zoek

AUTEUR

Sam Eggermont

BRON

<H>ART nr. 48

UITGEVER

<H>ART

trefwoorden

Meer transparantie tussen private en publieke actoren

19/02/2009

Het zal niemand verwonderen dat de opdeling tussen privaat en publiek in het leven is geroepen om zaken bespreekbaar te maken. In het werkveld van de kunsten zien we dat dit geen twee aparte werelden zijn. De dagelijkse praktijk toont namelijk dat actoren, domeinen en (financierings)instrumenten uit beide afkomstig zijn; dat privaat en publiek erg nauw met elkaar zijn verweven. Laten we, om die verbondenheid iets doorzichtiger te maken, eerst even kijken wat er doorgaans onder beide termen wordt verstaan. Ook al is de onlosmakelijke verbondenheid tussen publiek en privaat op alle kunsten toepasbaar, we zullen het in dit artikel vooral hebben over de beeldende kunsten.

Heel eenvoudig gesteld kunnen we zeggen dat we onder 'publiek' alles verstaan wat grotendeels wordt ondersteund met overheidsgeld. 'Privaat', daarentegen, zijn de spelers en de financiën die niet in de eerste plaats worden gekoppeld aan de overheid. De opdeling tussen privaat en publiek komt met andere woorden vooral neer op de financieringswijze. Gesubsidieerde kunstinstellingen zijn een voorbeeld van publieke actoren omdat een overheid de werkingsmiddelen bekostigt. Een ander voorbeeld is de aankoop van een kunstwerk door de Vlaamse Gemeenschap - een aankoop die wordt mogelijk gemaakt door middel van een beleidsinstrument van een publieke overheid. De overheid zorgt dus met (weliswaar beperkte) middelen voor een diversiteit aan spelers, voor ontsluiting en conservering van erfgoed, voor ruimte voor experiment en innovatie.

Deze omschrijving van 'publiek' is natuurlijk niet helemaal correct. Het gaat niet louter om de financieringswijze, maar algemener over datgene wat toegankelijk is, dat wat behoort tot het publieke domein en door burgers kan worden gebruikt. Commons of zaken die aan het algemene publiek toebehoren, kunnen een private oorsprong hebben, ofwel zijn ze door de eeuwen heen als commons overgeleverd van de ene generatie op de andere. Zo is taal, kennis en cultuur publiek. Subsidies zijn maar een wijze om bepaalde zaken publiek te maken en/ of te houden.

Een andere manier om de tweedeling tussen privaat en publiek te bekijken, is vanuit het oogpunt van de inrichters of de actoren. We spreken dan eerder over publieke en private rechtspersoonlijkheden. Publiekrechtelijke partijen zijn de federale staat, een gemeenschap, een gewest, een stedelijke overheid of personen die (financieel of bestuurlijk) door die overheden worden afgevaardigd. Een galerie is dan weer een voorbeeld van een privaat initiatief waarvan de werking niet wordt gefinancierd met middelen van een overheid. Het spreekt voor zich dat ook privéverzamelaars daarom eveneens private actoren zijn. Gesubsidieerde kunstinstellingen zijn daarentegen een voorbeeld van publieke actoren omdat een overheid de werkingsmiddelen bekostigt.

Privaat en publiek: complementair

Het wordt echter complexer en boeiender wanneer we het onderscheid bekijken vanuit intenties en de verschillende vormen van output. Een privéverzamelaar koopt bijvoorbeeld een schilderij uit liefde of als een investering en hoeft zich daarvoor bij niemand te verantwoorden, noch heeft hij enige verplichting om het kunstwerk publiek tentoon te stellen. Die privéverzamelingen zijn daardoor soms zeer coherent en inhoudelijk sterk. In tegenstelling tot een verzamelaar koopt een museum een kunstwerk aan om een hiaat in zijn collectie weg te werken en op die manier een publiek en levend geheugen te creëren. Die aankoop is dan eigendom van een publiek initiatief en moet als dusdanig ook voor het brede publiek worden behouden en ontsloten.

Die publiekrechterlijke partijen positioneren zich niet naast de private actoren maar eerder complementair, waarbij ze elkaar soms zelfs stimuleren. Met subsidies garandeert de overheid diversiteit, onderzoek en experiment in culturele productie. Ze maakt datgene mogelijk wat op private basis niet wordt gerealiseerd en toch van groot belang is voor de kunst en de maatschappij. Ze stimuleert bovendien de toegankelijkheid van de culturele productie die als collectief geheugen kan worden beschouwd. Dat doet ze door personen en organisaties te steunen die kunst 'publiek' maken, bestuderen, omkaderen en bewaren. De overheid stelt criteria en regels op voor het toekennen van subsidies. Het kunstendecreet kan zo worden beschouwd als een handleiding met resultaatsverbintenissen. Een samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en een 'grote instelling', een steunpunt of een opera, is eveneens zo'n verbintenis. Dergelijke overeenkomsten zijn noodzakelijk om beoogde doelstellingen te verwezenlijken via de schaarse middelen van de overheid. De overheid maakt met andere woorden in veel gevallen noodzakelijke beleidskeuzes vanuit een tekort aan middelen.

Private en publieke activiteiten zijn soms op elkaar betrokken en soms is er sprake van vermenging. Kunstenaars kunnen in hun atelier werk maken dat bestemd is voor de kunstmarkt en waarmee ze in hun levensonderhoud voorzien, maar zo'n werk kan op een bepaald moment worden gekocht door een museum of tentoongesteld in een museum en besproken in een tijdschrift. De overheid steunt sommige kunstenaars om hun werk inhoudelijk te ontwikkelen. Ook publieke organisaties steunen kunstenaars bij het produceren van nieuw werk, het maken van tentoonstellingen of het realiseren van artikels/ catalogi, maar die creaties kunnen ook worden aangeboden op de kunstmarkt. Een kunstenaar die wordt besproken in een kunsttijdschrift krijgt daardoor meer aandacht op de kunstmarkt die op haar beurt ook wordt beïnvloed door internationaal gereputeerde curatoren en critici. Sommige verzamelaars bouwen een coherente collectie en laten zich adviseren door curatoren, museumdirecteurs en critici. En galeries brengen nieuw werk van kunstenaars soms in een historische context of omkaderen het met lezingen. Die verwevenheid in al deze voorbeelden heeft zijn voordelen, maar samenwerking moet met zorg gebeuren en met oog voor verschillen in intenties en finaliteiten.

Toenaderingen

De groep publieke en private actoren in het beeldende kunstenveld is enorm uitgebreid en divers. Er zijn musea, werkplaatsen, festivals, publicaties, publieke en private opdrachtgevers, curatoren, galeries, privémusea, verzamelaars, bedrijfcollecties, kunstbeurzen en veilinghuizen. In de voorbije jaren zijn er door de overheid heel wat inspanningen geleverd om die polen dichter bij elkaar te brengen en daarbij de dagelijkse praktijk te vergemakkelijken: PPS (publiek-private samenwerking), CultuurInvest, tax shelter, de Bouwmeester, Kunst en Zaken (NL), de kunstkoopregeling (NL), microkredieten, aangepaste btw-tarieven en het verwerven van 'eigen inkomsten'. Daarnaast zijn er nog private initiatieven die beide werelden dichter bij elkaar trachten te brengen zoals Art&Economy, de Kunstkamer van Koophandel, Cultuur en Economie, Kunstmecenaat (NL), private kunstenaarsbeurzen, kunstwedstrijden, de Nieuwe Opdrachtgevers ...

Door Vlaamse en vooral federale maatregelen zou er nog beter kunnen worden samengewerkt op het vlak van erfrecht, successierecht, belastingaftrek, vermindering van btw-tarieven, de staatswaarborg als onderpandverzekering voor kunstwerken en andere fiscale maatregelen die genoegzaam bekend zijn dankzij diverse memoranda.

Een andere mogelijke stimulans om organisaties uit hun grotendeels afhankelijke positie van overheidsfinanciën te dwingen is bijvoorbeeld de oprichting van een commissie Cultuurprofijt zoals de minister van Cultuur in Nederland invoerde. Die commissie heeft niet mis te verstane doelstellingen zoals het vergroten van het maatschappelijk draagvlak en het instellen van een Programma Cultureel Ondernemerschap. Die maatregelen zijn erg nobel als ze worden geïntegreerd in andere maatregelen om de verscheidenheid in werkvormen in stand te houden zodat het niet ten koste gaat van kleinere fragiele organisaties.

Een belangrijk aandachtspunt bij het opstellen van dit soort van maatregelen is echter dat ze de kunstenaar en zijn werk altijd te goede moeten komen en het de publieke toegang tot kunst en het maatschappelijk debat rond kunst niet in de weg mogen staan.

Stimuleren van samenwerkingen

Vanuit deze eenvoudige schets van een complex en verweven veld stellen we ons de vraag hoe de overheid mogelijke samenwerkingen kan matchen en stimuleren? Hoe kunnen we samenwerkingen zinvol maken en hoe vul je mogelijke vormen van samenwerken in? Daarbij moet steeds de doelstelling van en de nood aan samenwerking helder en transparant zijn. Het gaat dus niet louter om het stimuleren van publieke en private actoren om beter samen te werken.

Hoe kunnen bestaande actoren, private en publieke, beter inspelen op het creatie- of productieproces? Galeries, verzamelaars, privé-investeerders en kunstinstellingen kunnen prefinancieren of deel worden van het productieproces door het aanbieden van kennis, faciliteiten of infrastructuur. Verschillende vormen van kennis, krachten en middelen kunnen hierbij beter worden gebundeld om een project te realiseren. Hoe dit proces met diverse actoren op gang trekken? Uiteraard kan de kunstenaar zelf als initiator optreden en in de meeste samenwerkingsverbanden is dit ook het geval. Er is echter meer en meer nood aan bemiddelaars om een samenwerking tussen verschillende partners te coachen zodat de kunstenaar zich meer op het creëren kan focussen. Eén overkoepelend initiatief of diverse kleinere actoren met meer specifieke kennis zijn mogelijke pistes. Nu is de kennis te verspreid aanwezig en zijn competente bemiddelaars schaars.

Met dezelfde ambitie maar weliswaar op een andere schaal kunnen samenwerkingen heel stimulerend zijn voor presentatie. Programma's kunnen worden gekoppeld en gebundeld opdat ze elkaar versterken. Buitenlandse partnerorganisaties kunnen samen presentaties opzetten en de kosten delen. Privécollecties kunnen worden opgenomen binnen het historisch kader van een museum. Voor bepaalde presentaties kunnen langetermijnovereenkomsten met bedrijven worden afgesloten waar kennisuitwisseling voorop staat. Ook wat betreft ontwikkeling, reflectie en onderzoek zijn er diverse actoren zoals het onderwijs, labs, werkplaatsen, theoretici, bedrijven en uitgevers die door cross-overprojecten samenwerken in een joint venture - partnerships in plaats van sponsorschap.

Uiteraard zoeken publieke actoren voortdurend naar extra geld, maar samenwerkingen bieden ook een waaier aan extra mogelijkheden via kennisuitwisseling op vlak van innovatie, techniek en bedrijfsmatige en financiële tools.

Een goede samenwerking tussen privaat en publiek komt het verworven kunstwerk vaak erg ten goede. Samenwerkingen op het gebied van studie, reflectie, presentatie en beheer kunnen de aandacht voor het kunstwerk verbreden en vergroten. Het kunstwerk vertoeft in handen van privépersonen, in collecties van grote en kleine verzamelaars, in belangrijke bedrijfcollecties, of is in het bezit van publieke actoren zoals musea en overheden.

De oprichting van privémusea is hierbij een recent fenomeen. Het spreekt voor zich dat eerst de vraag moet worden gesteld welke kunstwerken of collecties waardevol zijn voor studie en presentatie. Een andere vraag is of alle collecties in België moeten blijven. Samenwerken kan door het aanbieden van expertise in behoud en beheer of door infrastructuur (depots), maar ook juridisch moeten er dringend federale maatregelen worden getroffen. Via kleine ingrepen en mits het uitwisselen van competenties kunnen op korte termijn vele kunstwerken worden geïnventariseerd, ontsloten, beheerd, bestudeerd en gepresenteerd.

Om al de bovenstaande samenwerkingen mogelijk te maken en in goede banen te leiden, is het nodig om steeds opnieuw en continu het kunstenlandschap te tekenen. Door alle publieke en private actoren zichtbaar te maken, door het netwerk duidelijk te visualiseren groeit bij iedereen en in het bijzonder bij de overheid de kennis over het interessante kluwen van een sector en ziet men nadrukkelijker de berg aan mogelijkheden qua inhoud, maar ook op niveau van bemiddeling en samenwerking. Als via continue landschapstekeningen het potentieel van samenwerken alsmaar duidelijker wordt, kunnen specifieke beleidskeuzes van de overheid en het voortdurend scherp stellen van de publieke doelstellingen die samenwerkingsverbanden op heel concrete manier beter faciliteren.

Sam Eggermont is zakelijk leider van BAM en werkt onder andere rond het thema kunst en economie.