De ins & outs van het Kunstendecreet - Een blik op de opbrengsten en uitgaven van Kunstendecreetstructuren (2007-2008)
01/01/2011 Joris Janssens (VTi), Dries Moreels (BAM)BAM
Het artikel 'De ins & outs van het Kunstendecreet' is een gezamenlijke analyse van de vier kunstensteunpunten in samenwerking met het Agentschap Kunsten en Erfgoed. In deze bijdrage komen voor het eerst een reeks economische kerncijfers samen over de inkomsten en uitgaven van (bijna) alle organisaties die via het Kunstendecreet worden gesteund (periode 2007-2008). De auteurs onderzochten hoe de structurele subsidies zich verhouden tot de andere inkomstenbronnen van Kunstendecreetorganisaties (de markt en subsidies van andere overheden). Daarnaast bekeken ze het aandeel van tewerkstelling in de uitgaven van Kunstendecreetorganisaties en welk deel daarvan naar kunstenaars gaat.
Nieuw en verrassend is de blik op het Kunstendecreet als een economisch feit. Voor wat de verschillende inkomstenbronnen van het Kunstendecreet betreft, liggen de verhoudingen helemaal anders dan vaak beweerd wordt.
• De kunstensubsidies van de Vlaamse Gemeenschap maken slechts 40% uit van de totale inkomsten van de Kunstendecreetorganisaties.
• Voor elke euro Vlaamse subsidie genereren zij een halve euro aan subsidie van andere overheden en één euro uit de markt (uitkoopsommen, coproductie- bijdragen, sponsoring, horeca).
Er zijn ook sprekende cijfers over tewerkstelling:
• van de totale uitgaven van de Kunstendecreetorganisaties gaat 40% naar tewerkstelling in dienstverband. Tellen we ook betalingen aan zelfstandigen mee, dan loopt dat op tot de helft.
• Kortom: als de Vlaamse overheid één euro in de kunstensector investeert, dan betalen kunstenorganisaties 1,25 euro uit aan hun medewerkers. Een groot aandeel van de kunstensubsidies vloeit via sociale bijdragen onmiddellijk terug naar de schatkist.
• Voor het jaar 2008 gaat de helft van de loonmassa voor tewerkstelling naar artistieke functies.
De resultaten tonen duidelijk aan dat de ondersteuning geen infuus is, maar een hefboom met een grote economische impact, waarbij alleen nog maar de directe impact in het vizier komt. Met de structurele middelen worden mensen betaald die op zoek gaan naar aanvullende opbrengsten, niet zelden in het buitenland of in partnerships met lokale beleidsniveaus. Dat is een belangrijk element in de actuele discussie over ondernemerschap in de kunstensector, en de nood om meer eigen opbrengsten te verzamelen. De cijfers vragen aandacht voor inspanningen die vandaag op dit vlak al gebeuren.
Download hier het artikel De ins & outs van het Kunstendecreet

