Inner state of nature
30/10/2006Philip Huyghe
Inner State of Nature
Els Fiers
Zijn atelier - drie achter elkaar liggende ruimten in een statisch herenhuis - is eigenlijk een groot work in progress. In de bureauachtige ruimte aan de straatkant - fragmenten van 'oud' werk naast nieuwe objecten, een video, een computer, mappen met tekeningen en foto's, dozen met ontwerpstudies, ... - heerst de genoeglijk nonchalante chaos van een rariteitenkabinet. De ruimten erachter zijn zo mogelijk nog chaotischer: daar krijgen ideeën gestalte. Letterlijk. Plaasteren voorwerpen, roze objecten in een niet nader te benoemen vorm, enkele boomtakken, de zitting van een zeteltje, ... "Er zijn nog tien wachtenden voor u." Het zinnetje dwarrelt onwillekeurig door mijn hoofd: alle voorwerpen hier lijken 'in de wacht' te staan. Geduldig tot ze (opnieuw) tot leven gewekt worden. Een plant (een bromelia) staat plechtig op een sokkel voor een witte muur, met de videocamera in aanslag. Philip Huyghe: "Hier werk ik aan een nieuwe opname. Deze plant heeft een schitterende, langgerekte bloem die zich langzaam ontvouwt en zich als het ware 'uitschuift'. Dat wil ik vastleggen om het beeld terug te brengen tot het oorspronkelijke begin." Hij denkt al pratend, onderbreekt zijn zinnen met telkens nieuwe gedachten in een poging om te verwoorden wat hem bezig houdt en hem aanzet tot het maken van zijn installaties. Het gesprek onthult en verhult tegelijkertijd. Huyghes werk is ook niet in één woord te vatten. Hij beperkt zich immers niet tot één enkel medium: hij fotografeert, maakt video's, beeldhouwt, tekent ... Onderwerp van zijn werk zijn allerlei alledaagse voorwerpen. Een bakvorm voor speculoos, een kleidingstuk, enkele vogels op een tak gevangen in een hagelwitte ruimte, een barometer, een weerhuisje ... Ze zijn herkenbaar, maar de context waarin Huyghe ze plaatst, brengt de toeschouwer in verwarring. Er is iets dat niet klopt. Huyghe zet je bewust op het verkeerde been en nodigt je tegelijk uit om de werkelijkheid eens op een andere manier te benaderen. Zoals bijvoorbeeld het muurvullende familieportret: ogenschijnlijk heel gewoon en toch maakt het een bevreemdende indruk. Zijn het de twee vrouwen - de "twee moeders" zegt Huyghe, oftewel zijn moeder en hijzelf met een masker op en identiek gekleed - die als gebeeldhouwd op de zetel zitten? Is het de man, die op afstand blijft? Zijn het de merkwaardige voorwerpen die de kamer een illusie van huiselijkheid meegeven?
De Twee Moeders duiken geregeld op in zijn werk. Ze gaan samen fietsen, verkorten een rok ... Talloos zijn de verwijzingen naar een vervlogen jeugd, naar een geborgenheid die verdween, naar een begin dat misschien wel een einde was ... Huyghe schuwt ook de herhaling niet. Integendeel: hij puurt de vorm uit, onderzoekt het object tot op de bodem. "Ik herhaal zolang de vorm voor mij nog niet leeg genoeg is. Ik heb het eindpunt nog niet bereikt." Zo is de bakvorm "meisje met grote strik" een regelmatig terugkerend item. In allerlei maten en composities, en telkens luisterend naar andere namen; maar steeds herkenbaar als hetzelfde meisje. Van Charlotte, Joly en Jacqueline ging Huyghe helemaal terug tot aan de oermoeders: "In de living van het Zwart Huis wil ik een grote mal van het meisje plaatsen. Het is voortgevloeid uit een werk dat ik voor het UZ in Gent heb gemaakt en dat nu wordt afgewerkt. Daar heb ik gewerkt rond de zeven oermoeders, van wie wij allemaal afstammen. Er waren zeven vormen, die elk de naam dragen van een van die oermoeders. Hier wil ik nog een stap verder teruggaan in de tijd en dan kom je bij de allereerste. Eva. Die mal is leeg, maar het is een vruchtbare leegte die nog ingevuld moet worden."
"Elk werk is opgebouwd uit verschillende lagen", gaat hij verder. "De ene over de andere geplaatst, maar elke laag blijft zichtbaar." Hij zet de video aan en toont een recent werk, gemaakt voor een tentoonstelling bij galerie Foncke. "Voor deze video hebben we eerst in de galerie een ruimte gebouwd. Daar heb ik dan de objecten binnengebracht: enkele takken waarop vogels zitten te rusten. Vervolgens heb ik er een video van gemaakt en die werd dan uiteindelijk op een witte golvende wand geprojecteerd." De beelden hebben iets surreëel: herkenbaar en tegelijk bevreemdend. Niet alleen worden de opgenomen beelden gestoord door een soort van ruis zonder dat het scène helemaal verstoort, de vogels zijn ook ontdaan van hun uiterlijke kenmerken (geen pluimen, geen kleur buiten de knalrode snavel). In de sereen witte omgeving wordt hun naaktheid beklemtoond. De associatie met naaktheid is niet helemaal uit de lucht gegrepen, want Huyghe maakt hier gebruik van een bijzondere techniek: "Het is een chirurgisch procédé, bedoeld om prothesen te maken in imitatiehuid. Vingers bijvoorbeeld, of oren, gemaakt van een kleurloze kunststof waaraan pigment wordt toegevoegd." Het materiaal alleen al verwijst naar het lichamelijke en geeft elk object iets 'vleselijks'.
Een tentoonstelling in een echt huis is voor Huyghe een ideaal: "Ik werk sowieso met huiselijke objecten. En elke ruimte in dat huis heeft mogelijkheden in zich om een stroom aan gedachten op gang te brengen. Een huis is trouwens als de binnenkant van je hoofd: allemaal verschillende kamers waarin telkens iets anders gebeurt. En toch houdt alles verband met elkaar." Op die wijze bouwt hij de komende tentoonstelling op. En eigenlijk is het ook kenmerkend voor zijn manier van werken: ogenschijnlijk staat elke installatie op zich en toch houden ze verband met elkaar. Hij werkt met associaties: het ene werk is de voedingsbodem voor iets nieuw. Op die manier rijgt hij zijn werken aan elkaar, als waren ze ontstaan uit een lange gedachtestroom.

