text

Unfortunately it is impossible to translate all these fast increasing and changing files into English. On this page you can see the Dutch text.

Elke installatie van Ana Torfs biedt steeds opnieuw een sterke filmische ervaring. In "The Intruder" –  diaprojecties op een zwart projectieoppervlak en een klankband, naar een eenakter van Maurice Maeterlinck uit 1890 – is dat niet anders. Ieder nieuw werk van Torfs laat me toe verder te nuanceren in het verschil tussen filmprojectie en installatie, tussen bioscoop en museumruimte, tussen vertellen en tonen. Haar werk zit permanent op de grens van het een en het ander: wat oncomfortabel maar met steeds grotere zelfzekerheid. Met "The Intruder" forceert ze deze tussenruimte tot haar terrein.

De inzet van zo'n installatie in een museale context is erg hoog. Een bezoek aan een tentoonstelling is geen bezoek aan een voorstelling. Het kijkgedrag van de flanerende bezoeker is op geen enkele manier te verzoenen met dat van de gefascineerde toeschouwer. Hoe kan ik van het ene toch het andere maken. Het is het probleem van alle kunstuitingen die een tijdstraject doorlopen: hoe lang blijf je kijken als het jeukt om verder te lopen?
Torfs maakt van het probleem een middel om haar afstandelijke omgang met vertellen te radicaliseren. Wat een moeilijkheid was, wordt zo een hulpmiddel. De manier van zijn in de bioscoop beviel haar immers al evenmin. De toeschouwer opgezogen in de fictiemachine, het was niet haar idee om over de wereld en tot medemensen te spreken; het laat haar niet toe die dingen aan de orde te stellen die haar boven alles intrigeren. Zo is de tentoonstellingsruimte van hinderpaal een steunpunt geworden.

In het centrum staat altijd de tekst. Dat is voor Torfs geen middel om in de ziel van personen te komen, maar iets dat neergeschreven is, een grafisch object is geworden. Niet de tekst laten beleven, maar lezen. Bij het lezen blijven; letterlijk bij de letter van de tekst. De emotionele navelstreng met gevoelens, betekenis, inleving tot verstikkens toe dichtsnoeren. Net voldoende om te begrijpen, maar geheel onmogelijk om "in" de tekst te stappen en hem als een kostuum voor identificatie aan te trekken.
Hoe doet ze dat? Ze schakelt verschillende strategieën in. Om te beginnen liet Torfs de Franse toneeltekst van Maeterlinck vertalen in het Engels. Niet de acteurs in beeld, maar andere acteurs zeggen de tekst. De tekst wordt niet synchroon met bewegingen en uitdrukkingen geplaatst. De lezing van de tekst is in "The Intruder" stereotiep: steeds hetzelfde ritme, dezelfde intonaties, dezelfde geforceerde articulatie. Zo leest men in een assimil-taalcursus de oefendialogen.
In beeld "evolueren" acteurs in een moderne villa, in het salon dat uitgeeft op een tuin. Geen belle époque decor, maar een omgeving van ambitieuze rijkelui, vandaag: klassiek modern, streng, zakelijk. Het past niet bij de pathos van de tekst, wel bij de anti-pathos van de stemmen: drie mannen, één vrouw (en heel even een tweede). Een kwartet met kortstondig een versterking tot kwintet. Gefascineerd bekijk je veranderingen van het beeldkader, bewegingen van de figuren in dat kader en in de salonruimte, bewegingen van de figuren tegenover elkaar en je kijkt ook naar de objecten in de ruimte – zetels, tafel, terrasdeur.
Torfs heeft nog een laatste verrassing voor ons in petto: de verplaatsingen van de acteurs in de ruimte worden samen geweven met de opeenvolging van de diabeelden. Het ritme waarmee de dia's wisselen is de eigenlijke muziek van de hele installatie. Het is namelijk het ritme van de aandacht en concentratie die Torfs ons oplegt. Geen ogenblik aarzelt ze om dat tijdsvolume aan een beeld op te leggen, beelden waarin ze dus gelooft, die ze niet in een snelle beeldopvolging wegmoffelt. Ze is niet beschaamd over haar beelden, noch gaat ze er cynisch van uit dat haar bezoekers/toeschouwers toch wel niet zullen willen/kunnen kijken.

Al deze manoeuvres overstijgen echter hun puur vormelijke kant. Torfs laat de teksten die ze te beluisteren geeft ook op een heel eigen manier tot leven komen. Met onverschrokken afstandelijkheid tegenover hun oorspronkelijke context (geen middeleeuwse sfeer rond Jeanne d'Arc in Du mentir-faux, noch biedermeier rond Beethoven in Zyklus von Kleinigkeiten) presenteert ze de oorspronkelijke tekst als archeologisch materiaal dat nooit meer te herincarneren valt, maar slechts in de objectiverende blik van de onderzoeker gereconstrueerd moet worden. Terwijl ze zoveel procedures volgt die je als een deconstructie moet beschrijven, gaat het haar daar duidelijk niet om. Alles is er integendeel op gericht om zonder naïeve illusies van nabijheid tot de oorspronkelijke tekst, toch een uiterst intensieve reconstructie voor te stellen, zo dicht mogelijk bij de letter van de tekst (vermits we nooit meer bij de geest van de oorsprong kunnen geraken). De passie voor de letter blijkt een zeer intense ervaring op te leveren, heel anders dan een imaginaire herevocatie, maar minstens zo spannend. De vraag die in dit werk telkens weer gesteld en zo helder beantwoord wordt is: wat staat er werkelijk, los van mijn interpretatie.

(Deze tekst werd gepubliceerd (in verkorte vorm) in de krant Tijd van 1 december 2004, onder de titel: 'Beelden om te lezen, teksten om te zien'. © de auteur en de uitgever)

Source: De Tijd, 1 december 2004
Creator: Dirk Lauwaert
Publisher: De Tijd
Rights: Dirk Lauwaert & De Tijd
Date: 2004

persons (1 gevonden)