Bart Van Dijck - Chris Driessen
20/05/2009Bart Van Dijck
Het werk van Bart Van Dijck (Bonheiden, 1974, woont en werkt in Antwerpen) bestaat uit sculpturen, tekeningen, installaties en videowerken. Opgeleid aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen maakte hij zich diverse technieken al op jonge leeftijd eigen. Met een groep nauw verwante kunstenaars, onder wie Caroline Coolen, vrijwel allen ook opgeleid aan de Antwerpse academie, vormde hij een aantal jaren het collectief Placenta, dat spraakmakende tentoonstellingen van eigen werk organiseerde, die gekenmerkt werden door een overdaad aan beelden en vooral door een sterk verwrongen figuratie, in een tijd dat figuratieve sculptuur vrijwel uit den boze was. Niet alleen gebruikten de Placenta- kunstenaars goedkope en moeilijk te conserveren materialen, de werken waren daarbij verre van esthetisch. Invloeden als Punk, Gothic, Rap maar ook verbeeldingen van het ondergrondse door regisseurs als David Lynch waren duidelijk aanwezig in een verder volstrekt eigen en eigenzinnige beeldtaal, die op dat moment alleen aangetroffen werd in een deel van de kunstwereld aan de Amerikaanse Westkust.
Sinds enkele jaren opereren de leden van Placenta nog enkel individueel. Voor Van Dijck zijn subculturen nog steeds een belangrijke inspiratiebron. Deze onderzoekt hij niet alleen in zijn persoonlijke omgeving maar ook in niet-Westerse landen, zoals in Marokko, waar hij een video maakte over een locale groep rappers, en in Caïro, waar hij de omstreden death-metal scene in beeld bracht.
Het gaat Van Dijck daarbij vooral om de wijze hoe Westerse invloeden toegeëigend worden in de niet-Westerse context en daarbij vat te krijgen op onzichtbare krachten en factoren, die de realiteit overstijgen. Als een hedendaagse sjamaan probeert Van Dijck uitdrukking te geven aan het onderbewuste. Dit resulteert in werken, die op geen enkele wijze kunnen behagen, eerder afschrikken. Of het nu hoofdloze mensfiguren zijn, met haar, of dierlijke figuren waarvan de huid openligt of die onthoofd zijn, Van Dijck geeft zijn macabere beelden een dermate grotesk karakter, dat de meerduidigheid sterk naar voren treedt en de toeschouwer nooit blijft steken in een huivering. Ook de verwondering slaat toe.
Chris Driessen, Fundament Foundation

