Vandaag zijn uitwisseling en samenwerking tussen beeldende kunst, performance, muziek, video en mediakunst schering en inslag. Die samenwerkingsverbanden leiden tot kunstenaarscollectieven en - initiatieven waarmee kunstenaars hun eigen plekken opzetten voor ontmoeting, productie en presentatie. En ze gaan allianties aan met musea, galeries en centra voor hedendaagse kunst. Een blik op de geschiedenis van de beeldende kunst geeft aan dat dit geen nieuw fenomeen is.Johan Pas deed heel wat onderzoek rond avant-garde praktijken tijdens de jaren zestig, zeventig en tachtig in Antwerpen, onder meer voor zijn doctoraat over de geschiedenis van het ICC (Beeldenstorm in een spiegelzaal, 2005) en voor de recente tentoonstelling Kopstoot! Antwerpse postpunk en nieuwe underground in het Vlaamse Cultuurhuis De Brakke Grond, die hij samen met de kunstenaars Dennis Tyfus, Nico Dockx en Vaast Colson organiseerde. Hieruit blijkt dat die uitwisseling, samenwerking en interdisciplinariteit niet nieuw zijn, maar heel wat roots hebben in vroegere decennia. Onderstaande tekst is een bewerkte en flink ingekorte versie van Pas' catalogusessay voor Kopstoot!

Bezette stad
Kunstenaarsinitiatieven en interdisciplinariteit in Antwerpen

Johan Pas

DIY!

'Hét veld van de beeldende kunst' lijkt niet meer wat het geweest is. Naast en tussen de vertrouwde Antwerpse galerieën en musea vormt zich de laatste tijd een netwerk van kunstenaars, muzikanten en performers voor wie uitwisseling, samenwerking en interdisciplinariteit een grote betekenis hebben. 'Alternatieve' plaatsen en tijdelijke knooppunten, kleine platenlabels, kunstenaarsinitiatieven en multidisciplinaire collectieven opereren schijnbaar moeiteloos in de periferie van het officiële artistieke landschap, maar dit sluit tijdelijke allianties met de meer 'officiële' of mainstream instellingen niet uit. Voorbeelden zijn Ultra Eczema (Dennis Tyfus), Frigo (Lieven Segers, Geert Saman, Anton Cotteleer, Vaast Colson), Building Transmissions (Nico Dockx, Peter Verwimp, Kris Delacourt), Placenta (Bart Van Dijck, Tom Liekens, Stefan Serneels, Caroline Coolen), Logement (Philip Janssens, Lieve Sijsmans), Cakehouse (Lieven Segers, Michèle Matyn) en het Rotkop-magazine (Janus Prutpuss, Jelle Crama, Michèle Matyn, Kevin Apetown en Dennis Tyfus). Ontmoetingsplaatsen zijn ondermeer het (voormalige) kraakpand De Scheld'apen, Radio Centraal en het in 2006 ter ziele gegane Factor 44. Interactie, artistieke samenwerking en interdisciplinariteit vormen de rode draden tussen deze verbanden.

Dit is uiteraard geen uitsluitend Antwerps fenomeen. Een gelijkaardig proces van DIY (Do it yourself) speelt zich ook in andere urbane centra af, waar er een crossover lijkt te ontstaan tussen de muzikale (punk, hard core, noise, etc.) en de beeldende kunstscène. Op het eerste zicht lijkt dit een nieuwe trend. Het ziet er inderdaad uit alsof er de laatste jaren steeds makkelijker kruisbestuivingen ontstaan tussen beeldende kunst, muziek, performance en kunstenaarspublicaties, en tussen de diverse kunstenaars onderling. Het kunsthistorische canon wil bovendien dat na de meer 'collectivistische' en sociaal geëngageerde kunst van de jaren zeventig, de jaren tachtig het decennium van de 'postmoderne' individualist inluidden, terwijl de jaren negentig opnieuw in het teken stonden van een meer 'sociale' en 'relationele' kunstpraktijk. Dit klopt slechts gedeeltelijk. Ook in de vorige decennia is er naast de kenmerkende opkomst van de musea voor hedendaagse kunst en het commerciële succes van het galeriesysteem, een intense bedrijvigheid van alternatieve groepen, kunstenaarsruimten en 'kunstenaarscollectieven'. Deze laatste term, die vooral geassocieerd wordt met de activistische jaren zestig en zeventig, is overigens veel te veralgemenend. De invulling varieert immers van (semi-)permanente groepen tot zeer kortstondige samenwerkingsverbanden rond een specifiek thema of project. Bij nader inzien gaat dit fenomeen zelfs terug op de kern van de historische avant-garde. Begint de 'officiële' geschiedenis van de moderne kunst niet in 1874 met een door kunstenaars georganiseerde, alternatieve 'salon' boven een fotostudio (namelijk die van de impressionisten)? In die zin is de klassieke, canonieke kunstgeschiedenis met haar obsessieve focus op het egodocument en het artistieke individualisme (een negentiende-eeuws concept) dringend aan herschrijving toe.

Avant-garde in Antwerpen

Even terug naar Antwerpen. In het begin van de twintigste eeuw vinden de belangrijkste internationale avant-garde tendensen (expressionisme, kubisme, futurisme, dada en constructivisme) vrij snel voet aan de Antwerpse bodem. Gedreven netwerkers als Paul Van Ostaijen (auteur van de experimentele dichtbundel Bezette Stad uit 1921), Jozef Peeters en Michel Seuphor zorgen ervoor dat de Antwerpse scène gelinkt wordt aan de nieuwste internationale ontwikkelingen. Modernistische (s)t(r)ijdschriften (Het Overzicht, De driehoek), tentoonstellingen, 'kunstkringen' en congressen volgen elkaar in een snel tempo op. Tijdens de crisis van de jaren dertig sputteren deze initiatieven een na een uit. Na de Tweede Wereldoorlog ligt het zwaartepunt van de moderne kunstenaarsinitiatieven eerder in Brussel (Apport, Jeune Peinture Belge, Surréalisme Révolutionnaire, Cobra, Taptoe, etc.)

In Antwerpen lijkt het windstil op het artistieke front. Uitzonderingen zijn de in 1949 opgerichte Exi Club, een existentialistisch geïnspireerde club voor tentoonstellingen, debatten en jazzoptredens en het C.A.W. (Comité voor Artistieke Werking) dat tentoonstellingen met moderne en actuele schilderkunst en sculptuur brengt, soms in samenwerking met de avant-gardegalerie Ad Libitum. In 1957 treedt er echter een versnelling op. Met het oog op de nakende wereldtentoonstelling in Brussel bundelen een aantal Antwerpse kunstenaars hun krachten tot G58. In het zestiende-eeuwse Hessenhuis organiseren ze internationale groepstentoonstellingen en concerten, waardoor ondermeer de internationale Zero-groep in Vlaanderen bekend raakt. Spin-offs van G58 zijn de Nieuwe Vlaamse School, die in 1960 in Antwerpen opgericht wordt en de door de beatbeweging geïnspireerde groep Onderaards (in 1962 opgericht door Serge Largot, en later getransformeerd tot Lumen Numen).

In die periode breekt ook dichter-kunstenaar Paul De Vree een lans voor een radicale avant-garde (in casu abstracte kunst en concrete poëzie) met zijn interdisciplinair tijdschrift De Tafelronde en zijn ambitieus Modernistisch Centrum dat de krachten van alle Vlaamse progressieven zou moeten bundelen. In 1962 vindt in Antwerpen bovendien het zesde congres plaats van de Internationale Situationniste, waar ondermeer beslist wordt om de opsplitsing in nationale afdelingen op te heffen. Rond het midden van de jaren zestig waait ook de provowind over uit Amsterdam. Het alternatieve circuit rond literaire tijdschriften als Gard Sivik, Bok en Yang vormt wellicht een vruchtbare voedingsbodem voor de Nederlandse contestaire inspiratie.

In 1965 organiseren Panamarenko, Hugo Heyrman, Wout Vercammen en Bernd Lohaus, samen met de Nederlander Jeroen Henneman en de Japanner Yoshio Nakajima, publieke happenings op de Antwerpse pleinen en publiceren ze het neo-dadaïstische magazine Happening News. Een van deze happenings draagt zelfs de titel Bezette Stad, waardoor de link gelegd wordt met de vroege avant-garde (Van Ostaijen). Andere Antwerpse magazines uit die tijd als Revo en Anar ademen meer de sfeer uit van de Amsterdamse provo-pers. Rond die tijd beginnen ook avant-garde galerieën als Wide White Space Gallery, X-One en De Zwarte Panter nieuwe platformen te bieden voor de nieuwste artistieke praktijken. Na de culturele bezetting van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten door de kunstenaars van de VAGA (Vrije Actiegroep Antwerpen) in 1968 reageert de overheid schoorvoetend met tentoonstellingen van hedendaagse kunstenaars in het 'oude' museum én met de oprichting van het ICC (Internationaal Cultureel Centrum).

De kunstenaars zelf verenigen zich vanaf 1969 in talrijke collectieven en alternatieve presentatieplatformen met bijzonder uiteenlopende strategieën en agenda's. Voorbeelden in Antwerpen zijn A379089, Vereniging van Plastische Kunstenaars, Artworker Foundation, Ercola, Vacuum, De Nieuwe Koloristen en T.O.P.-Office. Onderlinge contacten en snelle communicatie spelen daarbij een grote rol, ondermeer via small-press drukwerk (boekjes en magazines). Jan Putteneers documenteert de alternatieve scène met zijn periodiek Antwerp Art Info en Guy Schraenen begint aan de opbouw van zijn indrukwekkende Archive for Small Press and Communication, dat zo'n tien jaar later ondermeer uitmondt in de Antwerpse presentatieruimte Archive Space (1984).

Punk & performance

Rond het midden van de jaren zeventig lijkt deze dynamiek uit te doven. Terwijl, paradoxaal genoeg, enkel het 'officiële' ICC progressief programmeert met conceptkunst, video en performance, geven diverse avant-garde initiatieven en 'anti-galerieën' er de brui aan. Maar de punk brengt een nieuw elan. In 1977 richten de jonge (performance)kunstenaars Narcisse Tordoir, Jan Janssen, Ronald Stoops (beiden ook betrokken bij het initiatief Pseudo) en Rudolf Verbesselt een bar met exporuimte op in een gekraakt huis in het hart van de historische binnenstad: Today's Place. Tordoir en Janssen vormden samen met Hugo Roelandt een performancetrio, dat regelmatig samenwerkte met het duo Paul Geladi en Luc Steels (beiden pioniers in het nieuwe veld tussen performancepraktijk en elektronische muziek). Tordoir en zijn kompanen ondernemen enkele confronterende 'directe acties' in de Antwerpse publieke ruimte, zoals op de Meir en in het Rubenshuis. Ironisch genoeg grenst Today's Place aan het pand van het hippiecollectief Ercola, dat jaren daarvoor de Antwerpse underground had verrijkt met het psychedelische, funky 'mannekensblad' Spruit. Today's Place wordt al snel een ontmoetingsruimte voor punk- en reggaeliefhebbers, een plaats voor optredens en internationale performance acts (zoals Coum Transmissions en Reindeer Werk) tot een politie-inval het einde betekent van deze noisy vrijplaats. Maar de toon voor een nieuwe golf van kunstenaarinitiatieven lijkt gezet.

Een jaar later, in 1979, richt schilder Walter Van Rooy de alternatieve galerie Ruimte Z op, waar de jonge Danny Devos en Guy Rombouts performances doen en Guillaume Bijl zijn kunstliquidatie-acties lanceert met de legendarische transformatie-installatie Autorijschool Z. In dezelfde periode, tussen 1977 en 1979, presenteren Curiosity House en Workshop 77 de prille performer Jan Fabre. Temidden van dit jonge punk- en performancegeweld laat de afwezigheid van een museum voor hedendaagse kunst in Antwerpen zich opnieuw sterk voelen. In 1979 stellen de kunstenaars Luc Deleu, Guy Rombouts, Wilfried Huet en Paul De Vylder voor een leegstaande graansilo aan de Schelde te transformeren tot een tijdelijke ruimte voor actuele kunst, Synaps. Het blijft bij een stoutmoedig plan. Acht jaar later opent het Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen (MuHKA) zijn deuren in hetzelfde gebouw.

In 1980 wijdt het ICC onder de titel 1980 nog een belangrijke groepstentoonstelling aan de nieuwe lichting Belgische kunstenaars, waaronder een aantal jonge Antwerpse performers (Danny Devos, Hugo Roelandt, Ria Pacquée), maar kort daarop begint de motor van het eens zo experimentele kunstencentrum te sputteren. Na het ontslag van directeur Flor Bex is er in de programmatie van de jaren tachtig geen sprake meer van performances en baanbrekende avant-gardekunst. Video krijgt nog aandacht, maar traditionele media als schilderkunst en sculptuur beginnen op de voorgrond te treden. De experimentele programmatie van het 'oude' ICC werpt echter zijn vruchten af. Jonge Antwerpse kunstenaars die er kennis hadden gemaakt met internationale performances, videokunst en sociaal-politiek geëngageerde conceptkunst, richten nu zelf organisaties en tentoonstellingsruimtes op. Daarin is, in tegenstelling tot de klassiek-modernistische galerie met haar focus op kunstobjecten, wel degelijk plaats voor interdisciplinariteit. In die zin zit de avant-garde van de jaren tachtig stevig geworteld in de progressieve praktijk van de jaren zeventig.

Ondanks deze continuïteit, is de culturele context wel degelijk veranderd. Een aantal 'softe' waarden van de vroege jaren zeventig heeft plaats gemaakt voor de meer radicale esthetiek en attitude van de (post)punk. In het begin van de jaren tachtig kent Antwerpen een kleine boom van nieuwe, alternatieve tentoonstellingsruimtes, doorgaans opererend onder een vzw-structuur. Begin 1981 richten de beeldende kunstenaars Danny Devos en Anne-Mie Van Kerckhoven het noise-performanceduo en de organisatie Club Moral op, dat al snel een belangrijke plaats verovert in het Vlaamse kunstlandschap en een internationaal netwerk uitbouwt rond industrial/noisemuziek en performances.
In een leegstaande fabrieksruimte in Borgerhout organiseren ze concerten, performances en tentoonstellingen. Het failliet van de flowerpoweridealen blijkt ondermeer uit de belangstelling van Club Moral voor het radicale, het exces en de agressie, wat zich soms vertaalt in taboedoorbrekende flirts met de esthetica van het nationaal-socialisme.

Daarbij wordt een gebalde totaalstijl nagestreefd die een synergie is van klank, beeld, actie en ruimte. Naast muziekcassettes en LP's publiceren ze ondermeer het tegendraadse 'kultureel magazine' Force Mental in een kenmerkende lay-out van Anne-Mie Van Kerckhoven, waarvan tussen 1981 en 1988 vijftien nummers verschijnen. Later dat jaar organiseert Club Moral het internationale event In Vitro, waar vinylplaten, cassettes, magazines, boeken en andere publicaties van Belgische en buitenlandse alternatieve uitgeverijen, muzikanten en kunstenaarscollectieven worden getoond.
In de jaren negentig zullen beiden zich vooral toeleggen op de ontwikkeling van hun plastisch oeuvre, maar de laatste jaren pikt Club Moral de performancedraad weer op, terwijl hun volledige muziekarchief via het internet ontsloten wordt.

Andere nieuwe 'spelers' in het Antwerpen van de vroege jaren tachtig zijn de kunstenaarsinitiatieven Cintrik (Win Van den Abeele) en de op Dieter Hacker's Produzentengalerie geïnspireerde Ruimte Morguen (Marc Schepers, Leen Derks). Samen met jonge, alternatieve galerieën als Montevideo (Annie Gentils), Zeno X Gallery (Frank Demaegd), Polynero (Erno Vroonen) en Galerie Blanco (Guy Dierckx en Marleen Smets) vullen ze de lacunes op tussen de eerder gezapige overheidsinstellingen als Middelheim en ICC, en de enkele bestaande galerieën. Ze doen dit door tentoonstellingen te maken met jonge kunstenaars en daarbij ook aandacht te besteden aan alternatieve disciplines als video, installatie en performance. Ook het kunstencentrum Monty zal zich in de loop van de jaren tachtig met performance inlaten. In het kielzog van deze en andere initiatieven starten in 1980 de radio-uitzendingen van Radio Centraal, een onafhankelijke Antwerpse radiozender (106.7 fm) die tot op vandaag functioneert zonder reclameboodschappen en met de inzet van zo'n 150 vrijwilligers. Kunstenaars, performers, muzikanten en alternatieve melomanen vinden er ook nu nog een platform voor auditieve en andere experimenten. De Tom Tom Club onder de radiostudio groeit in de vroege jaren tachtig uit tot de alternatieve dans-, performance- en muziekplek bij uitstek.

Buiten het museum

Pas in de tweede helft van de jaren tachtig kent Antwerpen zijn eigen museum van hedendaagse kunst, het MuHKA. Op het Zuid, in de buurt van het museum, ontwikkelt zich al snel een nieuwe dynamiek die zich vertaalt in nieuwe galerieën. Die profiteren mee van de hedendaagse kunstboom van de jaren tachtig. Maar dat is niet voldoende. Een tegenwind is nodig. Einde jaren tachtig palmen Antwerpse kunstenaars van het Autonoom Kunstenaarscollectief en van Fort 33 leegstaande ruimtes in als tijdelijke 'vrijplaatsen' voor tentoonstellingen, publieke activiteiten, performances en optredens. 'Totaalprojecten' als Fabrik (1988), Metro (1989), Black Box (1990), Bunker (1991) en Vogel (1992) zijn het resultaat. In de slipstream van deze evenementen worden nieuwe en tijdelijke allianties gevormd, zoals die van de performance/muziekgroep Lacoste.

Terwijl beeldende kunst een niet onbelangrijke rol speelt in de programmatie van Antwerpen Culturele Hoofdstad 1993, worden kunstenaarsinitiatieven en discipline-overschrijdende collectieven buiten het beeld gehouden. De tentoonstelling Dossier Antwerpen, een initiatief van de vzw's Ruimte Morguen, Club Moral en Parbleu probeert hier enig tegengas te geven. Niet zo lang daarna, in 1996, besluiten de Antwerpse kunstenaarsplatformen Fifty-fifty (opgericht in 1983), Quarantaine (in 1994 opgericht door Harry Heirmans) en Inexistent (in 1987 opgericht door Chris Straetling), de handen in elkaar te slaan. Het resultaat is Factor 44, dat tot 2006 zijn maandelijkse jours fixes organiseert als kortstondige maar intense tentoonstellings- en ontmoetingsevents. De oudere (Ludo Mich, Belgian Institute for World Affairs) en de jongere garde hebben er contact met elkaar en daardoor ontstaan er interessante samenwerkingen die de generaties overstijgen. Regelmatig worden artistieke expedities naar het buitenland georganiseerd of worden bevriende buitenlandse kunstenaars ontvangen. De factor specialiseert zich ook in bijzonder eigenzinnige, dadaïstisch ogende druksels van de hand van Harry Heirmans en Chris Straetling. In de buurt openen ook Hal (Philip Huyghe) en De Branderij (Martin uit den Boogaard, Phil Bloom) hun deuren. Ook op het Antwerpse Eilandje zien door kunstenaars uitgebate ruimtes het daglicht, zoals Stichting-Pofferd-de-Nul.

Wanneer in 1998 het ICC zonder enige aankondiging wordt gesloten, roept het gelegenheidscollectief Hit & Run (Christine Clinckx, Cel Crabeels, Giles Thomas, Patries Wichers, Jan Kempenaers, Karen Celis) de Antwerpse kunstenaars op tot een 'culturele' bezetting van het historische pand en organiseert er presentaties, optredens en debatten. Daaruit resulteert het NICC (Nieuw Internationaal Cultureel Centrum), dat vanaf 1998 en tot op vandaag de diverse sociale belangen van beeldende kunstenaars behartigt, in samenwerking met de stad Antwerpen een efficiënte atelierwerking uitbouwt en daarnaast nomadische tentoonstellingsprojecten organiseert. Enkele leden van Hit & Run vormen in hezelfde jaar de kern van Bateau Lavoir (Patries Wichers, Giles Thomas, Thomas Campaert, Christophe Albertijn) een collectief dat muzikale improvisaties combineert met audiovisuele projecties.

In 2000 organiseert het NICC in het KMSKA de baanbrekende tentoonstelling Mo(u)vements. Daarin wordt voor het eerst een overzicht geschetst van Belgische kunstenaarsinitiatieven sinds 1880. Sindsdien zijn er in Antwerpen echter talrijke kunstenaarsinitiatieven bijgekomen die nog niet geboekstaafd staan. Geboren in de jaren van (en na) de punk vormen concepten als artistieke 'vooruitgang' en esthetische 'coherentie' voor hen een achterhaald discours. Cross-overs tussen noisemuziek, dj-acts en installatiekunst zijn een gewone zaak. De modernistische mythe van de individualistische kunstenaar die zich toelegt op een hoogst persoonlijk en uniek artistiek onderzoek staat mijlenver van deze aanpak verwijderd. Tijdelijke samenwerkingen met andere kunstenaars en muzikanten, en een maximale verspreiding van vormen en ideeën gaan hand in hand met een grondige relativering van de 'kunstwereld' en de 'muziekwereld'. De kunstenaars in deze verbanden delen een bijzonder fluïde en flexibele attitude. Ze surfen vlot van de street art, de trashy skatepunk-subcultuur en loeiharde noiseconcerten naar de high brow wereld van galerieën en musea voor hedendaagse kunst. Evenzeer combineren ze, dankzij de digitale snelweg, de locale scène met hun internationale peers. In vogelvlucht de continuïteit van deze recente ontwikkelingen met de alternatieve scènes van de twintigste eeuw aantonen was het doel van deze bijdrage.

Bronnen

Gesprekken met: Dennis Tyfus, Vaast Colson, Nico Dockx, Narcisse Tordoir, Guillaume Bijl, Gert Brams, Danny Devos, Anne-Mie Van Kerckhoven, Roeland Zijlstra, Harry Heirmans, Chris Straetling, Ulrike Lindmayr, Walter Van Rooy en Marc Schepers.

Cat. Ooidonk 78. Belgische kunst 1969-1977, z.l., 1978
Cat. Antwerpen 1958-1969. Vertrekken vanuit een normale situatie..., MuHKA, Antwerpen, 1993
Cat. Wide White Space. Achter het museum 1966-1976, Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, 1994
Cat. Mo(u)vements. Kunstenaarsbewegingen in België van 1880 tot 2000, NICC, KMSKA, Antwerpen, 2000
Cat. Placenta 5, De Brakke Grond, Vlaams Cultuurhuis, Amsterdam, 2003
Cat. Monopolis Antwerpen, Witte de With, Centrum voor hedendaagse kunst, Rotterdam, 2005
Cat. Virus, Hessenhuis, Antwerpen, 2007
Cat. Bivak Gloria, Hessenhuis, Antwerpen, 2007
Club Moral, In Vitro Katalogo!, Antwerpen, 1984
Club Moral. Activities & references. Exhibitions, performances, concerts, lectures, film-shows, workshops, catalogues, publications, articles, Antwerpen, 2007
Dossier Antwerpen, Antwerpen, 1993
Fabrik 88: persmap, Antwerpen, 1988
Factor 44. Chronologie 1996-2006. Les jours fixes
, Factor 44, Antwerpen, 2006
Derijck, Wouter, Kunstzinnige militanten van de punk: grensoverschrijding in de Belgische beeldende kunst van de jaren tachtig, Verhandeling aangeboden tot het behalen van de graad van licentiaat in de geschiedenis (prom. Jo Tollebeek), K.U.Leuven, 2004 (ongepubliceerd)
Moens, Nikè, Antwerpse hedendaagse underground art. Verslag van gekozen kunststroming n.a.v. de cursus van Johan Pas, KASKA, Antwerpen, 2006 (ongepubliceerd)
Pas, Johan, Beeldenstorm in een spiegelzaal. Het ICC en de actuele kunst 1970-1990, LannooCampus, Leuven, 2005
Pas, Johan, Crabeels, Cel, Vandersanden, Jean, Vacuum voor nieuwe dimensies 1970-1971, De Rode 7, Antwerpen, 2006
Roelstraete, Dieter, Thirty seconds + over Borgerhout. Op bezoek bij Club Moral, Janus, 15/03, 2003
Schraenen, Guy, Out of Print. An archive as artistic concept, Neues Museum Weserburg, Bremen, 2001
Theys, Hans, 'Het tedere lawaai van arceringen en acné. Een gesprek met Dennis Tyfus', in Theys, Hans, De schouw van Gaudi, Tornado Editions, Brussel, 2006
Vertige, Catherine & Koper, Kosten, Sad in Country (part 1), More talent than space & Komplot, Brussel, 2007 (DVD)
Force Mental
, nrs.1-15, Club Moral, Antwerpen, 1982-1988

www.airantwerpen.be
www.apetown.org
www.armeeleger.be
www.bateaulavoir.org
www.buildingtransmissions.info
www.clubmoral.com
www.clubmoralstocklist.podomatic.com
www.dennistyfus.tk
www.errorone.be
www.factor44.be
www.frontforyou.be
www.happyfamousartists.com
www.ibknet.be > www.bamart.be
www.jellecrama.com
www.kunstonline.info
www.nicc.be
www.radiocentraal.be
www.scheldapen.be

 

Bron: Courant #84 (www.vti.be/courant84)

(Johan Pas is doctor in de kunstwetenschappen en doceert kunstgeschiedenis en kunstactualiteit aan de Hogeschool Antwerpen)

 

>> Dossier 'Beeldende Kunst & Podiumkunsten'

Bezette stad. Kunstenaarsinitiatieven en interdisciplinariteit in Antwerpen (Courant #84)