artikel
Nieuwe perspectieven uit andere culturen
De oriëntatiereis als eyeopener
Sinds 2007 participeert BAM in de jaarlijkse oriëntatiereizen van de Nederlandse Mondriaan Stichting en het Prins Claus Fonds. De reizen gaan naar minder bekende maar daarom niet minder interessante delen van de wereld en zijn bedoeld om de deelnemers kennis te laten maken met de kunst en cultuur uit deze regio's. Toch kan men verschillende bedenkingen maken bij deze reizen. Is er geen risico dat ze voornamelijk ten dienste staan van een westerse cultuurspreiding, waarbij vooral het lokale verdrongen wordt ten voordele van een allesoverheersend mondiaal kunstbeeld? En loert er verder geen gevaar om in de val van het exotisme te lopen, waarbij de kunst en het discours van minder centraal gelegen gebieden geromantiseerd worden? Op deze manier kan de globalisering van de actuele kunst snel leiden tot een verdoken vorm van neokolonialisme. Zijn er manieren om zulke dreigingen tegen te gaan en zo ja welke zijn dit dan? In deze tekst laten we Gitta Luiten en Haco de Ridder (beiden van de Mondriaan Stichting) aan het woord over het waarom van deze reis, hun uitgangspunten en doelstellingen. Jos Van den Bergh (MuHKA) en Thibaut Verhoeven (S.M.A.K.) vertellen als deelnemers hoe zij de kennismaking met Sao Paulo, Buenos Aires en Lima via de laatste oriëntatiereis (maart 2009) hebben ervaren en Itala Schmelz (directrice van het Museo de Arte Carrillo Gil in Mexico-stad) gaat in op de vraag waarom het voor haar belangrijk is om in contact te komen met professionals uit de hele wereld.
De noodzaak van een heroriëntatie
Als organisatoren vinden wij een internationale oriëntatie en uitwisseling cruciaal voor professionele kunstinstellingen, kunstenaars, curatoren en critici. Nieuwe ontwikkelingen in de beeldende kunst komen namelijk steeds vaker uit andere landen of regio's dan de gevestigde culturele centra. Om daar kennis over op te doen en netwerken uit te bouwen, organiseert de Mondriaan Stichting in samenwerking met het Prins Claus Fonds al zes jaar oriëntatiereizen naar regio's in Azië, Latijns-Amerika en Afrika die (nog) niet in het middelpunt van de West-Europese en Noord-Amerikaanse belangstelling staan, maar waar wel interessante artistieke ontwikkelingen plaatsvinden. Elke reis geeft een gedetailleerd beeld van de artistieke ontwikkelingen en biedt mogelijkheden om contacten te leggen en nieuwe ideeën en initiatieven te ontwikkelen. De reizen bieden de deelnemers de kans om kunstenaars en instellingen uit deze landen te ontmoeten. Omgekeerd krijgen de lokale kunstenaars en instellingen de kans om een internationale dialoog aan te gaan en hun netwerk uit te breiden.
Om de valkuil van het exotisme te vermijden, wordt het reisgezelschap internationaal samengesteld. De Mondriaan Stichting zorgt voor de Nederlandse deelnemers. Het Prins Claus Fonds nodigt Latijns-Amerikaanse, Aziatische en Amerikaanse professionals uit. Sinds 2007 gaan er via BAM en OCA ook Belgische en Noorse professionals mee. Deze gemêleerde samenstelling zorgt voor een intensieve uitwisseling tussen de deelnemers en ze garandeert verschillende perspectieven op de bezochte kunstenaars en instellingen. Exotisme wordt niet alleen vermeden, er wordt ook gezorgd voor genuanceerde visies over gevoelige onderwerpen zoals (neo)kolonialisme. Zo zorgde de aanwezigheid van Turkse deelnemers tijdens de Midden-Oostenreis voor een andere context en een gelaagd beeld van de regio en waren de Afrikaanse deelnemers zeer kritisch op de aanvankelijke typeringen van de Europese deelnemers tijdens de Dakar Biënnale.
Uit een recente evaluatie blijkt dat de reizen zeer efficiënt zijn: ze dragen bij tot een duurzame uitbreiding van netwerken en ze zijn meermalen het startpunt van internationale samenwerkingsprojecten. Zo is het Domein in Sittard (Nederland) een meerjarige programmatische samenwerking aangegaan met Vitamin Space in Guanjhou (China) en Museu de Arte Moderna Aloisio Magelhaes in Recife (Brazilië). Ook verschillende kunstenaars en curatoren zijn uitgenodigd voor tentoonstellingen (Oumou Sy in Marres en op uitnodiging van Maskara Gallery in Mumbai stelde Sofie Van Loo een tentoonstelling samen met de Belgische kunstenaar Peter Buggenhout).
Gitta Luiten en Haco de Ridder (Mondriaan Stichting)
Interactie als tegengif tegen het neokoloniale vooroordeel?
Wat bedoelen Haco de Ridder en Gitta Luiten met een 'gemêleerde samenstelling'? Tijdens onze reis naar Sao Paulo, Buenos Aires en Lima (2009) bestond de groep uit een twintigtal curatoren en critici uit Togo, Nigeria, Noorwegen, Indonesië, China, Nederland en België en kon je eerder spreken van een bont gezelschap. Aanvankelijk hadden we enige reserve over de werkbaarheid. Drie verschillende landen, een dertigtal instituten, musea en werkplaatsen (met elk een specifieke context) bezoeken in 12 dagen tijd? En dan ook nog met zo'n divers gezelschap? Toch is het wellicht door die mix van nationaliteiten dat deze oriëntatiereis vanaf dag één geslaagd was. In de vele momenten dat we ons verplaatsen van het ene instituut naar het andere museum, ontstond er een fascinerende cohesie. Los van de intrigerende context waren er veel gesprekken die erg specifieke situaties aan het licht brachten. Zo herinneren we ons vele inzichtelijke dialogen over hoe je een tentoonstelling op poten zet in Indonesië, waarom een woord als 'publieksparticipatie' belachelijk klinkt in Togo, of hoe je aan geld geraakt in een wildkapitalistische omgeving als China. Maar nog belangrijker zijn de nieuwe interne contacten die een verder leven leiden.
Hoewel de Mondriaan Stichting en het Prins Claus Fonds hadden gezorgd voor een schitterende begeleiding en een degelijke, ladingdekkende keuze van te bezoeken instellingen, waren het toch voornamelijk deze 'instellingen' die de hoofdmoot uitmaakten van het programma. Alleen was het misschien net daarom dat de feitelijke internationale uitwisseling een klein beetje naar de achtergrond verdrongen werd? De institutionele focus van het reisprogramma, samen met het intensieve programma, zorgde er immers voor dat er qua tijdsindeling vrij weinig ruimte was voor inhoudelijke uitwisseling. De institutionele nadruk in het programma zorgde er ook voor dat er tijdens de reis zeer weinig kunstenaars te zien of te spreken waren. Hierbij kan de vraag gesteld worden of een groep reizende internationale curatoren in de eerste plaats niet meer geïnteresseerd is in kunstenaars en de artistieke scènes waarin deze circuleren? Het is een ongeschreven regel in het internationale kunstenland dat instellingen steeds een stap 'te laat' zijn wat betreft kunstpresentatie ...Vandaar dat het in de toekomst misschien een optie is om de deelnemers een genuanceerde selectie van kunstenaarsdossiers aan te bieden, waaruit men een programma van studiobezoeken kan distilleren. Deze format, in combinatie met de aanwezige accurate selectie aan lokale culturele instellingen, zou in dit geval iets meer nuance brengen.
Om een internationale uitwisseling tussen de groep reizende internationale curatoren en de lokale kunstenaarsscène op gang te trekken, werden er drie symposia in de drie steden georganiseerd. Jammer genoeg leende de formule van deze symposia zich niet altijd tot een optimale uitwisseling, althans niet de symposia in Sao Paulo en Buenos Aires. De sprekers dienden zich te focussen op het thema van 'Transnational Curating', maar wegens het ex-cathedrakarakter van beide symposia kwam het iets te weinig tot concrete interactie. Deze observatie werd trouwens ook gedeeld door een aantal lokale kunstenaars en culturele actoren uit Sao Paulo en Buenos Aires, die zich in hun culturele scène door onze internationale delegatie wat teveel gepenetreerd voelden, juist omwille van de te beperkte interactie. Wat niet wil zeggen dat er geen interessante statements en opinies te rapen vielen over 'Transnational Curating', wel integendeel. Het symposium in Lima vormde qua internationale interactie een schitterende uitzondering. De sprekers waren voornamelijk Peruviaanse culturele producenten. Tijdens en na het symposium was er ruimschoots gelegenheid tot debat, wat misschien wegens de informele setting van het congres een stuk vlotter liep dan in de vorige steden.
Tot slot een kleine bedenking betreffende de vraagstelling uit de inleiding: het is niet omdat de internationale interactie op deze oriëntatiereis soms wat naar de achtergrond verschoof, dat zulke reizen daarom als neokoloniaal of westers gedefinieerd dienen te worden. Wel integendeel. De gesprekken met de diverse lokale culturele actoren gaven in ieder geval alles behalve blijk van een Calimero-gevoel van diezelfde actoren ten opzichte van de neergestreken flock internationale curatoren.
Jos Van den Berg (MuHKA) en Thibaut Verhoeven (S.M.A.K.)
Van periferie naar periferie: alternatieve communicatieroutes
Er is al veel gezegd over het fenomeen centrumperiferie om de relaties te beschrijven tussen de zogenaamde westerse wereld en de wereldculturen. Om deze verhoudingen te herdefiniëren worden al verschillende decennia pogingen ondernomen om de centrifugale krachten die uitgaan van het westen te neutraliseren en een grotere diversiteit aan visies toe te laten. Wellicht is de kunstenaar steeds meer de sublimatie van kosmopolitische idealen: zijn oorspronkelijke toestand overstijgt alle nationale grenzen en hij wordt niet verplicht om zijn vaderland of zijn volk te vertegenwoordigen. Wie vandaag wil participeren in de internationaal opererende kunstwereld, reist dus maar beter vlot de wereld rond: zo opent de mondiale curator de ene dag een tentoonstelling in Dakar, de dag erna zit hij al op een vlucht naar Parijs waar hij moet spreken op een conferentie. Een oriëntatiereis naar bijvoorbeeld Mexico, zoals in 2007 werd georganiseerd door de Mondriaan Stichting en het Prins Claus Fonds, is maar één van de vele tussenstops.
Toch gebeurt deze globalisering van de hedendaagse kunst nog steeds hoofdzakelijk in het spoor van de oorspronkelijke veroveraars of kolonisten, dus van het zogenaamde centrum naar de periferie. Actoren uit de periferie hebben het beduidend moeilijker om deel uit te maken van de mondiale kunstwereld. Alleen al praktisch worden ze met een hele hoop problemen geconfronteerd. Zo had bijvoorbeeld Nilofur Farrukh, de voorzitster van AICA (Pakistan), een speciaal visum nodig om de oriëntatiereis naar Mexico te maken en ondervond ze aan den lijve dat niet alle paspoorten eenzelfde behandeling krijgen. Lang niet iedereen kan even gemakkelijk zijn/haar land verlaten om deel te nemen aan de internationale kunstscène.
Hoewel het eenvoudig is om de vaak verouderde westerse ideeën over kunst in de periferie te veroordelen, wil ik hier stellen dat de grootste vooroordelen over de periferie wellicht vanuit de periferie zelf komen. De kunstenscènes uit "de marges van de wereld" richten hun blik nu eenmaal naar het centrum: zo is het internationale succes van de Biënnale van Istanbul zodanig groot dat vele Turkse kunstenaars, musea en galerieën hun interesse verloren voor projecten op andere data, uit schrik hun internationale relevantie te verliezen. Een vergelijkbaar proces is nu aan de gang in Mexico waar de invloed van de Feria Internacional de Arte Contemporáneo de la Ciudad de México enorm is voor de Mexicaanse kunstscène.
Toch bestaan er moedige en waardevolle initiatieven die in hun dagelijkse werking uitgaan van een eerlijke creativiteit. Het is daarom van groot belang netwerken en relaties uit te bouwen tussen zulke initiatieven die het centrum niet hoeven te passeren om ontmoetingen te stimuleren. Deze ideeën komen op een intelligente manier terug in de oriëntatiereizen van de Mondriaan Stichting en het Prins Claus Fonds. Het programma van de reis in Mexico (2007) stond dan ook in het teken van deze alternatieve communicatieroutes. De bezochte kunstinstellingen waren zeker niet de grote kleppers die ook terug te vinden zijn in de toeristengidsen. De organisatoren bezochten ook plaatsen die aantrekkelijk zijn omwille van hun authentieke en bruisende creativiteit. Een goed voorbeeld hiervan is de Sala de Arte Público Siqueiros, het huis van de overleden Mexicaanse muurschilder David Àlfaro Siqueiros. Sinds 2001 is deze plaats de beste optie geworden voor vele jonge en opmerkelijke Mexicaanse kunstenaars.
Zonder de snelwegen van de megakunstencentra te moeten nemen, hebben de organisatoren zich erop toegelegd om vanuit Nederland de mogelijkheid te bieden om efficiënte globale banden te smeden. Het zaadje dat wordt geplant tijdens elke oriëntatiereis is retroactief: enkele ontmoetingen leveren onmiddellijk vruchtbaar resultaat op, andere zijn de basis of de impuls voor toekomstige samenwerking.
Itala Schmelz (Directrice van Museo de Arte Carrillo Gil)
Alle informatie over de bezochte organisaties tijdens de laatste reis naar Brazilië, Argentinië en Peru en enkele impressies van de deelnemers aan deze reis zijn te lezen op de blog orientationtrip2009.wordpress.com.
(Deze tekst is verschenen in ‹H›ART nr. 51 van 14 mei 2009)
