DIGITALE CINEMA: Veranderingen, kansen en uitdagingen voor de bioscoop- en distributiesector.
01/01/2009 Ann OverberghBAM
In de publicatie 'Digitale Cinema - uitdagingen voor distributie en vertoning' zet BAM, het Vlaamse steunpunt voor Beeldende, Audiovisuele en Mediakunst, de belangrijkste informatie over digitale cinema op een overzichtelijke manier op een rijtje. Daarnaast worden digitaliseringsplannen voor de cinemasector in Noorwegen, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk onder de loep genomen - ze kunnen ter inspiratie dienen voor Vlaanderen, België of zelfs de Benelux.
Na de digitaliseringsgolf in de muziekindustrie worden nu ook filmproductie, -verdeling en -vertoning steeds meer digitaal. Voor sommige van onze meest kwetsbare filmvertoners is dit een zware financiële uitdaging, die ze op eigen houtje onmogelijk kunnen aangaan. Vlaanderen staat niet alleen met dit probleem: andere Europese landen en de indie-sector in de States, zien zich met gelijkaardige problemen geconfronteerd. Verschillende landen werken aan collectieve plannen voor een gezamenlijke digitale uitrusting van hun bioscopen. Ook Vlaanderen zal snel in actie moeten treden, willen we voorkomen dat vertoners achterop geraken.
De Europese cinemasector maakt een lastige maar onvermijdelijke overgang door van analoge naar digitale projectie. Een aantal jaren geleden legde een consortium van de belangrijkste Hollywood-majors een reeks technologische kwaliteitsstandaarden vast, waaraan vertoners wereldwijd moeten voldoen om hun films te kunnen blijven vertonen.
Apparatuur die aan deze richtlijnen, de zogenaamde DCI (Digital Cinema Initiatives)-specificaties voldoet, is duur in aankoop en men is nog onzeker over de levensduur ervan. Dit stelt filmvertoners met een geringe financiële slagkracht voor een zwaar dilemma. Investeren in dure apparatuur en hopen dat naast Hollywoodproducties ook de zogenaamde arthouse (snel) digitaal beschikbaar zal zijn? Of afwachten, verder werken met de vertrouwde 35mm-projectoren, en zich voorbereiden op een latere omschakeling? Of nog, kiezen voor minder dure projectiesystemen met een iets lagere kwaliteit, en met het risico om geen grote filmtitels meer te krijgen? De optie om de digitale ommezwaai te negeren en te blijven werken met pellicule bestaat niet: op termijn zullen er geen films op 35mm meer uitkomen.
Studio's en filmverdelers kunnen financieel voordeel doen door digitaal te gaan werken. De meerkost voor extra filmcopieën daalt, waardoor verspreiding op grotere schaal kan gebeuren. Het zijn vooral de vertoners die moeten investeren in digitale servers en projectoren, zonder dat daar voor hen een extra inkomst tegenover staat.
Als antwoord op dit onevenwicht werd in de VS een model uitgewerkt waarbij studio's en distributeurs een bedrag betalen voor elke film die op digitaal formaat in de zaal uitkomt: de zogenaamde Virtual Print Fee of VPF. Studio's en distributeurs enerzijds en vertoners anderzijds trekken immers aan eenzelfde zeil: digitale content kan enkel met digitale apparatuur worden geprojecteerd. Voor het uitwerken, sluiten en administratief opvolgen van VPF-deals worden doorgaans derde partijen ingeroepen, de zogenaamde 'integrators'. Studio's en grote distributeurs blijken bij voorkeur dergelijke akkoorden af te sluiten met grotere vertoners of consortia. Zij vertonen meer van hun producties en leveren dus meer inkomsten op. De kleinere vertoners blijven vaak in de kou staan - een probleem wat ook in Europa speelt.
Europa heeft zijn eigen VPF-modellen en integrators. Vele Europese landen en regio's voorzien in eigen oplossingen, geënt op hun specifieke marktstructuren: collectieve onderhandelingen, overheidssubsidies of bankgaranties, gezamenlijke fondsen, enz.
In Vlaanderen bestaat dergelijke oplossing nog niet. Sommige van onze vertoners digitaliseren op eigen houtje. Ofwel investeren ze zelf in de DCI-apparatuur, of ze sluiten VPF-deals af met integrators als go-between. Voor een groep kleinere (commerciële, culturele en arthouse) vertoners bestaat die mogelijkheid niet, of is die te duur. Deze groep vertoners is niet talrijk en moet het dus niet hebben van een financiële- of onderhandelingskracht. Het gaat om cinema's en zalen in cultuurcentra die over het algemeen als heel waardevol worden beschouwd, sommige omdat ze artistieke films naar de stadscentra brengen in een kleinschalige, gezellige context; andere omdat ze zorgen voor een grotere beschikbaarheid van films, niet enkel in centrum- maar ook in provinciesteden.
Een mooie waaier aan culturele en maatschappelijke kansen dus, die zonder sturing of ondersteuning weinig kans van slagen heeft - behalve de entertainmentcinema's dan.
DIGITALE CINEMA - Veranderingen, kansen en uitdagingen voor de bioscoop- en distributiesector. Een publicatie van BAM door Ann Overbergh, oktober 2009
Download deze publicatie hier.

