediakunstenaar) de mogelijkheid om hun band met de academie en onderzoeksinstituten te expliciteren, bijvoorbeeld via het Art&D-programma van IBBT, en de beurzen van NIvOK.3 De activiteiten van deze kunstenaarslabo's zijn voornamelijk gericht op mediakunstenaars en mediakunstliefhebbers en voorzien de mediakunst in de eerste plaats van een onderzoeksgerichte context. Ook de kunstencentra in Vlaanderen blijken een podium te bieden voor de mediakunst. Net iets later op de trein gesprongen, voorzien ze de mediakunsten vandaag van een culturele context en bereiken ze een algemeen cultuurminnend publiek. Fricties, het platform voor mediakunsten van kunstencentrum Vooruit, organiseert sinds 2003 festivals en tentoonstellingen rond mediakunst, vaak in samenwerking met gelijkgestemde partners. Etoiles polaires, Placard headphone festival, Almost Cinema (festival voor werken op het grensgebied tussen mediakunst, muziek, theater en cinema) en Say it now! zijn slechts voorbeelden van de meest bekende evenementen. Courtisane, het festival voor kortfilm, video en nieuwe media was aan haar zesde editie toe in mei 2007. Ook het Leuvense kunstencentrum STUK draagt een steentje bij in het veld van de mediakunstpresentatie in Vlaanderen. In de archieven vinden we, sinds het seizoen 2000-2001, een categorie 'nieuwe media' terug. Aanvankelijk nog een beetje zoekend ingevuld met de videoinstallatie Deaf Poem society en het STUK-eindfeest, vullen de activiteiten van het vijfdaagse ARTEFACT festival deze categorie sinds februari 2002. Pieter-Paul Mortier, de programmator 'Kunst en nieuwe media' van STUK, kreeg in het najaar van 2006 een permanente opdracht. Verwacht wordt dat het ARTEFACT festival zal aangevuld worden met een reeks andere projecten rond kunst en nieuwe media. Ook BUDA Kunstencentrum Kortrijk verruimt stilaan haar activiteitenveld en de mediakunst kreeg er recent een podium in Artes Digitales, een tentoonstelling rond Digitale Belgische Kunst georganiseerd in het kader van BUDAfest. Vergeten we ten slotte niet het Hasseltse Kunstencentrum Z33, dat met projecten zoals Feel, Exces en Place@Space zich in de categorie 'kunstencentra met aandacht voor nieuwe mediakunst', inschrijft. Een veelbesproken en evidente setting voor mediakunst, zijn de centra voor nieuwe mediakunst. Ze voorzien de kunstvorm van een context, waar onderzoek, educatie, productie en presentatie hand in hand gaan. Dergelijke centra voor nieuwe mediakunst bestaan tot op heden niet in Vlaanderen. ARGOS, het Brusselse centrum voor kunst en media, benadert in haar missiestatement misschien het dichtst de doelstellingen van centra voor mediakunst zoals Eyebeam, V2_, Ars Electronica of Zentrum fur Kunst und Medientechnologie (ZKM), maar blijft in haar subjectmaterie vaak gericht op het zuiver audiovisuele, wat zich in de praktijk vertaalt in een primaire aandacht voor (experimentele) film en video. Een sector die in Vlaanderen ook eerder voorzichtig is geweest in haar engagement met de mediakunst, zijn de musea voor hedendaagse kunst. Musea zoals S.M.A.K. en MuHKA schenken tot op de dag van vandaag in het algemeen weinig aandacht aan mediakunst.4 Nochtans hebben die musea de mediakunst heel wat te bieden. Niet alleen bereiken ze met hun tentoonstellingen een ruimer kunstgezind publiek, ze voorzien de mediakunst ook van een kunsthistorische context, bieden een mogelijkheid tot collectievorming en staan in voor documentatie, conservatie, archivering en educatie. De musea voor hedendaagse kunst vervullen met andere woorden nog steeds een reeks functies die andere settings niet aan de mediakunst kunnen bieden. Het is dan ook vanuit dergelijk perspectief dat het gebrek aan aandacht van de musea voor hedendaagse kunst jammer kan gevonden worden. Een blik op de activiteiten van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (S.M.A.K.) duidt aan dat het museum nog maar vrij recent de weg naar de videokunst ontdekte. Dirk De Wit vertelt: 'In januari 2004 organiseerde Filip Luyckx, directeur van de galerij van de kunstschool Sint-Lukas, een tentoonstelling in het S.M.A.K. die heel wat video en installatie bevatte. Een aantal mensen die voordien bij het S.M.A.K. betrokken waren, bestempelden de show als de eerste videokunsttentoonstelling. Niet dat er voordien geen video werd getoond in het S.M.A.K., maar dit was de eerste tentoonstelling met een nadruk op video. Vandaag wordt videokunst regelmatig opgenomen in de tentoonstellingen, zowel in de permanente als in de roterende galerijen.' (Interview Verschooren met De Wit, 2006). De tentoonstelling Dream Extensions presenteerde werken van onder andere Mariko Mori, Abigail Lane, Jane & Louise Wilson, Georgina Starr en Anne-Mie Van Kerckhoven. Vandaag heeft de videokunst een behoorlijke portie van de S.M.A.K.-galerijen en - collectie veroverd en lijkt het instituut stilaan op zoek naar nieuwe uitdagingen. Tussen 12 november 2005 en 15 januari 2006 bijvoorbeeld, toonde S.M.A.K. in samenwerking met Fricties, het platform voor mediakunsten van kunstencentrum Vooruit, het interactieve audiovisuele werk van Carsten Nicolai in de tentoonstelling Visual Music of Sonic Codes. MuHKA lijkt op het vlak van de mediakunsten een stapje voor te zijn op het S.M.A.K. Als erfgenaam van het International Cultural Centre (I.C.C.) - het eerste publieke instituut voor hedendaagse kunst in Vlaanderen opgericht in 1970 - kreeg MuHKA bij de start in 1987, een collectie in de schoot geworpen die zowel performance als videokunst bevatte.5 In 2004 werd Edwin Carels-programmator van het Internationale Film Festival in Rotterdam en directeur van Exploding Cinemaaangenomen als directeur 'Film en media' binnen MuHKA_media.6 Met Edwin Carels heeft het MuHKA mogelijk de juiste man in huis om een engagement met mediakunst te ontwikkelen en te verdiepen. Echter, binnen de institutionele werking van een museum vergt het vaak meer dan de juiste man op de juiste plaats: 'Het traditionele team van een museum en dat waarvoor ze aandacht hebben, is vaak ver verwijderd van immateriele of genetwerkte kunst. Zelfs als je een werknemer hebt die alle vereiste kennis en expertise heeft en die kan argumenteren waarom het museum dit of dat mediakunstwerk zou moeten tentoonstellen, dan nog moet het team en de directeur overtuigd zijn van de waarde van de kunstvorm' (Interview Verschooren met De Wit, 2006). Hoewel het discours van MuHKA-directeur Bart De Baere een openheid met betrekking tot de opname van mediakunstwerken signaleert, blijkt de praktijk voorlopig eerder exclusief. Enkele mediakunstprojecten zagen ondanks de interne politiek toch het daglicht binnen MuHKA_media. Acoustic.Space.Re-search Lab-een onderzoeksproject met als doel een context te ontwikkelen voor experimenten in akoestische ruimtes via onderzoek in netart, soundart, radio-en satelliettechnologie-, een simulatie van een reconstructie door Remote Means en vooral de samenwerkingen met Constant vzw (cf. infra) zijn veelbelovend als indicatoren van een ingeslagen weg voor de toekomst. Terwijl de methodiek voor mediakunstlezingen, -symposia en - conferenties vrij vanzelfsprekend lijkt, blijken nog veel vragen te bestaan rond tentoonstellingsmethodologieen voor mediakunst. Een mediakunstwerk installeren is vaak minder eenduidig dan een schilderij aan de wand hangen of een sculptuur op een voetstuk plaatsen. Inderdaad, het gebrek aan tentoonstellingsmethodologieen (naast de voor velen nog obscure esthetiek, economische vraagstukken over collectie van mediakunstwerken en fondsenwerving voor mediakunsttentoonstellingen, onzekerheid over juridische aspecten, gebrek aan infrastructuur, enz.) blijkt een belangrijke verklarende factor in de minimale aandacht van museale instituten en galerijen. Nochtans zijn tentoonstellingsmethodologieen cruciaal. Ze beïnvloeden in grote mate de publiekservaring en diens begrip van de werken. Nieuwe mediakunstcurator Sarah Cook voorziet ons van een voorbeeldje7: 'Curator Kathy Rae Huffman, speaking of her experience of curating an exhibition of 3D screen and Web-based art, commented that gallery visitors - sitting on low seats at low terminals - talked to each other to figure out how to make the pieces work. The set-up of the exhibition supported a social exchange around the work - which (...) makes a point about how a technological network serves to help generate a corresponding social network' (Cook, 2006). Hoewel er geen ruimte is om uitgebreid in te gaan op tentoonstellingsmethodologieen, geven enkele karakteristieken van mediakunst toch hints.8 Een succesvolle presentatie van een mediakunstwerk houdt bijvoorbeeld rekening met het procesgeorienteerde en tijdafhankelijke karakter van het werk, en voorziet het publiek van voldoende contextuele informatie opdat de basis van het systeem kan begrepen worden in een relatief korte tijdspanne. Ook het mogelijk interactieve, participatieve en veranderbare karakter van veel mediakunst vergt informatieverschaffing. De bezoeker moet aangemoedigd worden het algemene 'niet aanraken a.u.b.'-museumgedrag te doorbreken en indien hij niet vertrouwd is met de gebruikte interfaces en navigatiesystemen, is ook daar een duwtje in de rug nodig. Bovendien mag de interactie met het werk niet voor onnodig lange wachttijden zorgen tussen de deelnemers en mag het de natuurlijke flow van de museumbezoeker niet al te veel op de proef stellen. Het variabele karakter van de mediakunst als kunstvorm vereist ten slotte een flexibel en goed technologisch uitgeruste tentoonstellingsruimte, waar soft- en hardware up-to-date gehouden worden. Deze algemene richtlijnen aanvaardend, besluiten we met Christiane Paul dat: 'The presentation and physical environment of a new media project ultimately should be defined by the conceptual requirements of the artwork itself' (Paul, 2007).
PRESENTATIEPLAATSEN ONLINE
Naast de vele fysieke locaties waar mediakunst tentoongesteld wordt, mogen we toch ook niet de virtuele presentatieplaatsen vergeten. Vooral voor een specifieke categorie binnen de mediakunst, de internetkunst of netkunst, is het world wide web een evidente outlet. Het web biedt de mediakunstliefhebber een reeks interessante websites, varierend van kunstenaarsblogs en/of -websites, en de genetwerkte communities, tot de non-profitorganisaties zoals Rhizome.org en Turbulence.org. Ook Second Life heeft zijn kunstenaarskolonies en wie liever zijn avatar naar een tentoonstelling stuurt, kan dit nu ook doen. De sites zijn door een algemeen gebruik van de Engelse taal internationaal9 geworden. Een volledige opsomming van Belgische of zelfs Vlaamse sites en hun activiteiten lijkt dan ook niet gepast. Laat het volstaan de belangrijkste spelers in het veld kort te vermelden. Terwijl Digitaal Platform van BAM, Instituut voor beeldende, audiovisuele en mediakunst (BAM, 2007) en Platform Limburg Beeldende Kunsten (2005) zich toespitsen op informatieverschaffing, cureert Antwerp Internet Art of anina.be op tweemaandelijkse basis internetkunsttentoonstellingen. Ook het NICC (Nieuw Internationaal Cultureel Centrum) schreef met Neterotopia (2006) een internettentoonstelling op haar palmares. Voorlopig zijn er nog geen Vlaamse sites die zich op het terrein van de internetkunstcommissies begeven.10 EN VAAK SAMEN De kunstenaarslaboratoria, kunstencentra, galerieen en musea voor hedendaagse kunst in Vlaanderen zijn elkaar niet volkomen vreemd. Belangrijk om op te merken zijn de samenwerkingsverbanden die op geregelde tijdstippen de kop opsteken. Zo slaan FoAM, OKNO en Nadine sinds 2006 de handen in elkaar voor de .x-med-k.-workshops (2007). MuHKA_media en Constant vzw vonden elkaar in de organisatie van onder andere Verbindingen/Jonctions 2005 en Stitchand- split@Antwerpen (2006). Kunstencentrum Vooruit werkte samen met Workspace Unlimited rond het project Virtual World of Art, met Bolwerk voor Multimediakunstenaars presenteren hun werk, en met ARTEFACT festival 2006 (STUK) voor de live picknicks van Michelle Teran en Jeff Mann en de showcase van The Endless Forest (Tale of Tales). Vooruit's Say it now! festival 2006 volgde ARTEFACT in februari op en de mediakunstliefhebber werd dan ook vriendelijk doorverwezen van de STUK-website naar de Vooruit voor nog meer mediakunst. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Deze samenwerkingen betekenen meer dan een opportunistisch in de handen slaan van twee partijen. Ze versterken niet alleen de relaties tussen beide partners en stimuleren samenwerking boven competitie, maar belangrijker is dat ze het publiek voor mediakunst verbreden, dat ze een ruimere groep sponsors aantrekken en dat ze een verdieping aan betekenis voor de kunstwerken toelaten. Kortom, ze spelen een cruciale rol in het ontwikkelen van een veld voor mediakunst in Vlaanderen.
HET SCOREBORD EN DE RELEVANTIE VAN PRESENTATIE
De bovenstaande paragrafen trachten een blik te geven op het huidige, behoorlijk geintegreerde en verweven presentatielandschap voor de mediakunsten in Vlaanderen. Terwijl sommige venues duidelijk aanwezig zijn, blijven andere op de achtergrond of onbestaande. De kunstenaarslaboratoria en kunstencentra hebben de voorbije jaren hun mediakunstactiviteiten opgevoerd tot een stevig niveau. Vooral Brussel, Vlaams-Brabant en Gent lijken goed voorzien. De mediakunstliefhebber kan er elke maand wel van wat nieuws proeven. Iets minder aanwezig zijn de musea voor hedendaagse kunst. Met een ruim en gevarieerd publieksbereik, een kunsthistorische context, en een mandaat om de hedendaagse kunst en haar publiek te voorzien van documentatie, educatie, exhibitie en preservatie, hebben deze settings de mediakunst nochtans veel te bieden. De bovenstaande paragrafen zouden daarenboven de indruk kunnen wekken dat Vlaanderen ook nood heeft aan een centrum voor mediakunst. Deze conclusie is misschien te voorbarig. Men mag de mogelijke nadelen van dergelijke settings niet vergeten. Een waarschuwing die vaak vanuit de mediakunstwereld naar boven komt heeft immers te maken met de vrees voor isolatie (of ghettoization) van de mediakunst in dergelijke centra. Als een centrum voor de mediakunst alle functies van onderzoek, productie, presentatie, documentatie, educatie en preservatie lijkt te vervullen, waarom moeten andere organisaties zoals de kunstencentra en de musea voor hedendaagse kunst dan nog meespelen? Terwijl centra voor mediakunst inderdaad vaak deze functies vervullen en de mediakunst van een onderzoekscontext voorzien, wordt weleens de algemeen kunsthistorische en culturele context in een hoekje geduwd. Centra voor mediakunst zijn belangrijke settings en kunnen absoluut verrijkend werken, als ze als aanvulling op het reeds bestaande presentatielandschap voor mediakunst begrepen worden. Het tot stand brengen van een nieuwe kunstwereld vereist het samenspel van een reeks actoren op regelmatige basis, zo stelt Howard Becker.11 Hij voegt nog toe: 'When an innovation develops a network of people who can cooperate nationwide, perhaps even internationally, all that is left to do to create an art world is to convince the rest of the world that what is being done is art, and deserves the rights and privileges associated with that status' (Becker, 1982). Dit is wat presentatie een artistieke expressievorm kan bieden. Lezingen, workshops en vooral tentoonstellingen zijn de momenten bij uitstek waar een artistieke discours kan gevoerd worden, waar verzamelaars, sponsors en mecenassen kunnen overtuigd worden van de artistieke waarde van de expressievorm, waar een publiek kan aangesproken worden, kortom, waar mensen gemobiliseerd kunnen worden. De relevantie van presentatie voor de mediakunsten staat als een paal boven water. Mediakunstproductie gaat hand in hand met mediakunstpresentatie. Productie leidt tot presentatie en presentatie doet leven: 'distribute or die' is het motto.
Noten
1 In het definieren van (nieuwe) mediakunst volg ik Mark Tribe en Reena Jana. Zij stellen dat: '[Les] art des nouveaux medias [sont] les projets qui font utilisation des technologies mediatiques emergentes et se consacrent aux potentiels culturel, politique et esthetique de ces outils. Nous considerons l'Art des nouveaux medias comme un sous-ensemble de deux categories plus generales: Art et technologie et Art des medias.' Tribe, M. & Jana, R. (2006). Art des nouveaux medias. Koln: Taschen. p. 7.
2 En soms is dit een en dezelfde persoon. Immers, mediakunstenaars hebben vaak in plaats van, of naast een kunstopleiding ook een wetenschappelijke opleiding achter de rug (biologie, informatica, ingenieurswetenschappen, fysica, enz.). Sommigen blijven binnen die wetenschappelijke, academische context actief, en zijn dus zowel kunstenaar, als professor en onderzoeker.
3 Het Art&D-programma van IBBT is een programma van projecttoelagen voor kunstenaars met projecten die het ICT-onderzoek als kernelement omvatten. Kunstenaars en onderzoekers kunnen elkaar op het Art&D-forum terugvinden (http://artd.ibbt.be). Daarnaast bieden IvOK en NIvOK ((Netwerk) Instituut voor onderzoek in de Kunsten) beurzen voor kunstenaars die in samenwerking met wetenschappers op crossdisciplinaire wijze aan de slag gaan. (http://associatie.kuleuven.be/ivok/).
4 In hun minimale aandacht voor mediakunst staan de Vlaamse musea voor hedendaagse kunst trouwens niet alleen. Ook de Europese kunstautoriteiten Centre Pompidou en TATE hebben, in vergelijking met de instituten op het Noord-Amerikaanse continent, in het verleden weinig de hand uitgestoken naar de mediakunst. De Vlaamse musea zijn dus geen uitzondering, al behoren ze wel tot de groep van slechtste leerlingen in de klas.
5 De Gordon Matta-Clark Foundation collection voorzag MuHKA van een basiscollectie in 1987. MuHKA. (2003) Historiek. [15 juli, 2006, http://www.muhka.be/practical_historie k.php?la=nl].
6 De geschiedenis van MuHKA_media en haar missie zijn gegrond in Antwerpen '93, toen onder invloed van Antwerpen - culturele hoofdstad van Europa, de programmatie van het instituut De Andere Film de visuele cultuur in zijn geheel trachtte te omvatten. Maar, eens de budgetten begonnen te krimpen na 1993, werd ook de programmatie van De Andere Film teruggebracht tot dat van een klassiek filminstituut: het Antwerpse Filmmuseum. In 2002 werd het Centrum voor Beeldcultuur, de opvolger van De Andere Film en het Antwerpse Filmmuseum gecoopteerd door het MuHKA en Edwin Carels werd aangewezen als directeur in 2004 tot januari 2008.
7 Sarah Cook is curator hedendaagse kunst, redactrice, onderzoekster en medeoprichtster van CRUMB, the resource for curators of media art, en redactrice/onderzoekster aan het Banff New Media Institute.
8 Voor wie meer te weten wil komen over tentoonstellingsmethodologieen voor mediakunst is Christiane Paul's essay 'The Myth of immateriality - presenting & preserving new media' zeker een aanrader. Paul, C. (2007). 'The myth of immateriality - presenting & preserving new media' In O. Grau (Ed.) MediaArtHistories. Cambridge: MIT Press.
9 Internationaal moet in deze context jammer genoeg nog begrepen worden als Westers (Noord-Amerika en Europa).
10 Opnieuw, het internationale karakter van sites blijkt hier voor een oplossing te zorgen. Zo konden de Vlaamse kunstenaars David Claerbout en Ana Torfs (met steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds, deSingel en het Koninklijk Conservatorium) met hun onlineprojecten bij het Noord- Amerikaanse Dia Center for the Arts terecht. (http://www.diacenter.org/webproj/inde x.html). Michael Samyn werkte met Entropy8Zuper! dan weer aan Eden.garden 1.0 voor SFMoMA. Dit zijn maar enkele voorbeelden.
11 Howard Becker schreef zijn sociologische studie Art Worlds in 1982 met als doel een inzicht te bieden in de complexiteit van de cooperatieve netwerken waarin kunst tot stand gebracht wordt.
Literatuur
BAM. (17/12/2007) BAM. Instituut voor beeldende, audiovisuele en mediakunst. [18 december 2007, http://www.bamart.be/home/index/nl/ BAM/]
BECKER, H.S. (1982) Art worlds. Berkeley: University of California Press, p.339
COOK, S. (2006) 'Context-specific curating on the web (CSCW)'. In T. Corby (Ed.) Network Art: Practices and Positions (Innovations in Art and Design). New York: Routledge, p.52 In O. Grau (Ed.) MediaArtHistories. Cambridge: MIT Press.
PLATFORM LIMBURG (2005) Beeldende_Kunsten. [12 december 2007, http://www.platformlimburg.be/index.php/]
NETEROTOPIA (2006) Neterotopia. [12 december 2007, http://www.neterotopia.net/]
STITCH & SPLIT (2006) Stitch and Split. [15 januari, 2007, http://www.stitch-and-split.org/ site/home.php/]
STUK. (09/11/2006) Nieuwe artistieke plannen. [5 december 2007, http://www.stuk.be/front/home.html/]
VERSCHOOREN, K. (12 juli, 2006) Interview met Dirk De Wit. Gent
X-MED-K. (2007) About .x-med-k [5 januari, 2008, http://xmedk.be/].
