Playground
Performance in een kunstencentrum
Eva Wittocx
Vanuit mijn ervaring in kunstencentrum STUK, en meer specifiek met het festival Playground, wil ik kort aanhalen wat de meerwaarde is van de infrastructuur van een multidisciplinair kunstencentrum als STUK voor een (performance)kunstenaar. Bovendien kan een multidisciplinair kunstencentrum een ideale omgeving zijn om een divers publiek kennis te laten maken met kunst die buiten de vastgelegde disciplines treedt. Een publiek dat anders geneigd is om één bepaalde discipline te volgen, wordt aangespoord om via atypische kunstcreaties over de disciplinegrenzen heen op verkenning te gaan.
De focus van het festival Playground (www.playgroundfestival.be) was het brengen van bijzondere artistieke projecten die elementen van beeldende kunst en podiumkunsten gebruiken in het formuleren van hun werk. Kunstwerken op scène, performers in een tentoonstellingsruimte, onaangekondigde acties, etc. werden gebruikt als middel om te reflecteren over codes betreffende tijd, ruimte en publiek die verbonden zijn aan kunstdisciplines. Naast projecten van choreografen of samenwerkingen met theatermakers, wil STUK met dit festival vooral ook kunstenaars, die af en toe met performance werken (vaak in de marge van het beeldende kunstcircuit), ondersteuning, ruimte, middelen en omkadering geven om werk te ontwikkelen. Dit resulteerde onder meer in kunstwerken of installaties waarbij zowel de aanwezigheid van performers als objecten een rol speelde, zoals bij Erwin Wurm of Yael Davids, die het lichaam deel van hun werk maken en zo een reflectie bieden op de band tussen object en subject. Naast ruimte voor choreografen en theatermakers die de grenzen van een opvoering aftastten, lag de nadruk van Playground op beeldende kunstenaars die aspecten als tijdsbeleving, lichamelijkheid of onze omgang met objecten/kunstwerken in confrontatie willen brengen met een publiek, en die confrontatie willen onderzoeken.
Voor dit festival ging STUK op zoek naar bestaande projecten en voorstellingen, inhoudelijke samenwerkingen met of van beeldende kunstenaars. Bijzonder was bijvoorbeeld de heropvoering van Guy de Cointet's 'Tell Me' (een performance uit 1979) of 'The Expected', een samenwerking van Keren Cytter en twee componisten. Daarnaast bood STUK een aantal kunstenaars de mogelijkheid om nieuw werk te maken voor een podium of live context. STUK nodigde hen uit om werk te produceren in een podiumkunstencontext, inclusief residenties in ateliers, werken in de theaterzaal, productiebudgetten en technische ondersteuning. Terwijl performances vanuit de beeldende kunst veelal in tentoonstellingsruimtes, de openbare ruimte of onverwachte plaatsen gesitueerd worden, kregen zij de mogelijkheid om hun interesse naar een meer theatraal format te vertalen.
Voor de productie 'Games People Play' werkten kunstenaars Richard Venlet en Dora Garcia samen met het Brusselse theatergezelschap Transquinquennal aan een voorstelling waarbij een kunstwerk van Venlet centraal op scène staat en waarin de codes van het 'spel' onderzocht worden. Het resultaat was vormelijk een reguliere 'voorstelling', die echter inhoudelijk zowel de status en présence van het kunstwerk onderzocht, alsook de regels of condities verbonden aan het format van een voorstelling. Een ander voorbeeld was de samenwerking tussen kunstenaars Jimmy Robert en Ian White. Zij hebben elk een eigen kunstpraktijk. Na een eenmalige samenwerking voor een deels geïmproviseerde performance in een museumzaal van Tate Britain, verbleven ze een maand in STUK om samen een nieuwe productie te realiseren. Ze maakten van deze gelegenheid gebruik om in de theaterzaal een performance te creëren over onze omgang met beelden en foto's, over pose, stilstand en beweging. Kunstenares Yael Davids verkoos om haar vaak intieme sculpturen in Leuven naar een grotere schaal te tillen en werkte in Leuven meerdere weken samen met een groep van veertig performers. Davids presenteerde objecten die op aangekondigde tijdstippen door performers in een trage choreografie opgeladen werden. Andere kunstenaars zoals Ruben Kindermans en Wannes Goetschalckx, onderzochten de installatie of tentoonstelling als proces of interactie tussen performers en objecten.
Het andere creatieproces en de andere omkadering, maar ook een verschillende omgang met publiek, ruimte, tijd, codes en verwachtingen, waren voor de kunstenaars erg verrijkend. STUK bood zowel een inhoudelijke als productionele samenwerking, waarbij een project ook op organisatorisch, technisch of infrastructureel vlak begeleid werd. Doordat beeldende kunstenaars minder in vaste structuren werken, waarbij productie, promotie en het rondreizen van projecten vaak professioneel vanuit hun organisatie of gezelschap georganiseerd worden, waren dit vaak tijdsintensieve projecten. De atypische projecten van beeldende kunstenaars waren ook geen voorstellingen die gemakkelijk konden rondreizen zoals andere voorstellingen dit meestal doen. Parallel aan beeldende kunstorganisaties kunnen kunstencentra een rol spelen in het produceren en presenteren van beeldend werk dat raakpunten vertoont met performance, dans, theater of andere disciplines. Anders dan bijvoorbeeld musea hebben kunstencentra een specifieke knowhow of ervaring en zijn zij ook infrastructureel uitgerust om producties in dit veld te begeleiden en produceren.
Men kan vaststellen dat de vormelijke overeenkomsten met 'voorstellingen' er niet voor zorgt dat deze bijzondere projecten opgepikt worden in het reguliere theater- of danscircuit hier in België. Voor sommige kunstenaars met enige internationale bekendheid lijkt het in zekere zin haast eenvoudiger om dit soort producties te presenteren binnen een internationale context. De creatie van Jimmy Robert en Ian White werd zo onlangs via De Appel getoond op het Something Raw festival in Amsterdam, en reist waarschijnlijk naar Parijs. Een uniek project in Playground was 'Living Currency/La Monnaie Vivante' waarvoor een vijftiental kunstenaars en kunstwerken samengebracht werden in een theaterzaal. Subtiele performances die de inzet van het lichaam gebruiken om situaties op te laden en onze omgang met objecten te articuleren, werden verweven in een trage regie van doorlopende en eenmalige gebeurtenissen. Op haast paradoxale wijze werd in deze tentoonstelling van drie avonden onderzocht hoe naast kunstwerken ook onverwachte of haast onzichtbare performances, die onze omgang met de realiteit onderzoeken, gepresenteerd kunnen worden. Dit project was voordien reeds in Parijs te zien, maar werd volledig voor STUK en de specifieke zaal herwerkt met een nieuwe selectie kunstenaars en kunstwerken. Een paar weken terug hernam Tate Modern in Londen dit unieke project en vertaalde het naar hun grootse inkomhal, opnieuw met nieuw werk en acties. En het project zal later dit jaar ook naar andere kunstruimtes en musea reizen.
Met een programma van zowel installaties als voorstellingen trok Playground zowel een beeldende kunst als podiumkunstenpubliek aan. Enerzijds was het opmerkelijk vast te stellen hoe wij allen geconditioneerd zijn door onze eigen kennis van en kijkervaring met specifieke disciplines, inclusief de codes die hiervoor gelden. Ook al zijn er bij kunstenaars andere inhoudelijke interesses of vertrekpunten, toch lijkt het haast onvermijdelijk dat bijvoorbeeld creaties op scène als 'theater' of 'dans' ervaren en beoordeeld worden. Anderzijds vormt de context van een multidisciplinair kunstencentrum een goede context om dit soort atypische projecten te presenteren. Door Playground te situeren in een multidisciplinair kunstencentrum, met een doorlopend jaarprogramma dans, theater, media, beeldende kunst, film en muziek, wordt een erg divers geïnteresseerd publiek aangetrokken. Een publiek dat kennis kan maken met een divers programma en geprikkeld kan worden door atypische kunstcreaties.
(13 februari 2008
(Eva Wittocx is programmator beeldende kunst en performance in kunstencentrum STUK)
Lees hier meer over het programmeren van performances in kunstencentra in een interview met vier programmatoren van STUK en Vooruit.
>> Dossier 'Beeldende Kunst & Podiumkunsten'
