artikel
Over de perceptie rond hedendaagse kunst, publiek en de media
Marc Ruyters
"Zoals elke mus een vogel is, maar niet elke vogel een mus,
Zo impliceert elk feit een perceptie, maar niet elke perceptie een feit.
Al willen de media ons doen geloven dat dat laatste wel zo is."
(eigen spreekwoord)
Laat ons beginnen met die perceptie.
Ze luidt als volgt: de traditionele MEDIA (in deze worden bedoeld: de kranten, de grotere tijdschriften, radio, tv...) besteden almaar minder aandacht aan kunst. Die media bedienen zich nog enkel van 'kunstinformatie' als het een voldoende groot afzetgebied vindt bij de grootst gemene deler van de lezer/luisteraar/kijker. Het gaat dan vooral om 'entertainment-kunst': popmuziek à la Rock Werchter, Hollywoodfilms, populaire musicals à la 'Daens'.... En het zet zich door in alle kunstengres. Ook in de literatuur: sommige kranten hebben nog wel boekenbijlage, maar de spoeling wordt dunner. En het 'bashen' van het hedendaagse theater is intussen ook een nationale sport geworden.
In de huidige, sterk gemediatiseerde wereld primeert bovendien het 'beeld' op de 'tekst'. Geschreven en gesproken teksten moeten almaar korter, krachtiger, eenvoudiger, dramatischer en emotioneler, ten voordele van een toenemende flow aan snelle beelden. Paradoxaal genoeg zijn de meeste hedendaagse vormen van kunst precies een doorgevoerde emanatie van dat 'beeld': beeldende kunst, audiovisuele kunst, digitale kunst, dans & performance... Maar het 'beeld' dat door die hedendaagse kunstvormen wordt geproduceerd wordt als te complex, te hermetisch, te traag, te doordacht ervaren. De media besteden dan ook geen aandacht aan de 'serieuze' hedendaagse beeldende kunst, behalve als er een spektakel- , emo- of mega-aspect aan vastzit. De strontmachines van Delvoye, de kunst van koningsdochter Delphine, de verkoopprijzen van Damien Hirst.
De media vinden het daarenboven leuk om enigszins badinerend en/of denigrerend te berichten over de zogeheten ascetische, hermetische kunstelite die enerzijds neerkijkt op entertainment en anderzijds van stront, een pissoir of een met diamant bezette schedel 'kunst' maakt.
Ook het PUBLIEK ervaart hedendaagse beeldende kunst als elitair, hermetisch, 'arty farty'. Het speelt zich af in een kleine wereld van rijke verzamelaars, publieksonvriendelijke musea, ons-kent-ons-curatoren en -critici, verongelijkte kunstenaars. Soms is de attitude zelfs vijandig. Nogal wat hedendaagse kunst in openbare ruimte valt ten prooi aan vandalisme.
Door wie wordt die perceptie gecreëerd? Deels door de media zelf natuurlijk, die uiteraard vinden dat ze goed bezig zijn en dat ze de lezer/luisteraar/kijker informeren over alles wat de moeite kan zijn, dus ook (sommige vormen van) kunst. Ook deels door het publiek, dat via lezersbrieven, blogs enzovoorts, geregeld zijn ongenoegen uit. De media en het publiek vinden dat de hedendaagse kunstscène zich ophoudt in een egelstelling. Ze heeft geen oog voor veranderend kijkgedrag, blijft vasthouden aan de (post)modernistische canon, gebruikt (misbruikt) de globalisering om een internationaal getto te creëren. De scène heeft minachting voor het 'gewone' publiek en de media, die er toch niks van begrijpen.
Maar de perceptie wordt ook gecreëerd door een verongelijkte minderheid, die duidelijk niet omvangrijk en machtig genoeg is om een interessante (commerciële) doelgroep te worden voor die media. In die minderheid zitten intellectuelen, opiniemakers, kunstenaars, kunstwerkers, onderwijsmensen, 'alternatieve' mediafiguren enzovoorts: de KUNSTSCENE zelf dus. Zij hebben het voordeel dat ze harder kunnen roepen dan de doorsnee Jan-met-de-Pet, door hun positie in de samenleving, hun talent om statements te formuleren, hun invloed, hun status.
Het lijkt wel een loopgravenoorlog, waarbij niemand een morzel gronds wil toegeven. Het is een ongezonde, nutteloze situatie.
Daarom stel ik voor een geheel nieuwe perceptie in het leven te roepen. Die waarin de kunstscène zich dankbaar, nederig en ootmoedig opstelt. De MEDIA berichten in deze perceptie kritisch en met zin voor selectie over hedendaagse kunst, hebben enkel aandacht voor het betere werk en lichten hun lezers/luisteraars/kijkers beperkt maar gericht voor. Dat doen ze in de algemene berichtgeving voor het grote publiek, met begrip voor drempels en dergelijke. Dat doen ze ook in cultuurbijlagen of -programma's, bestemd voor de kleinere doelgroep van kunstminnaars.
Het PUBLIEK heeft helemaal geen afkeer van hedendaagse kunst, die op alle mogelijke manieren in de samenleving geïntegreerd is en waar de burger moeiteloos mee omgaat. Het publiek houdt van de Fabre-schildpad in Nieuwpoort, waar het grut zelfs graag op mag klimmen. Het publiek smaakt het S.M.A.K.-sfeertje op de grote momenten, het publiek stapt massaal over de lage drempel van galerie De Zwarte Panter in A'pen op een zaterdagnamiddag. Het publiek wil ook geïnformeerd worden over al die toffe mogelijkheden via de media.
De KUNSTSCENE stelt zich helemaal open, zoekt de participatie op. Heft het onderscheid tussen 'K'unst en 'k'unst op, democratiseert de hele handel, participeert in alle bevolkingslagen en -groepen. En de KUNSTENAAR, niet de instelling, de entourage of de overhead, krijgt opnieuw de sleutelrol toebedeeld.
Maar het blijven percepties, die alleen door het eigen, grote gelijk ingegeven worden. Waar is de vogel, waar is de mus? Om hier uit te geraken lijkt het onontkoombaar dat er professioneel onderzoek gebeurt naar de feiten. De percepties evalueren dus, om tot feiten te komen.
Met voor de hand liggende vragen als: was het vroeger beter? Was er toen meer aandacht in de media en bij het publiek voor kunst? En wat voor aandacht was dat: bevoogdend, betuttelend, of kritisch en bevragend?
Anderzijds: is die kunstscène niet veel groter en nadrukkelijker aanwezig geworden dan vroeger? Spelen de wetten van de markteconomie en van marketing daarom niet sterker mee dan vroeger? En wat verstaan we onder participatie? Hoe ver gaan we met drempelverlaging?
Mag kunst bewust 'elitair' en dus keuzemakend, vernieuwend zijn? Of moet het eerder een nieuwe vorm van religie worden, om het grote publiek harmonie, schoonheid, orde en regelmaat te bieden?
En welke rol spelen de media daarin? Is het zinvol om van àlle media een verhoogde aandacht voor kunst te eisen? Of werkt dat contraproductief? Is een boekenprogramma op een generaliserende zender wel nodig? Moet er niet doelgerichter gewerkt worden, niet op smalle 'niches' maar wel op specifieke groepen? En wat met de losgeslagen informatiestroom via internet? Is de groeiende behoefte aan selectie en keuze terecht? En zo ja, door wie of wat?
Kortom: welke plek verdient kunst in de samenleving vandaag? Of welke samenleving verdient kunst? En hoe gaan ze met elkaar om?
Een uitgebreide SWOT-analyse (het mogen er ook andere zijn) van de relatie tussen kunst, media en publiek dringt zich op. Zodat we eindelijk af kunnen van de percepties en over feiten kunnen gaan bakkeleien.
Marc Ruyters, Hoofdredacteur van ‹H›ART
"Zoals elke mus een vogel is, maar niet elke vogel een mus,
Zo impliceert elk feit een perceptie, maar niet elke perceptie een feit.
Al willen niet alleen de media ons doen geloven dat dat laatste wel zo is."
(eigen, verbeterd spreekwoord)
(deze tekst is verschenen in ‹H›ART 47 van 12 februari 2009)
