zoek

AUTEUR

Marc Ruyters, Eva Wittocx

BRON

ARTS FLANDERS 08 VISUAL ARTS

UITGEVER

Flemish Ministry of Culture, Youth, Sport and Media in collaboration with BAM

Gerelateerde critici & essayisten

trefwoorden

Actuele Beeldende Kunst in Vlaanderen - deel I

01/01/2008

1. Historiek en structuur van de Vlaamse kunstscène

Eva Wittocx

 

België staat in moderne kunstkringen bekend als het land van de zogeheten 'surrealistische' kunstlijn James Ensor - René Magritte - Marcel Broodthaers. Dat is en blijft een mooi compliment voor drie kunstenaars van wereldbelang, maar intussen is er veel veranderd in dit land, kruispunt tussen de Romaanse en de Germaanse cultuur, logistiek centrum tussen Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk, zenuwcentrum van de Europese Gemeenschap.

De kunstscène in Vlaanderen is even divers en complex als de regio zelf. Sinds de onafhankelijkheid van België in 1830 bestaat het land uit twee taalgroepen, Nederlandstaligen en Franstaligen, respectievelijk in het Noorden en Zuiden van het land gesitueerd. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd België een federale staat waarin bepaalde beleidsdomeinen aan beide gemeenschappen toegekend werden. Sinds eind jaren 1980 is cultuur in België dan ook een regionale bevoegdheid, met een autonoom beleid uitgestippeld door de Vlaamse en Franstalige Gemeenschap. Deze opdeling resulteerde in een verschillend beleid aan beide kanten van de taalgrens. In Vlaanderen is het cultuurbudget sinds de jaren 1980 sterk gestegen, maar kan men pas de afgelopen jaren stellen dat hedendaagse beeldende kunst op een meer professioneel niveau door de overheid gesteund wordt. De hoofdstad Brussel is tweetalig en er leeft een sterke internationale kunstscène. Culturele initiatieven worden er gesteund door de Vlaamse of de Franstalige gemeenschap en in enkele gevallen steunen beide gemeenschappen samen culturele organisaties. We beperken ons in deze publicatie tot Vlaanderen en Brussel. De Franstalige Gemeenschap heeft eigen informatiebronnen over haar beleid en over personen en organisaties die actief zijn op het gebied van de hedendaagse beeldende kunst in Franstalig Brussel en Wallonië (Guide des arts plastiques de la Communauté Française de Belgique / www.artsplastiques.cfwb.be). 

1.1. Historiek

Eind jaren 1950 en in de jaren 1960 was er in België een gedreven groep verzamelaars, kunstliefhebbers en galeries actief die projecten opzette en kunstenaars uitnodigde, waaronder de Vereniging van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Gent en de galeries White White Space in Antwerpen en MTL in Brussel. Pas midden jaren 1970, dus veel later dan in andere Europese landen, werd in Vlaanderen het eerste museum voor hedendaagse kunst, het huidige S.M.A.K. opgericht, dit door de stedelijke overheid in Gent. Aan het hoofd kwam directeur Jan Hoet. Midden jaren 1980 opent het Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen (MuHKA), opgericht door de Vlaamse overheid en gestart vanuit de werking van het Antwerpse ICC en met Flor Bex van het ICC als directeur. Momenteel is het MuHKA, samen met het S.M.A.K. in Gent, het belangrijkste museum voor hedendaagse beeldende kunst in Vlaanderen. Haast tegelijkertijd richt de Provincie West-Vlaanderen in Oostende het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst (het huidige Kunstmuseum aan zee) op. In de collectie focust men vooral op het modernisme in België en legt van daar een brug naar kunst van vandaag.

Het startende Vlaamse cultuurbeleid en de beperkte steun aan organisaties in deze periode stond echter de creativiteit en diversiteit van de kunstscène niet in de weg. Heel wat organisatoren, kunstenaars, critici, verzamelaars, etc. initiëren zelf tal van bijzondere tentoonstellings­projecten en initiatieven. Er ontstaat een divers veld dat gebaseerd is op ondernemingszin en persoonlijk engagement. Een aantal gedreven personen zetten een eigen organisatie op, sprokkelden middelen samen en zoeken aansluiting bij een internationaal netwerk. Jan Hoet maakt in 1986 Chambre d'Amis in Gentse privéhuizen, en mocht in 1992 de Documenta in Kassel leiden. Jan Debbaut, de latere directeur van het Van Abbemuseum en de Tate collectie, organiseert belangrijke tentoonstellingen in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. Chris Dercon zet tentoonstellingen op met aandacht voor jonge kunstenaars waaronder Doch Doch tijdens het Klapstukfestival in Leuven. Terwijl heel wat van deze figuren opschoven naar meer belangrijke posities in binnen- en buitenland, werd deze ondernemende mentaliteit doorgegeven, wat tijdens de jaren 1990 in nieuwe kunstenaars­initiatieven, vzw's, éénpersoonsorganisaties en ad hoc projecten resulteerde. In Brussel lanceren de kunstenaars Alec Debusschère, Christoph Draeger and Delphine Bedel in 1991 Etablissement d'en Face. Cathy De Zegher organiseert met Kanaal Foundation de groepstentoonstelling Inside the visible in Kortrijk in 1996. Barbara Vanderlinden richt in 1996 Roomade op waarmee ze tal van internationale projecten uitwerkt zoals Laboratorium en in 1998 wordt ze curator van Manifesta 2. In 1999 starten Philippe Pirotte, Win Van den Abbeele en Patrick Van Rossem het aanvankelijk nomadische kunstinitiatief Objectif. Wim Peeters maakt enkele tentoonstellingen in het NICC en richt in 2004 Extra City op, beide in Antwerpen. In combinatie met een toenemend aantal kunstenaars dat internationaal een rol speelt, vormt dit netwerk een erg interessante voedingsbodem. Deze creativiteit of 'do-it-yourself' houding maakt tot op vandaag deel uit van de identiteit van de lokale kunstscène. Ook vandaag zijn er verspreid over Vlaanderen en Brussel tal van kleine, bijzondere initiatieven die voortkomen uit de gedrevenheid en ideeën van één of meerdere personen.

1.2. De kunstscène als samenspel van actoren

Beeldende kunst organisaties

Eind jaren 1990 beslist de Vlaamse overheid een aantal organisaties een erkenning en structurele steun te geven als 'centrum voor beeldende kunst'. Zes erg diverse organisaties gespreid over Vlaanderen krijgen voor het eerst financiering voor een jaarwerking: Kunsthalle Lophem nabij Brugge, het multidisciplinaire centrum Netwerk in Aalst, de archiefdatabank rond hedendaagse beeldende kunst Online in Gent, het NICC in Antwerpen dat geleid wordt door kunstenaars, Argos dat focust op video en beeldende kunst en Roomade dat internationale projecten opzet vanuit Brussel. De verscheidenheid van deze organisaties en het overheidsbeleid voor beeldende kunst dat nog in wording is heeft zowel voor- als nadelen. In Vlaanderen vindt men geen gestructureerd netwerk van kunstplekken zoals de FRACs in Frankrijk of de talrijke Kunstvereins in Duitsland. Wel is er een gedrevenheid en vrijheid in het opzetten en organiseren van toonplekken voor actuele kunst met erg uiteenlopende profielen.

Anno 2008 worden er ongeveer twintig organisaties beeldende kunst door de Vlaamse overheid structureel gesteund. Nieuwkomers zijn vaak kleine vzw's en bestaande initiatieven die beperkte steun ontvangen, zoals Objectif Exhibitions in Antwerpen, Etablissement d'en face, CCNOA, OKNO (de laatste drie in Brussel), Voorkamer in Lier, kunstenaarsruimte Croxhapox in Gent, de tentoonstellingswerking van het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle), Z33 in Hasselt en het cultureel centrum van Strombeek; en de tentoonstellingsruimtes verbonden aan de opleidingen aan Sint-Lucas en KASK te Gent (respectievelijk Witte Zaal en KIOSK) en Sint-Lukas in Brussel (Sint-Lukasgalerie). Daarnaast bestaan er ook een aantal interessante plekken die vanuit andere lokale overheden gefinancierd worden, zoals het Openluchtmuseum Middelheim in Antwerpen, BE-PART in Waregem of De Garage, verbonden aan het cultureel centrum van Mechelen.

Naast deze kleinere spelers kunnen enkele organisaties doorgroeien naar een grotere schaal. Argos in Brussel, dat recent een nieuwe ruimte opende en de tentoonstellingwerking uitbreidt, en Netwerk in Aalst dat volop de kaart van de jonge Belgische en buitenlandse kunstenaar trekt. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in twee recente, grotere kunstruimtes. WIELS in Brussel en Extra City in Antwerpen, beide zijn recent gerenoveerd en ontwikkelen een meer ambitieus en ook internationaal programma. Naast de centra voor beeldende kunst als presentatieplatformen investeert de overheid sinds 2004 ook in een aantal werkplaatsen die focussen op onderzoek, reflectie en de ondersteuning en begeleiding van kunstenaars. Organisaties als het kunstenaarscollectief NICC, het internationale residentiehuis AIR Antwerpen, ontwikkelings- en presentatieruimte Lokaal 01 (alle drie in Antwerpen), werkplaats FLACC in Genk, de sociaal-artistieke werkplaats Firefly, de nieuwe mediacentra Constant en FoAM (alle drie in Brussel) ondersteunen zowel Belgische als buitenlandse kunstenaars in verbanden waarbij het proces, het onderzoek of creatie primeert op eventuele presentaties.

Vlaanderen telt een vijftal gespecialiseerde publicaties voor beeldende kunst: Openbaar Kunstbezit Vlaanderen (OKV) dat ook oude en moderne beeldende kunst volgt (tien nummers per jaar); De Witte Raaf, dat meer diepgaande en cultuurfilosofische en -sociologische bijdrages publiceert (zes nummers per jaar); A Prior, een magazine dat elk nummer focust op een beperkt aantal kunstenaars of initiatieven (twee nummers per jaar); Gagarin, dat de kunstenaars zelf aan het woord laat (twee nummers per jaar); en ART, magazine voor hedendaagse kunst dat de beeldende kunstactualiteit dichtbij volgt (vijftien nummers per jaar).

Ten slotte richt de overheid in 2001 een steunpunt op voor beeldende kunst IBK, dat recent gefusioneerd is met IAK in BAM, Instituut voor beeldende, audiovisuele en mediakunst. Het steunpunt biedt professionele informatie aan de sector, informeert de buitenwereld (binnen- en buitenland) over die sector, stimuleert lokale en internationale netwerking en werkt samen met de sector en het beleid aan de verdere professionalisering. Het beleid wordt ook kritisch gevolgd door de belangenbehartiger van de kunstenaars NICC en door het professionele overlegplatform VOBK.

Beeldende kunst in andere disciplines en vertoningsformats

Huizen waar ook andere disciplines zoals film, nieuwe media, theater, dans of muziek aanwezig zijn, bieden vaak een interessant kader en impulsen aan het beeldende kunst veld. In Brussel kan men niet rond de federale instelling het Paleis voor Schone Kunsten (ook bekend als BOZAR) dat als een grote machine functioneert voor concerten, tentoonstellingen, podiumkunsten en film in tal van zalen. Andere kunstencentra brengen een autonoom beeldende kunstprogramma van tentoonstellingen maar zoeken in bijzondere formats ook aansluiting met andere disciplines. In deSingel in Antwerpen vertrekken de tentoonstellingen van Moritz Küng vanuit een bijzondere aandacht voor architectuur. Ook Kunstencentrum STUK in Leuven heeft een tentoonstellingsruimte en brengt een programma met jonge Belgische en buitenlandse kunstenaars in solotentoonstellingen. Daarnaast programmeert STUK ook het nieuwe mediafestival Artefact, en het festival Playground waar het raakvlak tussen beeldende kunst, performance en podiumkunsten centraal staat. Het cultuurcentrum van Brugge programmeert regelmatig tentoonstellingen. Andere kunstencentra zoals Vooruit in Gent, de Beursschouwburg en KVS in Brussel, de Warande in Turnhout, Buda in Kortrijk, of het Concertgebouw in Brugge brengen op regelmatige basis projecten van of met beeldende kunstenaars. Hierbij wordt er meestal vertrokken van bepaalde thema's, parcours, integraties of samenwerkingen met andere disciplines, vaak in het kader van bepaalde festivals, los van een permanente tentoonstellingswerking.

Vlaanderen telt ook heel wat festivals, biënnales of triënnales. Ze spelen een belangrijke rol in de spreiding en verruiming van beeldende kunst, ze geven impulsen aan het lokale kunstenlandschap en zoeken aansluiting bij de internationale kunstactualiteit. Voor Beaufort, het driejaarlijkse kunstparcours langs de kunstlijn brengen internationale kunstenaars integraties in de openbare ruimte. Uitgangspunt van de Triënnale van Hasselt is het combineren van beeldende kunst, mode en design. In het West-Vlaamse Watou vonden de laatste twintig jaar de Poëziezomers plaats. Kunst en poëzie werden er gecombineerd, vaak onder leiding van een internationaal gastcurator. Contour focust op kunst en het bewegende beeld - video, film en installaties - in een parcours langs historische locaties in de Mechelse binnenstad. De Prijs Jonge Belgische SchilderkunstPrix de la Jeune Peinture Belge in Brussel is een tweejaarlijkse tentoonstelling voor jonge kunstenaars die leven en werken in België, en lokaal en internationaal doorbreken. Deze manifestatie bestaat reeds meer dan een halve eeuw maar ondertussen worden de prijzen toegekend door een internationale jury en is de focus veel breder dan enkel schilderkunst. Eind 2008 vond de eerste editie van de ambiteuze Brussels Biennial plaats. Naast een artistiek en internationaal ingebed profiel, was deze biënnale een knooppunt voor verschillende organisaties en partners in en rond Brussel.

Verzamelaars en galeries

De kunstscène in Vlaanderen bestaat uit een bijzonder samenspel tussen kunstenaars, gesubsidieerde musea en organisaties, maar ook private verzamelaars en commerciële galeries. In Vlaanderen zijn er, net zoals aan Franstalige zijde van het land,  een uitzonderlijk hoog aantal verzamelaars actief die een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van jonge kunstenaars. Naast vele kleine en middelgrote verzamelaars, zijn er ook private collecties met museale allures aanwezig, zoals deze van Anton en Annick Herbert of Herman Daled. Terwijl sommigen van hen, zoals Lieven Declerq of Roger Matthys hun werken af en toe in tentoonstellingen presenteren, openden anderen recent een eigen ruimte voor wisselende collectieopstellingen, zoals Walter Vanhaerents in Brussel en Mark Vanmoerkerke in Oostende. Deze private initiatieven met tal van belangrijke ensembles van internationale topkunstenaars vormen een goede aanvulling op de werking en verzamelingen van de drie musea. Sommigen van hen steunen kunstenaars ook in hun productie en onderzoek, zoals de vzw Arteconomy van Espeel. Naast de private verzamelaars bezitten ook heel wat banken en andere holdings, zoals Dexia, ING, Belgacom en Cera indrukwekkende internationale kunstverzamelingen.

Er zijn ook heel wat uitstekende galeries in ons land gevestigd en de galeries uit Vlaanderen en Brussel worden uitvoerig beschreven per stad in het volgende hoofdstuk. Heel wat van de galeries zijn ook aanwezig op belangrijke kunstbeurzen zoals Art Basel en LISTE, ARCO, Frieze Art Fair, FIAC, Artforum, The Armory Show of in de talrijke off-beurzen. In Brussel wordt sinds enkele jaren de artbrussels ingericht, een internationale kunstbeurs die de laatste jaren sterk in kwaliteit toegenomen is en nu een belangrijke plaats in de internationale beurzenkalender inneemt. Artbrussels biedt jaarlijks tevens een divers randprogramma van lezingen, tentoonstellingen en bezoeken aan private collecties.

Kunstenaars

Vlaanderen telt heel wat kwaliteitsvolle kunstenaarsopleidingen, gesitueerd in Antwerpen, Brussel en Gent. De leiding van hun kunstenaarsateliers gebeurt door gekende en internationaal actieve kunstenaars. Van de talrijke kunstenaars die elk jaar afstuderen, stroomt er een kleine fractie door naar een verdere postgraduaatopleiding met internationaal profiel, zoals het HISK (Hoger Instituut voor Schone Kunsten) in Gent, of naar werkplaatsen zoals Jan van Eyck Academie in Maastricht of de Rijksakademie in Amsterdam. Naast een 250 kunstenaars die professioneel actief zijn maar hoofdzakelijk in België tentoonstellen, zijn er ook heel wat wiens werk regelmatig in het buitenland te zien is of die door buitenlandse galeries vertegenwoordigd zijn. Sommigen van hen, zoals Luc Tuymans, Wim Delvoye, David Claerbout, Jan Fabre, Annie-Mie Van Kerckhoven, Koen van den Broek, Hans Op de Beeck, Jan De Cock of Michaël Borremans draaien echt aan de top van de kunstwereld mee. Voor zulk een kleine regio is Vlaanderen met tal van sterke kunstenaars prominent op de internationale kunstkaart aanwezig. Daarnaast staat er een hele lichting jonge kunstenaars met groot potentieel klaar om internationaal door te breken.

De Vlaamse overheid kent jaarlijks een honderdtal beurzen toe aan kunstenaars die in Vlaanderen of Brussel verblijven, variërend van kleine of ontwikkelingsgerichte tot doorgroeibeurzen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om projectmatig steun te ontvangen, voor specifieke producties, tentoonstellingen, onderzoek of buitenlandse presentaties. De Vlaamse Gemeenschap kent jaarlijks ook beurzen toe aan jonge kunstenaars voor een residentie in Künstlerhaus Bethanien in Berlijn, Platform Garanti in Istanbul of ISCP in New York. Heel wat buitenlandse kunstenaars zijn sinds jaren in Brussel en Vlaanderen gevestigd. De centrale ligging maakt dat deze regio een grote aantrekkingskracht uitoefent op zowel jonge als meer gekende buitenlandse kunstenaars. Ze vormen een belangrijke ruggengraat van de lokale kunstenaarsgemeenschap.

1.3. Internationale situering

De verschillende kernen van deze regio, namelijk Antwerpen, Brussel en Gent liggen binnen een straal van 100 km van elkaar, vergelijkbaar met verschillende wijken in Londen of New York. Men kan dan ook amper spreken van een individuele kunstscène in Antwerpen, Brussel of Gent - eerder over een Belgische, Franstalige of Vlaamse kunstwereld. De concentratie van tentoonstellings­ruimtes, initiatieven en kunstenaars in Vlaanderen is uitzonderlijk hoog wanneer we deze naast andere Europese regio's plaatsen. Brussel, de hoofdstad van België en tevens van Europa, ligt in het centrum van deze driehoek en is de enige stad die een metropool kan genoemd worden. Toch kan Brussel of Vlaanderen niet wedijveren met andere belangrijke kunststeden als Londen, Parijs of de Duitse steden in het Ruhrgebied.

Periferie in het centrum

De centrale ligging in Europa maakt wel dat men vanuit Brussel op amper twee uren reizen in Londen, Parijs, Amsterdam, Keulen of Düsseldorf staat. In tegenstelling tot deze andere grootsteden bezit Vlaanderen geen grote museale machines, uitgestrekte kunsthalles of representatieve historische kunstcollecties zoals bijvoorbeeld Centre Pompidou, K20-K21, Museum Ludwig of Tate Modern. Wat Vlaanderen in de periferie van deze grootsteden te bieden heeft, is een divers netwerk van kleine en middelgrote spelers - elk met een uniek profiel en programma - in combinatie met een groot aantal kunstenaars met internationaal potentieel. De centrale ligging maakt dat de spelers in Vlaanderen haast automatisch verder kijken dan de eigen grenzen. Ze volgen internationale projecten en tendensen op de voet, doen prospectie in buurlanden en bouwen aan een netwerk van buitenlandse contacten. In de jaren 1990 werden heel wat Belgische curatoren aangetrokken door interessante posities in het buitenland, zoals Chris Dercon (Witte de With en Boijmans van Beuningen in Rotterdam, Haus der Kunst in München), Dirk Snauwaert (Kunstverein München en Institut d'Art Contemporain Villeurbanne), Cathy De Zegher (The Drawing Center New York) of Hilde Teerlinck (FRAC Nord Pas de Calais). Een jongere generatie met onder andere Philippe Pirotte (Kunsthalle Bern) en Ann Demeester (De Appel Amsterdam) kregen de kans om middelgrote organisaties in het buitenland te leiden. Eva González-Sancho, die lange tijd in Brussel als curator actief was, leidt momenteel het FRAC Bourgogne te Dijon. Deze beweging is recent ook omgekeerd ingezet: Anselm Franke (Extra City), Mai Abu ElDahab (Objectif) en Katerina Gregos (Argos Brussel en Contour) verhuisden naar België om hier een directeursfunctie op te nemen en de kunstscène tegelijk meer internationaal te verankeren.

Internationale werking

De internationale vernetwerking van de organisaties in Vlaanderen is erg verscheiden. Haast allen presenteren ze een programma van zowel lokale als buitenlandse kunstenaars. De musea onderhouden goede contacten met andere gelijkaardige musea in het buitenland en zetten soms tentoonstellingen met andere partners op die doorreizen. De meeste tentoonstellingsplekken onderhouden contacten en wisselen informatie uit met gelijkaardige instellingen in andere landen. Bijzonder is dat de Vlamingen in het buitenland een band met de scène hier onderhouden en zo internationalisering aanmoedigen. De mogelijkheden om door samenwerking en het doorgeven van contacten internationaal te groeien bleven vroeger echter vaak onbenut. Met een jonge generatie curatoren uit binnen- en buitenland, zowel aan het hoofd van de musea als in andere belangrijke organisaties, lijkt het tij sinds kort te keren.

2. Geografisch overzicht van organisaties en initiatieven

Marc Ruyters

 

De buitenlander die hier op zoek gaat naar hedendaagse kunst zal een hoogstaand, rijk, origineel en divers aanbod vinden. Maar het is allemaal relatief kleinschalig: geen mastodonten van musea, geen gigantische kunsthalles, geen galeries met twintig personeelsleden, geen miljardairs als verzamelaars, een groot aantal kunstenaars die internationaal echt bekend zijn maar tegelijk heel veel oudere én jongere kunstenaars die internationaal werken en wier oeuvre door curatoren, critici, collectioneurs en andere kenners hoog gequoteerd wordt.

Dit meer informatieve deel van de tekst is vooral bedoeld om de buitenlandse bezoekers op een zo efficiënt mogelijke manier te gidsenin de regio's Vlaanderen en Brussel. De interessante locaties waar hedendaagse kunst te zien is, worden gesitueerd volgens hun geografische spreiding: Brussel en Wallonië, Antwerpen en Gent.

Brussel

Brussel telt verschillende 'huizen' voor hedendaagse kunst. Internationaal het best bekend is het Museum voor Moderne Kunst, dat onderdeel uitmaakt van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, één van de (tweetalige) federale culturele instellingen . Het MMK verzamelt topwerken van moderne en hedendaagse Belgische kunstenaars, die een internationale reputatie hebben opgebouwd, van Marcel Broodthaers over Pierre Alechinsky tot Panamarenko. Vlakbij is het Paleis voor Schone Kunsten gevestigd, geleid door directeur Paul Dujardin , en eveneens een federale instelling. Het expoluik van BOZAR brengt historische en hedendaagse tentoonstellingen. Hun programma van grootschalige tentoonstellingen plaatst regelmatig Europese en andere landen voor het voetlicht. Boeiend is de komst van het kunstencentrum WIELS in Vorst, dat onder leiding van Dirk Snauwaert de rol van kunsthal op zich wil nemen, met doorgedreven aandacht voor het werk van zorgvuldig gekozen (inter)nationale kunstenaars. Tegelijk wordt ook veel aandacht besteed aan de kunsteducatieve werking en de dialoog met de buurt. Sinds 2008 bouwt WIELS bovendien een internationale residentiewerking voor kunstenaars uit. Het experiment van WIELS is even boeiend als riskant: de overheid (vooral de Vlaamse, maar ook de Franstalige) en de privésector sloegen hier de handen in elkaar om het project te ondersteunen. Veel werd ook verwacht van de Brussel Biënniale, een initiatief gesteund door onder andere de Vlaamse Gemeenschap, dat eind 2008 van start ging en tal van samenwerkingen met Brusselse organisaties en instellingen in de buurlanden opzette.

Beeldende kunst en audiovisuele media komen aan bod in het kunstencentrum Argos. In 1989 begonnen als distributiecentrum voor video is het centrum intussen uitgebouwd tot een toon-, conservatie- en archiveringsplek voor audiovisuele kunsten en mediakunst en publieke mediatheek. Tegelijk treedt het ook op als een ontmoetingsplek voor creatie en discours. Kleiner is het kunstenaarscollectief Etablissement d'en Face dat graag experimenteert met diverse vormen van beeldende kunst en die vooral projectmatig uitwerkt, en de Sint-Lukasgalerie waar op regelmatige basis solotentoonstellingen met kunstenaars uit binnen- en buitenland worden opgezet. In Brussel zijn sinds enkele jaren ook kleinere organisaties als Komplot en SECONDroom actief. Komplot bestaat uit een collectief van curatoren die met hun activiteiten de publieke ruimten en instellingen infiltreren. SECONDroom toont elke zaterdag een andere presentatie van een kunstenaar in een tentoonstellingsruimte van het kunstencentrum Recylcart.

In Brussel bestaat ook een uitgebreide galeriescène van Nederlandstalige, Franstalige of buitenlandse initiatiefnemers. Een aantal middelgrote galeries brengen eerder gevestigde Belgische en internationale namen, zoals Xavier Hufkens, Galerie Greta Meert of Baronian_Francey. Daarnaast zijn er ook een aantal galeries die een meer experimenteel programma brengen en ook jonge Belgen presenteren, zoals Jan Mot, aliceday, Galerie Les filles du calvaire, GALLERY CATHERINE BASTIDE, Galerie Erna Hécey, CROWN GALLERY of dépendance.

Rond Brussel bevinden zich ook enkele interessante sites voor hedendaagse kunst. Het cultureel centrum Strombeek vormt een alliantie met het kunstencentrum De Garage in Mechelen. Samen brengen ze geregeld groeps- en solotentoonstellingen met kunstenaars uit binnen- en buitenland, rond een bepaald thema in hun werk. In Leuven brengt het kunstencentrum STUK een jaarwerking beeldende kunst, met zowel solotentoonstellingen met internationale kunstenaars, als aandacht voor cross-overs met andere kunstgenres (vooral de podiumkunsten).

We gaan niet in op het rijke aanbod aan Franstalige initiatieven in Brussel en Wallonië, maar we stippen enkele interessante plekken aan. In Brussel zijn er onder andere Atelier 340 Muzeum, Contretype, Centre Culturel du Botanique en ISELP. In Luik is er de l'Espace 251 Nord en galerie nadjaVilenne, die de Maasregio in het gebied Wallonië, Zuid-Nederland en de Duitse grensstreek bespeelt. In Charleroi  is er het Musée de la Photographie en probeert curator Pierre-Olivier Rollin het B.P.S.22 tot een Kunsthallefunctie uit te bouwen voor de regio. En in de vroegere mijnsite Grand-Hornu huist het Musée des Arts Contemporains (MAC's), waar directeur Laurent Busine een representatieve collectie opbouwt van vooral Waalse, maar ook Vlaamse en internationale hedendaagse kunstenaars.

Antwerpen

De havenstad Antwerpen, slechts veertig kilometer ten noorden van Brussel, is vooral bekend als diamant- en modecentrum, maar wat betreft hedendaagse beeldende kunst heeft er zich een interessante scène ontwikkeld, met een groeiende internationale uitstraling. Het zenuwcentrum van de beeldende kunst bevindt zich op het Zuid, een mooie, oude stadswijk die eind 19de eeuw ontstond. Hier was vroeger het oudste deel van de haven gevestigd, met vele pak- en stapelhuizen, ideale locaties voor musea en galeries. In deze wijk zijn drie belangrijke musea gevestigd, op wandelafstand van elkaar: het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, het FotoMuseum en het MuHKA. De collectie van het MuHKA is opgebouwd rond de verzameling van de Gordon Matta-Clark Stichting en telt werk van alle grote Belgische en vele internationale kunstenaars. Artistiek directeur Bart De Baere heeft ook een heel proces in gang gezet om diverse denkpistes omtrent de rol van hedendaagse kunst in de samenleving te ontwikkelen. Een buitenbeentje, ook letterlijk, want het ligt in een parkzone in het zuiden van Antwerpen, is het Middelheimmuseum, waar aan een belangrijke collectie van moderne en hedendaagse beeldhouwkunst wordt gewerkt. Antwerpen bevat ook de meest actieve galeriescène, zoals Zeno X Gallery, Galerie Micheline Szwajcer, Stella Lohaus Gallery, TIM VAN LAERE GALLERY of KORAALBERG die een belangrijk rol opnemen in het steunen van hun kunstenaars. Galerie Annie Gentils, Galerie Annette De Keyser, Geukens & De Vil, Kusseneers Gallery, MAES & MATTHYS GALLERY, Dagmar De Pooter Gallery en Office Baroque Gallery zijn enkele van de vele andere galeries die een programma van jonge en opkomende artiesten brengen. En galerie De Zwarte Panter, de oudste van de stad, is vooral bekend om haar lage drempel en haar aandacht voor plaatselijke kunstenaars, met ondermeer Fred Bervoets.
Andere initiatieven zijn het Hessenhuis, een toonplek voor jonge kunstenaars en Ruimte Morguen, een presentatieplek tussen de galeries op het Zuid gelegen. Twee organisaties focussen zich op kunstenaarsresidenties. AIR Antwerpen, gelegen in het havengebied, huist een aantal ateliers-appartementen voor Belgische maar vooral ook buitenlandse kunstenaars. Lokaal 01, verbonden met de gelijkaardige ruimte in Breda, nodigt kunstenaars uit in hun ruimte aan specifieke projecten te werken die resulteren in korte toonmomenten.

Twee belangrijke centra voor hedendaagse kunst hebben hun locaties niet (meer) op het Zuid, maar in oude wijken van de stad. De grootste is Extra City, gevestigd in een voormalige brouwerij in Antwerpen-Noord, die vooral onderzoeksgerichte en degelijk omkaderde groepstentoonstellingen presenteert. Objectif Exhibitions, gevestigd in het oude centrum, is kleiner en mikt vooral op solotentoonstellingen van jonge, internationale kunstenaars.
In Mechelen zijn er, naast het kunstencentrum De Garage, twee andere belangrijke initiatieven, namelijk de biënnale voor videokunst Contour, die steeds met een ander curator met internationale reputatie werkt, en galerie TRANSIT.
In de provincie Limburg zijn ook een aantal interessante initiatieven gehuisvest die zich sterk vernetwerkt hebben in de regio Eindhoven-Maastricht-Aken-Keulen. De belangrijkste initiatief is Z33 in Hasselt, waar zowel solo- als groepstentoonstellingen gehouden worden en ook nagedacht wordt over de relatie tussen kunst en design. FLACC in Genk is een werkplaats voor beeldende kunstenaars, die tijd en ruimte krijgen om nieuwe projecten te ontwikkelen en uit te werken.

Gent

Gent is niet (meer) de belangrijkste stad in Vlaanderen voor hedendaagse kunst, maar wel de bekendste. Dat heeft de stad vooral te danken aan de figuur van Jan Hoet. Tot 2003 was hij directeur van het S.M.A.K., dat hij ruim een kwarteeuw leidde. De collectie van het S.M.A.K. start bij de Eerste Wereldoorlog en omspant de volledige twintigste eeuw, van CoBRA tot de meest hedendaagse tendensen, met een focus op belangrijke ensembles van Marcel Broodthaers, Joseph Beuys, Arte Povera en Panamarenko. Dankzij enkele spraakmakende tentoonstellingen zoals 'Chambres d'Amis' en zijn artistiek directeurschap van Documenta IX in 1992 maakte Hoet van zijn museum een locatie met wereldfaam. De fakkel is nu overgenomen door artistiek directeur Philippe Van Cauteren, die het museum verder wil uitbouwen en een intensief en actueel tentoonstellingsbeleid voert.

In Gent is ook het HISK (Hoger Instituut voor Schone Kunsten) gevestigd, waar Belgische en internationale kunstenaars een postgraduaat van twee jaar kunnen volgen. Croxhapox is een klein, maar dynamisch kunstencentrum, dat vooral een forum biedt aan jonge kunstenaars. Existentie (X=10C) is een vergelijkbaar platform, waar jonge curatoren, kunsthistorici en kunstenaars kunnen samenwerken aan tentoonstellingen, debatten en publicaties. Verder brengt ook de Witte Zaal, de tentoonstellingsruimte verbonden aan de hogeschool Sint-Lucas Beeldende Kunst, een divers programma, vaak aangedragen door gastcuratoren. De Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) in Gent nodigt jonge, lokale kunstenaars uit voor een specifieke presentatie in KIOSK, een soort serre nabij het schoolgebouw. Het beleid van de ruimte in de Zebrastraat is dan weer zeer breed, met soms boeiende historische en mediakunsttentoonstellingen. Ook het Provinciaal Cultuurcentrum Caermersklooster brengt af en toe kwaliteitsvolle hedendaagse tentoonstellingen.

Het Gentse galeriewezen is, niettegenstaande de aanwezigheid van het S.M.A.K. en het HISK, eerder bescheiden van omvang. Hoet-Bekaert Gallery en Tatjana Pieters/OneTwenty zijn, hoewel jong, de leidinggevende galeries in de stad. In de omgeving van Gent, in de provincie Oost-Vlaanderen, zijn nog enkele interessante instellingen gevestigd. In Deurle vind je het Museum Dhondt-Dhaenens, dat gebouwd is rond een privécollectie van vooral Vlaamse moderne kunst, meer specifiek de Eerste en Tweede Latemse School. Het Museum Dhondt-Dhaenens bouwde echter ook een reputatie op als toonplek voor hedendaagse kunst, die de vinger aan de pols houdt qua nieuwe vormen van schilder-, beeldhouw- en installatiekunst. In de buurt is ook het Roger Raveel Museum gevestigd dat een dialoog tracht op te starten tussen het werk van Roger Raveel en andere kunstenaars. In Aalst is Netwerk gevestigd, een kunstencentrum dat investeert in de jongere generatie kunstenaars, met zowel Belgen als opkomende buitenlandse kunstenaars. In Netwerk krijgen ze de kans om nieuw werk te creëren, om er te verblijven en ook om avondprogramma's met aandacht voor andere disciplines samen te stellen.

In de provincie West-Vlaanderen tekent zich het nieuwe elan af van het Museum voor Moderne Kunst in Oostende, dat met de nieuwe artistiek directeur Phillip Van den Bossche een brug wil maken tussen de moderne kunst (met Oostendse tenoren als James Ensor, Léon Spilliaert en Constant Permeke) en de hedendaagse kunst. Het museum heeft een belangrijke collectie van Belgische kunst van de hele 20ste eeuw. BE-PART is een centrum voor hedendaagse kunst en een residentieplek in Waregem dat met gastcuratoren werkt en ook aandacht heeft voor kunstenaars uit de regio. En DEWEER gallery in Otegem is een van de belangrijkste gevestigde Belgische galeries. Ten slotte: in de mondaine badstad Knokke zijn tientallen verkoopgaleries gevestigd, die de grootste internationale namen aanbieden. Bekendst zijn de galeries van Guy Pieters, Patrick de Brock, Mulier Mulier, André Simoens en Stephane Simoens.

 

3. De Kunstenaars

Marc Ruyters

 

In de jaren 1960 tot 1980 trad in Vlaanderen en Brussel een generatie kunstenaars naar voren die kwalitatief sterk was, maar in die periode moeite had om internationaal echt door te breken. Voor velen kwam de erkenning pas later, toen het lokale en internationale mediatieke klimaat gunstiger werd. Het geniaal-onmogelijke knutselwerk van Panamarenko, de maatschappijkritische interventies van Jef Geys, de fragiele composities van Guy Mees, de doordachte video's en sculpturen van Lili Dujourie, de beelden van Bernd Lohaus, de schilderijen van Fred Bervoets, Raoul de Keyser en Roger Raveel: ze zouden pas de biënnales en/of documenta's bereiken toen de kunstenaars al een zekere leeftijd bereikt hadden.

Pas eind jaren 1980, begin jaren 1990, toen zich in Vlaanderen voor het eerst een minimale museumstructuur aftekende en de Vlaamse overheid een actief kunstenbeleid begon te voeren, ontpopten een aantal kunstenaars zich tot internationaal gewaardeerde figuren. Naast bovengenoemde kunstenaars, van Panamarenko over Bernd Lohaus tot Jef Geys, maakte een hele reeks anderen internationaal naam. Jan Fabre gaf zijn eigen leefwereld gestalte via haast obsessief beeldend en podiumwerk. Guillaume Bijl zou een opmerkelijke mix van installatie, performance, sculptuur en concept art maken, waarin de werkelijkheid telkens weer op subtiele wijze een 'twist' meekrijgt. Thierry De Cordier zoekt via sculpturen, tekeningen en schilderijen naar een eigen, intieme schuilplek waar hij zijn Vlaamse en Franstalige roots koestert en het organische van deze wereld aan een even artistiek als 'mystiek' onderzoek onderwerpt. Jan Vercruysse reflecteert over de betekenis van het (zelf)portret en de plaats van de kunst(enaar) op een dermate doorgedreven wijze, dat hij tot hermetische, maar uiterst precieuze fotowerken en sculpturen komt. Met zijn verregaande interpretatie van het begrip 'sokkel' zou Didier Vermeiren het sculpturale een andere dimensie geven. De schilderijen en installaties van Philippe van Snick, Narcisse Tordoir en Walter Swennen, waarin de verworvenheden van de schilderkunst tot op het bot ontleed en bekritiseerd worden, bleken later een dankbare voedingsbodem voor een volgende generatie kunstenaars.

Want die generatie combineerde en combineert een groter zelfbewustzijn met een gunstiger mediaklimaat, met de schilder Luc Tuymans als centrale figuur. Hij zou een nieuwe en internationaal toonaangevende combinatie maken van schilderkunst, concept en engagement, waarin de term 'tussenbeeld' ontstond, de fase tussen het beeld zelf en het afgebeelde. Tuymans ging de ideologie van de beeldentaal analyseren, om die taal te lijf te gaan met een eigen engagement, om als het ware 'de manipulator te manipuleren'. Enkele jaren later gingen schilders als Jan Van Imschoot en Michaël Borremans elk op hun manier de uitdaging aan, waarbij het woord 'esthetiek', zo lang verdrongen, een nieuwe dimensie kreeg. Terwijl Tuymans elke verwijzing naar een 'school' of 'stijl' resoluut afwees, ontwikkelde zich toch een groep schilders rond het picturale, waarbij vooral geschilderd werd van een al dan niet zelfgemaakte foto: Guy Van Bossche, Bert De Beul, Eddy De Vos, Patrick vanden Eynde, Joris Ghekiere, Ronny Delrue en vele anderen zorgden voor een echte hausse. Soms leek het alsof de Vlaamse hedendaagse kunstwereld ook internationaal helemaal in het teken stond van dit 'nieuwe schilderen'.

Tegelijk trad een andere groep van kunstenaars naar voren, die opviel door een sterk individualisme. Met het schijnbaar wegvallen van de ideologieën leken ook begrippen als 'stijl' en 'genre' aan betekenis in te boeten, ten voordele van een eigen, persoonlijk artistiek universum. Uiteindelijk zou blijken dat ook in het persoonlijke een universeel engagement kan schuilen. Berlinde De Bruyckere ging sculpturale installaties maken, waarbij de fragiele en kwetsbare mens ten onder gaat aan misbruik, dood en verstikking. Honoré δ'O maakt een eigen denkwereld zichtbaar, door razendsnelle mentale processen om te vormen in een wereld van gevonden en gemanipuleerde materialen. Ria Pacquée gebruikt zichzelf als naamloos rolmodel, om de banaliteit van haar sociale omgeving te ontmantelen. Het plastische universum van Patrick Van Caeckenbergh bevindt zich ergens tussen de Melkweg en een donker muizenholletje, half verscholen achter een plint. Wim Delvoye pakt de schijnwereld van marketing, populaire cultuur en mediatisering aan door er een perfide kopie van te maken. Franky DC onderzoekt op haast obsessionele wijze hoe de kleur oranje geregeld in reclame en design opduikt, telkens een nieuwe periode van valse vreugde aankondigend. Anne-Mie Van Kerckhoven houdt een queeste naar de rol van perversie, seksuele onderdrukking en het mythische vrouwenbeeld door de eeuwen heen. Dora Garcia onderzoekt situaties of contexten die de traditionele verhouding tussen kunstenaar, kunstwerk en kijker bevragen. In zijn videowerk geeft Koen Theys commentaar op iconen uit de kunstwereld; hij combineert beelden op zo'nmanier dat er nieuwe connotaties ontstaan.

Toch zou ook het vormelijke opnieuw opduiken. Niet het vrijblijvende, maar de vorm als middel tot een persoonlijk discours. Dat dook op in het oeuvre van enkele kunstenaars die dicht aanleunden bij de architectuur. Luc Deleu ging utopische urbane omgevingen bedenken ('orbanisme', samentrekking van 'orbis' en 'urbis', wereld en stad), gebaseerd op de haast traditionele architecturale tekentaal. Aglaia Konrad grijpt in op de menselijke (leef)ruimtes, door kleine, koppige verschuivingen aan te brengen. Richard Venlet laat haast onzichtbare sporen na in een ruimte, die toch helemaal hertekend wordt. Christoph Fink onderneemt reizen in de wereld, waarbij de dimensies tijd en ruimte aan elkaar vastgeklonken worden in een plastische weergave van tijdsaanduidingen en geografische coördinaten.

Ook het medium fotografie ging bij een aantal kunstenaars de confrontatie aan met de architectuur. In het werk van Niels Donckers en Bert Danckaert bijvoorbeeld, die elk op hun manier de sporen van menselijke aanwezigheid in een gedomesticeerde wereld in min of meerdere mate duiden (of verdoezelen). Het werk van Dirk Braeckman is dan weer heel anders: zijn foto's kiezen voor het schijnbaar vluchtige moment en de suggestiviteit. Zoals hijzelf zijn onderwerpen welhaast op de huid zit, zo is het oppervlak (de huid) van zijn beelden gehuld in een unieke, herkenbare, donkermatte, zilvergrijze waas. Hier duikt ook weer het begrip 'esthetiek' op, dat na een afwezigheid van enkele decennia langzaam terug de beeldende kunst in komt sluipen. Na het concept, na het engagement mag ook de esthetica opnieuw haar rechten opeisen. We zien het ook in de sculpturen van Philip Aguirre, de beelden van Paul Casaer, de miniatuurschilderijtjes van Robert Devriendt.

Vandaag bloeit de artistieke productie in Vlaanderen en Brussel op een ongemeen hoog niveau. Een jonge generatie kunstenaars werkt professioneel én internationaal. Daarbij is het fenomeen 'netwerking' (dat overigens altijd al bestaan heeft, maar vroeger was 'the inner circle' kleiner) nu een normale en onmisbare manier geworden om contacten te leggen met andere kunstenaars, curatoren, verzamelaars, critici, musea en kunstencentra. Zowel nationaal als internationaal hangen die netwerken bovendien op een soms subtiele wijze aan elkaar, waarbij commerciële en artistieke belangen elkaar op een haast vanzelfsprekende en evenwaardige manier doorkruisen, veel meer dan vroeger het geval was. Van deze generatie mogen twee kunstenaars zich nu al als internationaal erkend beschouwen: Jan De Cock en David Claerbout. De Cock stelde al tentoon in de grootste kunstinstellingen ter wereld (Schirn Kunsthalle Frankfurt, Tate Modern London, MoMA New York). In zijn foto's, installaties en constructies gaat hij het gevecht aan met de dominantie van de hedendaagse kunst, door er de canon van het Modernisme tegenover te plaatsen. De Cock zet gewaardeerde hedendaagse kunstinstituten letterlijk in de knel, onder meer door er houten constructies in en rond te bouwen. David Claerbout tast in zijn werk de grenzen af tussen fotografie en film, tussen stilstaand en bewegend beeld, tussen architectuur en licht, tussen ruimte en tijd. In het oeuvre van Claerbout worden foto's in beweging gezet. Zijn werk speelt zich af in architecturale omgevingen die representatief zijn voor de moderne cultuur en de hedendaagse stedelijke context.

De Vlaamse 'schilderstraditie' wordt ook in deze generatie nog voortgezet, al gaan onderzoek en concept weerom iets sterker doorwegen dan de pure plasticiteit. Koen van den Broek bouwt sterke structuren op via het schilderen van landschappen, autostrades of gewoon een stuk trottoir, waarbij hij meer en meer kiest voor het boeiende niemandsland tussen figuratie en abstractie. In Vincent Geyskens' werk schuilt een spanning tussen het beeld als illusie en het materiële omgaan met verf en toebehoren. Recent zette hij het herkenbare beeld helemaal op de helling, ten voordele van de chaos, 'die zich als bij toeval organiseert'. Tina Gillen schildert strakke, afgemeten en gefragmenteerde landschappen, waarbij het architecturale (huizen, villa's) uitgepuurd wordt. De onderwerpen van Karin Hanssen gaan terug naar de wereld van de kleinburger, die zich in een bedrieglijke harmonie waant, maar feitelijk leeft in sleur, verstikking en desolaatheid. Maryam Najd kijkt naar de agressieve en pornografische beeldvervuiling in de diverse media (film, tv), interpreteert ze zonder enige anekdotiek en streeft naar een haast utopisch (wereld)beeld.
Op het vlak van de fotografie duikt het documentaire karakter weer op, naast een sterke zin voor esthetiek. Geert Goiris maakt monumentale landschapsfoto's, waar de menselijke aanwezigheid minimaal en tegelijk toch bepalend is. Jan Kempenaers doet net het omgekeerde en zoekt landschappen die door de mens getekend en gekleurd zijn. Anne Daems toont in haar foto's aspecten van het alledaagse leven en van op het eerste gezicht nietszeggende gebeurtenissen. Tegelijk componeert ze verschillende tijdsintervallen in één geheel. Het spectaculaire van deze fotografie ligt juist in het niet-spectaculaire. Charif Benhelima onderzoekt zowel de begrenzingen en de uitdagingen van de diverse culturen als van de polaroid: het levert meta-antropologisch werk op. Els Opsomer legt urbane archieven aan, waarbij de leefwereld van door politiek en armoede getroffen bevolkingsgroepen toch een zelfrespect aangemeten krijgt.

Nogal wat kunst van deze generatie wordt gekenmerkt door het hybride gebruik van installatie, performance, video, internet en andere formele kunstdragers, om te komen tot een gegeven waarin documentaire en fictie als een onontwarbaar kluwen door elkaar lopen. Dat is ook het enige gemeenschappelijke kenmerk waar men deze kunstenaars op kan taxeren, want voor de rest hebben ze stuk voor stuk een sterk individueel parcours gebouwd. Hans Op de Beeck gebruikt diverse media om de roetsjbaan die onze samenleving soms is om te zetten in een wereld van leegte, bezinning en stilte. Boy & Erik Stappaerts creëerde het B. & E.S. Institute and Associations, dat uiteenlopende objecten maakt en dat je kunt zien als een even ironisch als utopisch bureau 'dat uw eigen leven en dat van uw omgeving naar uw eigen geprefereerde behoeftes kan en wil inrichten'. Als alerte waarnemer van de maatschappelijke realiteit vertaalt Koenraad Dedobbeleer architectuur, elementen uit urbanisatie en menselijke ordeningssystemen in zijn multimediale werken. Nico Dockx drukt zijn fascinatie voor archivering, inventarisering, herinnering, databeheer en informatieoverdracht uit in en via verschillende media en methodes. Stefaan Dheedene verwerkt fotografisch materiaal uit zijn ontmoetingen met diverse culturen tot ruimtelijke interpretaties en reconstructies. Kobe Matthys is oprichter van Agency, waarin hij onderzoek doet naar de praktijk van toe-eigening en het publieke domein. Ives Maes gaat op een ontluisterende manier om met het paternalisme van de westerse samenleving en biedt de beschaafde westerling onderdak voor de vermeende gevaren die in de andere culturen schuilen. Gert Robijns neemt minimale elementen uit de dagdagelijkse samenleving om er totaal nieuwe constructies mee te maken, die ons denkpatroon ontrafelen en heroriënteren. Lieven De Boeck werkt aan zijn eigen 'Dictionary on Space', met vooral architecturale thema's rond toe-eigening, grenzen, representatie en identiteit.

In deze generatie zijn ook kunstenaars actief waarbij video of dvd een essentiële rol opeisen. Manon de Boer gaat intensief om met het gegeven 'tijd' in haar films, waarmee ze de clichés van de massamedia manipuleert. Orla Barry hanteert eigen teksten, muziek, foto's en film om zich vragen te stellen over de manier waarop onze gedachten functioneren. Anouk De Clercq maakt 'interior landscapes', waarin beeld, muziek en tekst de toeschouwer meenemen in een imaginair, fascinerend landschap. Ana Torfs geeft fragmenten uit de westerse politieke en culturele geschiedenis een nieuwe vormelijke én inhoudelijke interpretatie. En Sven Augustijnen gebruikt de documentaire als medium om tot een nieuwe vorm van fictie te komen, die vaak geloofwaardiger lijkt dan de zogeheten realiteit. Andere kunstenaars zijn volop zoekende naar het belang en de zeggingskracht van het achteloze detail: Valérie Mannaerts in haar tekeningen, Sophie Nys in haar videowerk.

KLIK HIER OM VERDER TE LEZEN