artikel

Een aanvulling bij 'Een actieve positie voor kunstenaars in een open institutioneel kader' door Els Roelandt.

Wat behoort vandaag tot de activiteiten van de kunstenaar en waar oefent hij invloed op uit, vraagt Els Roelandt zich af in Hart 45 van 26 december. De Vlaamse kunstwereld is minder begaan met de maatschappelijke context waarvan kunst deel uitmaakt dan in andere landen vaak het geval is. Ook het beleid laat belangrijke kansen schieten. Alleen een aantal individuele kunstenaars beseffen hoezeer de samenleving veranderd is sinds vorige eeuw. Zij gaan op zoek naar nieuwe manieren om hier invloed op uit te oefenen.

Voor Arteconomy is de economische wereld een belangrijke partner in dit verband, die de kunstenaar kan helpen om zijn kunstenaarschap verder te ontplooien. De kunst is vaak geneigd om dit soort samenwerking te veroordelen, vanuit een bipolair en objectgericht denken. Het kunstwerk staat voorop, het product en niet de mens. De mens kan hoogstens onderwerp worden van dat kunstwerk.

Een kunstenaar die een actieve positie inneemt in de vernetwerkte samenleving moet zich nochtans kunnen ontwikkelen als mens, om tot kunstwerken te komen. Een kunstenaar moet kennis opdoen, vaardigheden en een houding ontwikkelen in relatie, interactie met die wereld, stelt ook Anne Decock.

De vraag of kunstenaars een reële plek mogen innemen binnen machtstructuren is zeker relevant. De ervaring van Arteconomy leert dat kunstenaars, bijvoorbeeld, veranderingsprocessen in een bedrijf zeer positief kunnen beïnvloeden. Hun inbreng leert mensen kritisch denken, verhoogt de betrokkenheid ten aanzien van kunst en cultuur, helpt om een verticale organisatiestructuur in een bedrijf om te buigen naar een meer horizontaal gerichte organisatie, enz. Op dat moment is de kunstenaar geen marionet (meer) in het economische systeem, integendeel, hij grijpt actief in.

Tijdens een samenwerking met een bedrijf komt het onmiddellijke materiële kunstwerk even op de tweede plaats, ten voordele van het 'immateriële kunstwerk dat tussen de mensen staat', zoals Michaël Aerts zegt. Het materiële kunstwerk volgt in een latere fase. Vanuit die samenwerking vertalen zich nieuwe invloeden in de persoon van de kunstenaar, en dus in zijn werk.

De kunstenaar als cultuurproducent.

Hoe kan de waarde van dit soort projecten geëvalueerd worden? Vanuit het productgerichte denken van de kunstwereld lijkt het uiteindelijke resultaat, het 'materiële kunstwerk', bijna een voorwaarde om de samenwerking met het bedrijfsleven te kunnen verantwoorden. Is dit echt het enige beoordelingscriterium dat bepaalt of het economische systeem de kunstenaar al dan niet misbruikt?

Wanneer een samenwerking met een bedrijf de ontwikkeling van een kunstenaar, medewerker of ondernemer vooruithelpt, is deze kunstenaar veel meer dan een adviseur. Op dat moment grijpt hij rechtstreeks en actief in op de wereld die hem omringt. Het immateriële kunstwerk eist meer en meer een plaats voor zich op. Andy Warhol bekeek de relatie met de economie vanuit het kunstwerk als product. Kunnen we aan het begin van de 20e eeuw geen nieuwe stap zetten, en die relatie beschouwen als een proces, een verbinding? Pas dan is de cirkel rond. 

‘Een kunstenaar is niet alleen een producent van kunst’

Bron: <H>ART nr. 47
Auteur: Julie Vandenbroucke
Uitgever: <H>ART
Datum: 12/02/2009

dossiers

trefwoorden (2 found)