article

Unfortunately it is impossible to translate all these fast increasing and changing files into English. On this page you can see the Dutch text.

Vlaams collectiebeleid onder de loep: verzamelingen laten zien dat ook iets anders mogelijk is

Paul Depondt

Musea zijn geen stoffige bewaarplaatsen van louter eigen cultureel erfgoed, geen depots van het bekrompen denken, ook geen canonieke sorteringen van uitingen van volkseigenheid en nationale trots, of protserige tempels van opzichtig kostbaar goed. Het 'cultureel vermogen', dat musea collectioneren, biedt een veel avontuurlijker uitzicht. Elke verzameling laat zien dat ook iets anders mogelijk is, dat een divers geluid kan opklinken. Het Topstukkendecreet en het Erfgoeddecreet zijn uitnodigingen tot discussie en tot reflectie over het collectiebeleid, zowel op nationaal, provinciaal als lokaal niveau, met het oog op nog meer samenwerking tussen de meest verscheidene musea.

Beeld_BAM_HART_56.jpgZou het kunnen dat musea vooral kunst verzamelen 'om de heb', om het te bezitten als een schat, omwille van vertoon en display van kostbaar goed? Of omdat, wat ze collectioneren, net als een folkloristische dracht typisch is voor de streek of het land, en daardoor ook de eigenheid en de volksaard onderstreept - ja, zelfs de nationalistische gevoelens aanwakkert en de natie fundeert? Of gaat het, wat conservatoren betreft, toch vooral om de schoonheid van een beeld of een schilderij, om de esthetische waarde van een kunstwerk? Misschien wordt er verzameld om de tijd die onherroepelijk vervliegt te bevriezen, om te behouden wat voor altijd dreigt te verdwijnen?

Sommigen collectioneren kunst onder een museaal en lucratief 'label', het Guggenheim of het Ludwig Museum, en commercialiseren hun collecties op de 'tentoonstellingsmarkt'. Kunst is weerloos, cultureel erfgoed wordt vaak op die manier lichtzinnig verkwanseld. Gelukkig is er wellicht ook een andere reden om kunst te verzamelen dan hebzucht, pronkzuchtig nationalisme, schoonheid of angst om een en ander in de duisternis van de tijd te verliezen. Waarom zou je, wat ooit is gemaakt, niet koesteren omwille van de sporen waaruit we zelf zijn voortgekomen? Elk voorwerp van vroeger vertelt iets over een tijdperk, elk schilderij is een perceptie van een andere tijd, ieder kunstwerk is - als je het ontrafelt - een beeld van vervlogen tijden. Tegelijkertijd is elk museaal voorwerp een vreemdsoortige spiegel waarin we niet 'ons' zien, maar 'de ander', niet 'onze tijd' maar de 'tijd van vroeger', niet 'onze' opvattingen maar zeer verschillende meningen. Dat is de belangrijkste reden om te verzamelen, de wil om zichzelf te relativeren, om te begrijpen dat wat je denkt ook anders kan zijn, dat het ene niet door het andere wordt uitgesloten, dat uiteindelijk de wereld meervoudig is, en dat 'al het typische' niet dominant is.

Het voorgaande lijkt aannemelijk, zelfs voor de hand te liggen, maar gaat het Vlaamse verzamelbeleid ook uit van zulke ideeën? Musea in Vlaanderen, van Veurne tot Tongeren, werken meer samen, maar dat samenwerken kan nog intenser, ook over de taalgrens en zelfs over de landsgrenzen. Kunst heeft geen land, geen grenzen, dus moet je in je verzamelbeleid altijd internationaal georiënteerd zijn, nooit kortzichtig of met de blik op oneindig op dat kleine grondgebied dat voor sommigen het Grote Vlaanderen is.

Het 'Topstukkendecreet' waarmee sinds 2003 het Vlaams erfgoed, dat zeldzaam en onmisbaar is, wordt beschermd, heeft in de ogen van enkele politici vooral iets met 'identiteit' te maken. Te vaak speelt bij sommigen het woekerend nationalisme mee, zeker in een Vlaanderen dat met allerlei middelen werkt aan een nation building, waar uitgesproken Vlaams cultureel erfgoed uiteindelijk vooral het 'eigen volk eerst' en de 'onafhankelijke staat in wording' moet legitimeren.

URGENTIE

Er is de afgelopen tijd, dat moet gezegd worden - zeker tijdens het beleid van Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux - een en ander gerealiseerd op het terrein van het erfgoedbeheer. Het is ook goed dat daarbij niet alleen naar 'hoge' kunst is gekeken, maar dat het ministerie zich ook heeft bekommerd om de zogenaamde 'lage' cultuur - de 'volkscultuur'. Langzamerhand worden die begrippen steeds minder gehanteerd, en dat is maar goed ook; het gaat niet om 'hoog' of om 'laag', maar om de kwaliteit, de urgentie en het belang.

Vlaanderen neemt, in de discussie, daarin zelfs het voortouw. In 2007 trad Vlaanderen als een van de eerste toe tot de Unesco-conventie ter bescherming van het immaterieel erfgoed (1). Er is door deskundigen, die het verdrag opstelden, steeds weer gesteld dat het gaat om het erfgoed van 'groepen' of 'gemeenschappen', en niet uitsluitend of bij voorkeur om dat van nationale gemeenschappen. Het verdrag wil ook dat er internationale samenwerking komt die uitgaat van de erkenning van de enorme diversiteit tussen en binnen landen. Het roept met name op om samen te werken bij het erkennen en het identificeren van het immateriële erfgoed van groepen die zich om wat voor reden dan ook in meer dan één land ophouden. Museumcollecties kunnen die diversiteit weerspiegelen. Verzamelingen laten zien dat er ook iets anders mogelijk is, dat cultuur niet homogeen is maar divers.

Stap voor stap werken musea aan een Collectie Vlaanderen, zoals in Nederland, al is niet iedereen bereid de greep op de eigen museale collectie zo maar te delen met anderen. Het is nochtans een noodzakelijkheid, om miskopen en miskleunen te vermijden. Het 'cultureel vermogen' mag gerust door meerdere stemmen worden gewikt en gewogen. Het kan niet de bedoeling zijn dat allerlei instanties, om zeer inperkende redenen en uit bekrompenheid, het erfgoed bevriezen en onder de glazen huls van kortzichtigheid en lokale trots gaan etaleren. Het is daarom zeer de vraag of in Vlaanderen elke provincie, elke stad, elk dorp zijn eigen musea moet kunnen stofferen met de eigen helden en de eigen excellenties. Cultureel erfgoed is een heel ruim 'vermogen', het ademt en het beweegt, het is niet statisch en niet vereeuwigd, het is integendeel dynamisch en springlevend, het wentelt zich in voortdurende veranderingen en het ondergaat ook veel uitheemse invloeden.

Er zijn historici - zeg maar: ook museumconservatoren en museumdirecteuren - in soorten en maten. Er zijn vertellers, betweters en vragenstellers. De enen, preciseert historicus Willem Frijhoff in 'Dynamisch erfgoed' (2), schrijven meeslepende geschiedenissen, de anderen vertellen nooit hoe het is, 'maar hoe het in elk geval niet is', en de derde soort - waartoe kennelijk Frijhoff zichzelf rekent - kenmerkt zich door vraagtekens. Goede geschiedschrijving weegt af. Een onderzoeker die zich verdiept in het erfgoed, zoals de Vlaamse historicus Marc Jacobs (3), een van de directeuren van FARO - het in Brussel gevestigde Vlaams Steunpunt voor cultureel erfgoed, vindt vaak meer vragen dan sluitende antwoorden op zijn weg. Hij is zo'n vragensteller, iemand die vindt dat historici, antropologen en etnologen die zich over 'cultuur' buigen, 'moeten leren omgaan met onzekerheid, met complexiteit en contexten'. Je moet vooral kunnen relativeren, je kunt niet spreken over 'dé cultuur van één volk'.

Een museale verzameling, hoe groot en hoe zorgvuldig ook samengesteld, kan nooit een allergrootste sortering zijn die dient als grabbelton voor een bevlogen tentoonstellingsmaker of als visitekaartje voor het departement 'buitenlandse handel'. Een kunstwerk is geen rekwisiet in handen van een curator of een politicus die er naar goeddunken wat mee doet. Een museum met verzamelambities moet geen depot aanleggen van uit te zoeken kunstwerken. Er moeten redenen zijn om te collectioneren, om het werk te tonen, om er iets mee te doen, meer dan om het te bezitten of ermee te pronken. Cultuurgoed is dynamisch, het is geen onder spinrag en stof versukkeld erfgoed, daarom is collectioneren net het tegendeel: hou het vooral levendig.

'AAPJES KIJKEN'

Het museumbezoek is maar al te vaak zoiets als 'met zijn allen aapjes kijken' of bladeren in een postzegelverzameling. Musea tonen doorgaans hun topstukken, de iconen van de alom opgedrongen canon, waardoor elk door de bezoeker herkend kunstwerk vanzelfsprekend wordt. Het zijn de tempels van de kunstzinnige bibelots (4), de grote vitrines van het opzichtige cultuurgoed, de mausolea van de kunst. Niet dat er altijd een muffe geur hangt, integendeel, vaak zijn musea - alleen al door hun architectuur - een onderdeel van de collectie. Er wordt in zulke musea verzameld voor de eeuwigheid, ze zijn de kathedralen van onze tijd, ze onderwerpen elke museumbezoeker aan een dressuur van de smaak. En toch missen ze de levendigheid van de kunst, ze veronachtzamen de grootste eigenschap van kunstenaars: het overtreden van artistieke regels. Kunst kan maar gedijen waar tegenspraak mogelijk is.

Museaal verzamelen is, op alle terreinen, een voortdurend aftasten van complexiteit en contexten. Dat vraagt om een open geest en vooral ook durf. Een museumcollectie kan nooit een volledig naslagwerk zijn, er zullen altijd lacunes zijn. Een verzameling is altijd een voorstel, een propositie, zoals trouwens elke tentoonstelling eigenlijk een visueel betoog is tussen vele andere mogelijkheden.

Als eerste stap 'tot verkenning van een andere kijk op collectiebeleid' stopte Edwin Jacobs (5) bij zijn aantreden als directeur van het Leidense museum De Lakenhal met het aankopen van kunst of het aannemen van schenkingen. Er moest eerst over nagedacht worden. Toch vindt hij een verzamelgeest een groter goed dan een tentoonstellingsgeest, maar tegelijk is hij er evenwel van overtuigd dat de tweede tot betere aankopen leidt. 'Mijn ambitie gaat dan ook niet alleen uit naar experimenteel collectioneren', zegt Jacobs, 'maar ook naar een nieuwe pedagogiek die het museum via zijn collectiebeleid gestalte geeft.' Hij is er bovendien van overtuigd dat er andere musea worden gebouwd of uitbreidingen geheel anders gestalte krijgen, 'wanneer we als museumdirecteuren eerst iets kunnen zeggen over (hernieuwde) geestelijke groei'. Dàt is belangrijker dan aangroeiend bezit.

Musea staan met hun onverzadigbare verzameldrift voor heel grote uitdagingen. Er is steeds meer 'museale' concurrentie. Particuliere verzamelaars hebben steeds meer plannen. Hun 'warenhuizen van de kunst' worden de nieuwe tempels van het oogverblindend kunstbezit. Het sacrosancte museum, dat alles wat waardevol maar ook weerloos is verzamelt en het laat ontsnappen aan de puur economische wetten, is niet langer de enige plek waar het culturele erfgoed voor onze nakomelingen wordt opgeslagen. Het is maar zeer de vraag of de overheid, de 'officiële' musea, dat erfgoed nog kan beschermen en koesteren. Misschien zullen particulieren, met al hun eigenzinnigheid, net als vroeger weer optreden als de beschermers van het patrimonium. Wellicht is die samenwerking met zulke verzamelaars meer dan ooit nodig, vooral om de cultuur tegen erger te beschermen. Ook musea kunnen nog meer samenwerken, collecties vullen elkaar aan, cultuurgeschiedenis kent geen scheidslijnen tussen 'hoog' en 'laag'. Een museum dat aan het publiek met een brede en doordachte collectie zijn 'cultureel vermogen' wil tonen, is een vrijgevige plek - in de visionaire woorden van Le Corbusier: een 'boîte à miracles'.

(1) Zie tekst van het Verdrag ter bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed: www.unesco.org/culture/ich. Zomer 2009 hadden 114 landen het verdrag, dat stamt uit 2003, al geratificeerd.
(2) Willem Frijhoff, 'Dynamisch erfgoed'. Amsterdam 2007. Het is ook de titel van zijn op 1 juni 2007 uitgesproken afscheidscollege als hoogleraar in de geschiedenis van de Nieuwe Tijd aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
(3) Zie: 'Splitsen of knopen? - Over volkscultuur in Nederland', Paul Depondt in gesprek met Marc Jacobs, een gezamenlijke publicatie van het Fonds voor Cultuurparticipatie, het Meertens Instituut, de Mondriaan Stichting en Erfgoed Nederland. (Verschijnt eind 2009)
(4) Gustave Flaubert beschrijft in zijn roman 'Bouvard et Pécuchet' de verzameling oudheden van zijn helden als les bibelots. In 'Bouvard & Pécuchet - Précurseurs des avant-gardes' (L'Échoppe, 1987) noemt de kunstenaar Pol Bury 'het accumuleren' de voornaamste eigenschap van de museumconservatoren.
(5) Zie: 'Voor de eeuwigheid? - Over collectiebeleid in Nederland', een gezamenlijke publicatie van Erfgoed Nederland en de Mondriaan Stichting. Rotterdam 2008. 

(Dit artikel is eerder verschenen in ‹H›ART nr. 56 van 1 oktober 2009)

Beeld: © Johan van Geluwe en Joke Decoopman, 2009
Johan van Geluwe, uit de reeks 'Hofjes van Eden', 1973

Source: <H>ART nr. 56
Creator: Paul Depondt
Publisher: <H>ART
Date: 01/10/2009

dossiers

keywords (2 found)