De vitale rol van kunst en design in de toekomst - Caroline Nevejan - 2008
11/06/2009DE VITALE ROL VAN KUNST EN DESIGN IN DE TOEKOMST
Door Caroline NevejanUit: Cross-over. Kunst, media en technologie in Vlaanderen . BAM/LannooCampus, 2008. Pp 32-43
SNELLE VERANDERINGEN
Toen mijn grootvader, Willy Nevejan, in 1900 in Lendelede werd geboren, reden er al treinen, gebruikte men de telegraaf en de telefoon om berichten over grote afstanden te versturen en was het principe van de radio net uitgevonden. In de tijd van mijn overgrootvader, Albert Nevejan, geboren in Torhout in 1876, was het noodzakelijk dat berichten fysiek de afstand aflegden, per postkoets of met een boodschapper mee. Er waren toen nog geen auto's, vliegtuigen, satellieten of raketten in de ruimte. Toen mijn vader, Marc Nevejan, in 1930 in Willebroek werd geboren, begon de radio net populair te worden en toen ik in 1958 in Nederland werd geboren, waren de eerste televisie-uitzendingen op de buis en was het principe van internet al bedacht. Toen mijn dochter in 1990 in Amsterdam op de wereld kwam, stuurden wij dit goede bericht per e-mail aan onze vrienden elders in de wereld. Mijn toekomstige kleindochter zal waarschijnlijk binnen de minuut nadat ze geboren is als foto en als 3Dscan over de wereld worden rondgezonden en mijn toekomstige achterkleinkind kan misschien al voor haar of zijn geboorte met ons communiceren vanuit de baarmoeder. De ingebrachte chip zorgt ervoor dat we al vanaf haar/zijn eerste maanden als foetus weten hoe het met haar/hem gaat en als 'het' dan uiteindelijk geboren wordt, kunnen vrienden en familie elders op de wereld al meteen met haar of hem spelen, weliswaar als hologram. In de afgelopen 100 jaar zijn wij gewend om snel en direct met elkaar te communiceren en deze versnelling is nog steeds gaande. De manier waarop mensen met hun familie in contact staan en de manier waarop mensen met elkaar werken is ingrijpend veranderd. Toen ik jong was, kreeg ik mijn salaris nog contant uitbetaald, nu heb ik daarvoor een bankrekening nodig. Door de technologische ontwikkelingen kennen wij de wereld waarin wij leven heel anders dan dat vroeger het geval was en door dit 'anders kennen' verandert onze wereld voortdurend en ingrijpend. We kunnen zien en horen wat er nu gebeurt op honderden mijlen afstand. We kunnen met medische technologie live diep in ons lichaam kijken en we kunnen intiem realtime communiceren met mensen die we niet kennen, en misschien ook nooit zullen ontmoeten, die 'ergens anders' in de wereld zijn. Als we tegenwoordig de mobiele telefoon opnemen, vragen we 'Waar ben je?', een vraag die we tot 20 jaar geleden niet aan elkaar hoefden te stellen omdat ieder contact veronderstelde dat we wisten waar de ander was. Om contact te hebben met elkaar hoef je niet meer te weten waar de ander is, of zelfs wie de ander is. Ook onze zintuiglijke waarneming van de wereld is ingrijpend veranderd, macro en micro zijn deel geworden van onze persoonlijke zintuiglijke werkelijkheid.
NIEUWE AANWEZIGHEID
De snelheid waarmee informatie wordt verspreid en de schaal waarop die informatie wordt verzameld, is door het gebruik van technologie veel groter geworden. Ook de wijze waarop wij tegelijkertijd, vanuit alle hoeken van de wereld met elkaar communiceren, wordt kwalitatief steeds beter. Deze snelle veranderingen vragen om nieuwe basisconcepten voor vele issues die we eeuwen als vanzelfsprekend hebben ervaren. Hoe vormen we onze identiteit en hoe kennen we de identiteit van een ander? Hoe weten we of iets waar is? Heeft het lichaam integriteit en zo ja, tot hoe ver reikt die? Hoe ontstaat vertrouwen en betrouwbaarheid tussen mensen online? Wie is verantwoordelijk voor wat er gebeurt en wie is aansprakelijk? Wie is eigenaar van digitale zaken en voor hoe lang? Hoe kan rechtspraak bestaan in onlinegemeenschappen? Welk effect hebben deze netwerken op het leven van alledag? In wezen is onze vorm van aanwezigheid voor elkaar diep veranderd doordat we tijd en plaats kunnen overstijgen als nooit tevoren, doordat we kunnen handelen op afstand, ver weg en superdichtbij. De sociale structuren waar we een paar honderd jaar lang in hebben geleefd, staan daardoor onder druk. Net als alle andere levende wezens is de mens een wezen dat graag wil overleven en zich lekker wil voelen. Als we pijn hebben, proberen we die pijn te verzachten. Als het ergens prettig is, gaan we daar graag weer naartoe. De kracht van ons lichaam, de mogelijkheden van onze omgeving, en de betekenis van alles wat we weten en verwachten van de wereld om ons heen, beïnvloedt hoe we onze aanwezigheid in een specifieke omgeving op een specifiek moment vorm geven. Hoe we de kracht van ons lichaam inschatten en kunnen gebruiken, wordt meer en meer bepaald door de taal en het ingrijpen van de medische technologie. We hebben brillen en pacemakers, we slikken vitaminen en we weten hoe het met ons gaat dankzij de medische beeldvorming. De mogelijkheden van onze omgeving kennen we via onze zintuigen en die worden verrijkt door de mogelijkheden van de informatie- en communicatietechnologie. We kunnen ons huis zien via satelliet via Google Maps en vinden onze weg via gps. We gebruiken kaarten, verrekijkers, mobiele telefoons en internet om te weten waar we zijn. Hoe we de wereld begrijpen en onze eigen ervaringen daarin worden in grote mate beïnvloed door de vele media om ons heen. Radio, televisie en internet informeren ons voortdurend over de wereld rondom ons. We voelen ons allen samen onveilig, blij of geschokt. Tegelijkertijd is het dankzij internet mogelijk om zich met een specifieke groep en de nieuwsfeiten van die groep te verbinden en om los te komen van de feitelijke omgeving waarin het lichaam zich op dat moment bevindt. We passen ons gedrag in snel tempo aan en vanzelfsprekend zijn deze nieuwe vormen van aanwezigheid een grote rol gaan spelen in hoe mensen met elkaar communiceren. Deze aanpassing heeft echter grote gevolgen voor hoe wij ons tot elkaar verhouden en voor hoe onze kennis over de wereld waarin wij leven, ontstaat. Het beïnvloedt hoe in grote organisaties mensen met elkaar samenwerken en het beïnvloedt hoe grote en kleine bedrijven zakendoen. Ook de democratische samenleving en de instituties die haar vormgeven, zijn ingrijpend veranderd door de ontwikkeling van de technologie.
KENTERING IN VERBINDINGEN
Een nieuwe dynamiek die het internet heeft veroorzaakt, is de verandering van de wijze waarop de amateur en de expert zich tot elkaar verhouden. Kennis ontstaat waar mensen delen wat ze weten. Doordat dit nu op wereldschaal kan gebeuren, is de snelheid waarmee kennis - ook gespecialiseerde kennis - wordt geproduceerd heel groot geworden. Dokters zijn eraan gewend geraakt en gebruiken inmiddels de informatie die patiënten verzamelen via het internet over de ziekte die zij hebben. Leraren weten dat leerlingen heel veel op het internet kunnen opzoeken en integreren die kennis in hun werk. Marketingmensen hebben hun strategieën aangepast aan de nieuwe internetwerkelijkheid en zetten gebruikersgroepen op die uit kunnen groeien tot ware communities waarin mensen elkaar kunnen vinden. Communities bestaan uit mensen die vrijwillig bijdragen leveren, en mensen die deze bijdragen consumeren. De deelnemers in deze communities zijn dus in veel gevallen zowel producent als consument. Zo ontstaan de zogenaamde prosumers. In vele praktijken en beroepen is waar te nemen hoe sommige relaties diep veranderen, hoe kennis niet meer afhankelijk is van de alleenheerschappij van een aantal experts, en hoe dit steeds dynamischer wordt. Desalniettemin is er natuurlijk ook heel veel kennis NIET op het internet te vinden: de kennis van ambachtslieden bijvoorbeeld, de kennis die ontstaat in lokale omgevingen en veel ervaringskennis die niet is geformuleerd. Doordat informatie zo gemakkelijk gedeeld kan worden en er naast de informatie ook communicatie met betrokkenen over de hele wereld mogelijk is, ontstaat kennis in nieuwe verbanden en verandert zij ook de wijze waarop oude verbindingen gestalte krijgen. Het voorbeeld van Wikipedia, die inmiddels in meer dan 250 talen het kennisniveau van de Encyclopedia Britannica evenaart, is spreekwoordelijk geworden. Vijftien jaar geleden duurde het nog 6 maanden voor een arts in Afrika een medische publicatie ontving, nu ontvangt die arts de tekst van zodra hij op het internet wordt gepubliceerd. Zowel professionele kennis als kennis van gewone mensen ontstaat sneller en is 'overal' toegankelijk. Hierdoor veranderen hele bedrijfstakken en ook de verhoudingen tussen de mensen die kennis dragen. Een arts in Harvard kan samenwerken met een arts in Benin, een geograaf uit China met een geograaf in Brazilie, een verzamelaar van postzegels uit Parijs met een verzamelaar uit Moskou. Er zijn geen intermediairs meer noodzakelijk. Ook de markt is hierdoor ingrijpend aan het veranderen. Een vliegticket, een boek of een ticket voor theater bestellen en zelfs een huis kopen, kunnen allemaal van thuis geregeld worden. Ons wereldbeeld wordt meer en meer bepaald door de netwerken waarvan wij deel zijn en waar wij toe bijdragen. En zoals zo vaak het geval is met dergelijke veranderingen, ontstaan er ook geheel nieuwe vormen van uitwisseling en transactie. Muzikanten die elkaar via het internet vinden en samen muziek maken, zelfs zonder elkaar te ontmoeten. Sociale bewegingen die via het internet elkaar kunnen informeren en support geven, tegen de censuur in. Mensen die ziek zijn en die ervaringen kunnen delen, zonder dat hun fysieke handicap dit in de weg staat. Er zijn veel kinderen die elkaar elke dag op school zien, maar 's avonds samen huiswerk maken via msn. Ze hoeven niet meer bij elkaar thuis langs te gaan of met elkaar te telefoneren. Niet alleen de professionele relaties zijn veranderd, ook de relaties in de privesfeer zijn ingrijpend veranderd door de mogelijkheden van de technologie.
KEERZIJDE VAN DE KENTERING
Aan de ene kant zijn er ongekende mogelijkheden ontstaan om kennis met elkaar te delen, anderzijds wordt het 'digitale net' dat zich om de burger heen drapeert, steeds nauwer. Mensen worden zonder probleem gevolgd op de snelweg, op straat, in alle digitale handelingen, zelfs in hun financiële transacties. Wie eigenaar is van 'mijn' data is vaak niet duidelijk. Evenmin is het duidelijk door wie ze op welke wijze gematcht kunnen worden. Als mens heb ik maar zeer beperkt vat op mijn eigen 'data-identiteit'. Onder het mom van veiligheid en betrouwbaarheid is mijn privacy grotendeels verdwenen en mijn bewegingsvrijheid aan banden gelegd. Ik mag bijvoorbeeld, voor mijn eigen veiligheid, niet meer pinnen dan 500 euro per dag, terwijl ik er misschien 10.000 euro op de bank heb staan. Zo word ik gescreend als ik een baan zoek, een hypotheek wil nemen of een verzekering wil afsluiten. Het 'digitale net' is zo geruisloos ontstaan dat er amper protest is geweest in de afgelopen decennia. Wat rest een mens anders dan moreel afstand te nemen, niet alleen van anderen, maar zelfs van de eigen handeling en identiteit? Hoe kan men verantwoordelijk zijn voor iets dat men niet in de hand heeft? Een tweede keerzijde van de nieuwe ontwikkelingen is het economische klimaat waarin deze plaatsvinden. In de mondiale economie spelen de grote multinationals een hoofdrol, maar ze worden door niemand meer geregisseerd. Kortetermijnwinst primeert en complexe processen als sociale cohesie, culturele diversiteit, pluriformiteit, authenticiteit en ecologisch verantwoord handelen, worden algauw als irrelevant terzijde geschoven, terwijl zij grote invloed hebben op de kwaliteit van ons bestaan. De nationale rechtssystemen zijn niet in staat om deze mondiale ontwikkelingen in de hand te houden. Internationale verdragsorganisaties formuleren regelmatig gedragscodes en in de internationale politiek wordt de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens regelmatig aangehaald. Maar feitelijk bepaalt de financiële werkelijkheid, waarin het geld meer dan 40 keer rond de wereld gaat voordat het weer op aarde landt, wat er gebeurt. De prijzen van graan, ijzer en olie beïnvloeden lokale gemeenschappen over de hele wereld ingrijpend.
DESIGN BIEDT EEN INTERDISCIPLINAIRE METHODE
In het hierboven geschetste complexe landschap blijkt dat mensen met deze grote veranderingen op zoek gaan naar nieuwe verbanden en inzichten om hun eigen werk en leven goed vorm te kunnen geven. Door de snelle ontwikkelingen zien allerlei organisaties zich genoodzaakt opnieuw over het ontwerp van hun producten en diensten na te denken. De positie van de boekenwinkel verandert nu men via het internet boeken van over de hele wereld thuis gestuurd kan krijgen. Liveconcerten hebben een nieuwe waarde gekregen nu hun muziek te downloaden is en de rol van de platenmaatschappijen ingrijpend is veranderd. Mensen hebben nog steeds behoefte aan boeken en muziek, maar zowel de creatie als de productie en de distributie zijn veranderd. De methoden uit de designwereld spelen een cruciale rol in het herdefinieren van producten en diensten in de toekomst. Niet alleen de productieketen verandert, ook de basisprocessen wijzigen doordat mensen op een andere wijze met elkaar in contact staan. Het oude adagium 'Kennis is Macht' krijgt een nieuwe betekenis als de leek en de expert op gelijkwaardige wijze blijken te kunnen bijdragen in deze ontwerpprocessen. Het ontwerpen van frameworks waarin mensen een bijdrage kunnen leveren en het regisseren van grotere communicatieprocessen vraagt om skills zoals die in de kunst- en ontwerpwereld al veel langer worden toegepast. In professionele milieus blijkt dat de samenwerking tussen mensen van verschillende disciplines meer dan ooit noodzakelijk is. Iedere technologische innovatie heeft sociale implicaties en is afhankelijk van de infrastructuur, de diensten en de producten van anderen. Men heeft elkaars kennis en kunde, onderzoek en inzicht nodig om het eigen werk en leven beter vorm te kunnen geven. In deze snelle en noodzakelijke innovaties blijkt ontwerp, design, een cruciale rol te spelen. Niet alleen verleidt zij door haar esthetiek en efficientie, ook de methoden die men in design gebruikt, blijken in staat te zijn om met complexe input in weinig tijd tot resultaat te komen. In Nederland hebben wij in het afgelopen decennium gezien hoe design aan terrein heeft gewonnen. Waren wij bekend met 2D (vorm/inhoud: bijvoorbeeld een affiche) en 3D ontwerp (vorm/inhoud en functie: bijvoorbeeld een koffiekan), inmiddels hebben 4D (vorm/inhoud/ functie en tijd: bijvoorbeeld film en televisie) en 5D (vorm/inhoud/ functie/tijd en relaties tussen mensen: bijvoorbeeld games, communities, bedrijfsprocessen) groot terrein gewonnen. Niet alleen de 'klassieke' ontwerpwereld, maar ook veel adviseurs, onderzoekers, managers en consultants bedienen zich inmiddels van methoden die hun oorsprong vinden in de ontwerppraktijk. Meer en meer realiseert men zich dat de kennis van de mensen 'op de vloer' uiteindelijk doorslaggevend is voor succes. Er worden allerlei methoden ontwikkeld om een vorm van participatory design tot stand te brengen. Het bijzondere van het gebruik van designmethodologieen is dat de interdisciplinaire samenwerking doelgericht vorm krijgt doordat men van plan is samen iets op te lossen of te maken. Het doel geeft perspectief aan de samenwerking. Een samenwerking tussen mensen met verschillende kennis, verschillende overtuigingen en belangen. Doordat in dergelijke processen demo's, scenario's, maquettes en pilots worden gemaakt, is er telkens een materialisering van het gemeenschappelijke gedachtegoed waarover men vervolgens het gesprek kan voeren. Een project als Next Nature van ontwerpster Mieke Gerritzen en wetenschapper Koert van Mensvoort toont aan dat design ook in het ontwikkelen van theorie een grote rol kan spelen. Zoals John Thackara in zijn boek In the Bubble (2005) overtuigend aantoont, is het denken over de relatie tussen vorm en inhoud, intentie en effect, doelstelling en resultaat, in deze tijd van snelle innovatie en ecologische urgentie onmisbaar geworden. Design is een discipline die hier steeds beter in voorziet. Vandaar dat zij inmiddels een volwaardige plaats in het Nederlandse cultuurbeleid heeft gekregen en als postillon d'amour zich tussen de verschillende disciplines door beweegt.
KUNST IS FUNDAMENTEEL ONDERZOEK
Waar de designwereld zich richt op het vinden van doelgerichte oplossingen, vindt in de kunst een geheel ander onderzoek plaats. In het grote streven naar efficientie en winstmaximalisatie van de huidige mondiale economie, wordt nog maar weinig stilgestaan bij de implicaties van de wezenlijke veranderingen in hoe wij voor elkaar aanwezig zijn en de wereld om ons heen kunnen waarnemen. Dat vinden we wel terug bij exploraties zoals die van Damien Hirst, waarin de expositie van het lichaam van mens en dier door het geweld van de museale kunstcontext zichtbaar wordt. Of bij Bodies the Exhibition van Gunther von Hagens (Beurs van Berlage, 2007), die iedere voorstelbare ethiek uitdaagt door onder andere gebruik te maken van inmiddels alledaagse medische technologie. Hij plastificeert lichamen van dode mensen en presenteert deze als tentoonstelling. Of Black Shoals van Lise Autogena en Josh Portway (Tate Gallery, 2001), die door middel van de dynamiek van de AEX - index de beweging van de sterren laat aansturen. Of Osmosis van Char Davis (1995), waarin men op de ademhaling door de virtuele ruimte reist. Of Stellarc die zijn spieren laat bewegen door impulsen die hij via het internet krijgt (Paradiso, 1996). Of het werk van Angelo Vermeulen dat de relatie tussen kunst en biotechnologie onderzoekt (Poissant, 2007). Of Debra Solomon's project The Edible City (Netherlands Architecture Institute, 2007), waarin kunstenaars voedselsystemen voor een stedelijke omgeving creeren. In Art en Technology worden inzichten, gevoelens en implicaties van de technologische samenleving onderzocht. Niet zoals in de wetenschap. Kunst gebruikt in de eerste plaats onze zintuigen en de zinsbegoocheling waartoe deze in staat zijn. Zij biedt ons een reflectie op ons vanzelfsprekende dagelijkse bestaan. In het huidige complexe landschap lezen en horen wij vaak over het belangrijke en fundamentele onderzoek dat de wetenschap ons biedt. Daar worden de nieuwe technologieën immers uitgevonden. Meer en meer blijkt dat de scheiding tussen kunst en wetenschap zoals die aan het einde van de 17de eeuw is doorgevoerd, ons fataal dreigt te worden. In de kunsten wordt structureel onderzoek gedaan naar de zin van ons bestaan en wordt gereflecteerd over de huidige stand van zaken. Emotie en gevoel zijn daarin hoofdrolspelers. Emotie en gevoel (van het simpele genot en pijn hebben tot diepe gevoelens van liefde, compassie en solidariteit) zijn belangrijke indicatoren voor het welbevinden en voor het overleven. Dat hangt diep samen en is feitelijk de essentie van het gevoel van aanwezigheid. Onze wereld is volledig afhankelijk geworden van de techniek. Wereldwijd wonen meer mensen in de stad dan op het platteland. We leven in een technologische natuur waarin niemand meer weet, wie wat op welke wijze in de hand heeft. Nu blijkt dat een van onze grote overlevingsinstrumenten, namelijk onze zintuigen, dagelijks worden begoocheld en gemanipuleerd. Vaker nog blijken zij doof te worden. Het voedsel uit de supermarkt smaakt niet meer, je hoort overal machinegeluid, alles om ons heen is ontworpen, ook onze lichamen en zintuigen zijn van technologie doordrongen. Wat is nog authentiek, wie zijn wij? In het oorspronkelijke onderzoek in de kunst en het toegepast onderzoek in design worden concepten ontwikkeld waardoor wij leken, burgers en buitenlui, in een fractie kunnen waarnemen en dieper kunnen kennen wat op het eerste gezicht vaak een ondoordringbare chaos lijkt. In 5 minuten kan een groot concept worden gecommuniceerd. In de toekomst zal dit onderzoek alleen maar van grotere betekenis blijken te zijn. Om deze volwaardige rol in de samenleving te kunnen spelen is het noodzakelijk dat kunstenaars, ontwerpers en hun initiatieven worden gefaciliteerd. Maar dat is niet genoeg. Ook de kunst- en ontwerpopleidingen zullen de studenten de kennis en het gereedschap moeten bieden om deze rol te kunnen spelen. Het openbare debat heeft vervolgens de inspiratie en juiste orkestratie nodig om dit fundamentele onderzoek met verve, en in interactie met anderen, te kunnen presenteren.
Literatuur
POISSANT ET AL. (2007) Art and Biotechnology. Washington University Press. THACKARA, J. (2005) In the Bubble. Designing in a complex World. Cambridge: MIT Press. 40

